Did Austerity Cause Brexit? Bezuinigingen bepaalden uitslag Brexit referendum

24 Nov

Update 4 december 2018

Bij de onderzoeken die een verklaring zoeken voor de achtergronden van de Leave stemmers voegt zich vandaag een artikel van Bart Los, Philip McCann, John Springford & Mark Thissen. Het is al eerder verschenen, maar het artikel kreeg vandaag de best paper award 2018 van Regional Studies, het blad waarin de studie verscheen: “The mismatch between local voting and the local economic consequences of Brexit”. Regional Studies, Volume 51, 2017 – Issue 5, 786-799 . Twee Nederlandse auteurs: Bart Los van de RUG, Mark Thissen is van het PBL. De studie verwijst onder andere naar een artikel uit 2016-2017 van Thiemo Fetzer, dat hieronder aan de orde komt. Hier is het abstract:

“This paper reveals that in the 2016 UK referendum regarding whether to remain in or leave the European Union, the regions that voted strongly for leave tended also to be those same regions with greatest levels of dependency on European Union markets for their local economic development. This observation flies in the face of pro-leave narratives that posited that the major beneficiaries of European Union membership were the ‘metropolitan elites’ of London. Economic geography dominated the observed voting patterns, and geography will also certainly dominate the post-Brexit economic impacts, but not necessarily in a way that voters anticipated or wished for.”

Update 26 november 2018

De hieronder genoemde onderzoeker Thiemo Fetzer heeft met collega Eleonora Alabrese een vervolg geschreven: “Who is NOT voting for Brexit anymore?”. Een klein deel van de Leave stemmers hebben een swing gemaakt en zouden nu voor Remain stemmen. Hier is het abstract:

“Using estimates of support for Leave across UK local authority areas constructed from a comprehensive 20,000 strong survey, we show that both the level and the geographic variation capturing differential degrees of support for Leave have changed significantly since the 2016 EU referendum. A lot of area characteristics, many of which were previously associated with higher levels of support for Leave, are now significant correlates capturing a swing towards Remain. They include, for example, the degree to which local authorities receive transfers from the EU or the extent to which their economies rely on trade with the EU, along with past electoral support for UKIP (and
the BNP) and exposure to immigration from Eastern Europe. Lastly, exposure to austerity since 2010 is among the strongest individual correlates weakening the support for Leave. The evidence is consistent with the argument that the small margin of victory of Leave in 2016 was, to a significant extent, carried by protest voters, who used the EU referendum to voice their discontent with domestic social and economic developments, particularly, austerity. Lastly, we present some evidence suggesting that the UK public, even in Leave supporting areas, would be much more willing to make compromises on free movement
and aspects of single market membership compared to what appears to be the UK governments negotiation objective.”

swing to remain Fetzer

In deze laatste dagen is het nog niet zeker hoe de Brexit afspraken over de scheiding worden ontvangen door de lidstaten en het Britse parlement. In het parlement lopen de opvattingen dwars door alle partijen, en de uitkomst van een komende stemming is moeilijk voorspelbaar. Aan de ene kant lopen Brexiteers te hoop tegen PM May en willen dat ze aftreedt: haar deal met de EU gaat hen te ver. Aan de andere kant groeit de weerstand tegen de Brexit als zodanig en wordt gevraagd om een tweede referendum. Veler ogen zijn gericht op Jeremy Corbyn, fractieleider van Labour. Corbyn is persoonlijk vóór de Brexit en komt onder druk niet veel verder dan te stellen dat het eigenlijk nuttig zou zijn om te weten te komen wat de achtergronden zijn van de Leave stemmers van het referendum in 2016.

Er zijn allerlei oorzaken gezocht naar deze achtergronden. Zoals Englishness, geworteld in een nostalgisch verlangen naar vroegere glorieuze tijden, toen de Engelsen nog baas waren over een deel van de wereld. Het zit bij grote delen van de bevolking ingebakken, maar het staat helaas ver van de huidige realiteit.

Een meer serieus onderzoek is uitgevoerd aan de Warwick University in Coventry. In oktober 2016 (herzien in april 2017) verscheen een rapport “Who Voted for Brexit? A Comprehensive District-Level Analysis”. Auteurs: Sascha O. Becker, Thiemo Fetzer en Dennis Novy. Zij hebben op lokaal niveau (380 in de UK) onderzocht wie er voor de Brexit heeft gestemd. De belangrijkste drijfveren van de Leave stemmers waren opleiding, de historische afhankelijkheid van fabrieksarbeid, laag inkomen en hoge graad van werkloosheid. Op wijkniveau in vier steden (Birmingham, Bristol, Nottingham en the Royal Borough of Greenwich in London) bleek dat kiezers in wijken met deprivatie in termen van opleiding, inkomen en werkloosheid meer voor Leave kozen, en bij vorige verkiezingen op de UKIP stemden. Er was weinig invloed van de immigratie uit de Oost-Europese landen.

De bezuinigingen die zijn doorgevoerd vanaf 2009 op publieke dienstverlening en op uitkeringen hebben de armere wijken het hardst getroffen, en die bezuinigingen zijn duidelijk gerelateerd aan Leave stemmers. Net als de kwalitatieve achteruitgang in de medische zorg van de National Health Service.

Drijfveren als weerstand tegen de EU in termen van handel en immigratie bleken nauwelijks van invloed te zijn geweest. Terwijl immigratie – take back control – en handel  toch de centrale thema’s zijn geweest in de campagne. Dat gold ook voor randverschijnselen als het weer en uitval van treinen. Onzeker zijn de invloeden van verschijnselen als Boris Johnson en de moord op Remain voorstandster Jo Cox net voor het referendum.

Een grotere opkomst van jongere kiezers die in meerderheid voor Remain stemden zou overigens het resultaat van het referendum niet hebben veranderd.

In een diepgaander vervolgonderzoek “Did Austerity Cause Brexit?”van juni 2018 heeft Thiemo Fetzer vastgesteld dat de bezuinigingen inderdaad de belangrijkste drijfveer is geweest en dat de Leave stemmers hun stem gebruikt hebben als protest tegen het establishment. Het pittige rapport heeft een strakke analytische aanpak en is veelomvattender dan voorgaande studies op dit terrein. Het rapport wordt in een LSE artikel van Thiemo Fetzer behandeld en in de Guardian zijn enkele artikelen hierover cerschenen, zie het twitteraccount van Thiemo Fetzer.

Uit het hoofdstuk Conclusion van het rapport:

“This paper presents novel and comprehensive evidence suggesting that austerity induced welfare reforms brought about by the Conservative-led coalition government from late 2010 onwards are key to understanding Brexit. Austerity-induced welfare reforms are a strong driving factor behind the growing support for the populist UKIP party in the wake of the EU referendum, contributed to the development of broader anti-establishment preferences and are strongly associated with popular support for Leave. The results suggest that the EU referendum either may not have taken place, or, as a back of the envelope calculations suggests, could have resulted in a victory for Remain, had it not been for austerity.”

En Fetzer stelt verder:

“While exposure to austerity-induced welfare reforms is a key activating factor, contributing to the build up of anti-EU preferences and support for populist parties, the underlying economic causes that lie behind the growing reliance and exposure of (especially low skilled) individuals on the welfare  state is of key relevance to the broader public and political debate. This paper provides some suggestive auxiliary evidence indicating that factors contributing to the growing skill-divide in labor markets are likely to go beyond trade-integration alone, which is a key driver explored in an important growing literature.”

Daarmee legt hij de vinger op de groeiende afhankelijkheid van laag geschoolden van de sociale voorzieningen als factor achter het kiesgedrag en de proteststem. Het voedt de protesten tegen de politieke klasse en is een belangrijke bron voor de groei van populistische partijen. De Leave stemmers hebben geen partij organisatie nodig om hun doel te bereiken, zoals de protestbeweging “gilets jaunes” in Frankrijk en Wallonië aantonen. De sociale media doen dat werk wel.

Fetzer beveelt andere landen aan meer aandacht te geven aan dit verschijnsel, om te voorkomen, dat soortgelijke ontwikkelingen als de Brexit daar kunnen plaatsvinden.

Advertenties

Extreme armoede in de UK en de Brexit

18 Nov

Extreme armoede in de UK? Hoezo?  In het land met op vier na de grootste economie? Dat verwacht je misschien nog in ontwikkelingslanden, toch?

Een speciale rapporteur van de VN Philip Alston heeft daar onderzoek naar gedaan. En daar was een reden voor. Sinds 2010 heeft de door conservatieve Tories geleide regeringen een groot pakket bezuinigingen van 30 miljard pond doorgevoerd op sociale uitkeringen. Daarmee stonden de Britten voorop met bezuinigingen in deze sector. De vraag was welke gevolgen deze ingreep zou hebben op de bevolking, een lakmoes proef.

Alston heeft met veel partijen gesproken, met voedselbanken, mensen die geldproblemen hebben, met academici en met leden van de regering. Hij kreeg ook geschreven bijdragen van instituten. Het verschil in opvattingen over armoede in de UK tussen regeringsvertegenwoordigers en andere gesprekspartners kon niet groter zijn. Volgens het Britse ministerie is er niets aan de hand, er zijn meer banen dan in 2010 en extreme armoede komt er niet voor.

Zijn conclusies na het onderzoek zijn ongehoord hard (citaten in Italics):

  • 14 miljoen Britten leven in armoede, dat is 20% van de bevolking
  • 4 miljoen Britten zitten onder de armoede limiet
  • 1,5 miljoen Britten beschikken niet over levens noodzakelijke middelen
  • 2,8 miljoen armoedige Britten leven in families met een volwassene als kostwinner
  • Kinderen en vrouwen (als eenverdiener) vormen de grootste groep getroffenen, naast asielzoekers, etnische minderheden en gehandicapten. Bijna de helft van de armoedigen (6,9 miljoen) heeft een gehandicapt gezinslid.
  • Voorspelde armoede onder kinderen loopt op tot 40%, bijna de helft van alle kinderen:” For almost one in every two children to be poor in twenty-first century Britain is not just a disgrace, but a social calamity and an economic disaster, all rolled into one.”
  • Op het platteland zijn de gevolgen ernstiger dan in de steden. Het inkomen is bijvoorbeeld niet voldoende voor bijvoorbeeld bus transport naar een werkplek.
  • In Wales is het percentage armoede lijders met 25% het hoogst binnen de UK. De verschillende regeringen (devolved governments) van Schotland, Wales en Noord-Ierland hebben nauwelijks of liever geen eigen middelen om de armoede te beteugelen.
  • Het aantal voedselbanken bedraagt ongeveer 4000, het beroep op voedselbanken is vanaf 2012 verviervoudigd: “The majority of people using our food bank are in work…. Nurses and teachers are accessing food banks”
  • Het aantal daklozen is met 60% gestegen, het aantal “buitenslapers” met 134%

Het is niet alleen de omvang van de bezuinigingen, maar ook de wijze waarop uitkeringen volgens het nieuwe sociaal uitkeringssysteem Universal Credit worden geregeld. Online aanvragen, grote vertragingen in afhandeling (5-12 weken) en in daadwerkelijke uitkering (meerdere weken), onnodige boetes, en lagere uitkeringen dan voorheen. Ook een effectief programma om de getroffenen op andere wijze vooruit te helpen ontbreekt. De regering meent dat werken de armoede opheft. Dat blijkt hier dus niet te kloppen. Alston geeft een andere veelzeggende naam aan het systeem: Universal Discredit.

Het is niet zo, dat Britse organisaties deze toestand niet al in veelvoud hebben gemeld bij de regering, maar het betrokken ministerie Work and Pensions is stokdoof voor hun verzoeken. En ook nu na het rapport van de VN blijft het ministerie vast hangen in een volledige ontkenning van de situatie.

Brexit en armoede in de UK

Op dit blog wordt regelmatig over Brexit geschreven, waarom dan dit hele verhaal over armoede? Dit schrijft Philip Alston:

” Whatever happens in the period ahead, we know that deep uncertainty will persist for a long time, that economic growth rates are likely to take a strong hit, and that tax revenues will fall significantly. If current policies towards low income working people and others living in poverty are maintained in the face of these developments, the poor will be substantially less well off than they already are. This could well lead to significant public discontent, further division and even instability, thus underscoring the importance that steps be taken now to avoid such outcomes.”

Het wegvallen van Europees geld voor armoedebestrijding (9 miljard pond, 2014-2020) zou worden gecompenseerd met een eigen Brits fonds. Vijf maanden voor de Brexit-day is er nog niets geregeld.

Bij een no-deal:” The IMF has suggested that a no-deal Brexit could cost the UK economy somewhere between 5% and 8% of GDP, representing a loss of thousands of pounds per household.”

Logisch dat de rekening van dat tekort mensen in armoede nog eens en het meest zal raken.

Het Europese Handvest  van de Grondrechten geldt straks niet meer in de UK. De bescherming van de burger op meerdere maatschappelijke terreinen valt dan weg. Het is zeer de vraag wat er voor in de plaats komt in komende UK wetgeving. Ook daar is nog niets van te merken in een Britse setting after Brexit.

De economie groeit in de UK, maar de verdeling van de groeiende welvaart is compleet scheef gegroeid in een land met voorheen een prima sociaal systeem. En de verantwoordelijke conservatieve politici – trouwens ook de in oppositie verkerende Labour – zien het niet of willen het niet weten. Waar blijft die welvaart dan? Had Piketty gelijk met zijn diepe verschillen in vermogen binnen de maatschappij, en worden de rijke Britten rijker ten koste van de arme Britten?

Karl Marx beschreef ooit de ellende van de Britse arbeiders, uitgebuit door de kapitalisten die de middelen (fabrieken en kapitaalgoederen) hadden. De arbeiders hadden alleen hun arbeidskracht ter beschikking. De nieuwe kapitalisten van nu knijpen de armen uit. Wordt het tijd voor een nieuwe Marx?

 

 

 

 

Kernenergie in Nederland opnieuw in de kijker?

16 Nov

We hebben één kerncentrale in Nederland, die ligt in Borssele in Zeeland. Die produceert 3 % van de elektrische energie in Nederland. Ter vergelijking: alternatieve energiebronnen zorgen voor ongeveer 12 % van de totale elektriciteitsproductie op dit moment. Zonnepanelen en windmolens hebben een backup nodig als het donker wordt of als de wind niet waait. Opslagmedia zijn vooralsnog te duur en te gering in capaciteit. En overigens zal op termijn bij maximale inzet van alternatieve bronnen en maximale energie efficiëntie bij consumenten nog onvoldoende elektriciteit worden geproduceerd, denk onder meer aan toenemend verbruik door elektrische auto’s,  airconditioners en warmtepompen. Een flexibele aanvulling is nodig in welke vorm dan ook. Het probleem wordt nog vergroot door het einde van de aardgaswinning. Huidige en toekomstige gascentrales zouden dan op buitenlands gas moeten draaien. Kolencentrales worden al uitgefaseerd. Dan komen of we het willen of niet de opties voor kernenergie opnieuw in beeld.

Op dit blog is al meerdere malen geschreven over energie en kernenergie. Als stralingshygiënist met kennis van straling en stralingseffecten en focus op veiligheid en bestrijding van gevolgen is deze blogger niet persé een tegenstander van kernenergie. Geen expert dus, maar de achtergrond helpt wel om de technische kanten van kernenergie te begrijpen. Over de verschillende inzichten over stralingsrisico’s tussen experts en het algemene publiek hieronder meer.

Schatting van IEA over de rol van kernenergie

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft in haar recente World Energy Outlook 2018 gesteld, dat nucleaire inzet globaal zal blijven op rond de 10%: “The share of generation from nuclear plants – the second-largest source of low-carbon electricity today after hydropower – stays at around 10%, but the geography changes as generation in China overtakes the United States and the European Union before 2030. Some two-thirds of today’s nuclear fleet in advanced economies is more than 30 years old. Decisions to extend, or shut down, this capacity will have significant implications for energy security, investment and emissions.”

Windenergie wordt volgens het IEA tegen 2030 de belangrijkste vorm van elektriciteit opwekking in de EU. EU-share-of-electricity-generation-2017-2040

Met de verwachting tegen 2040 een omvang te bereiken van 1100 TWh, overigens ongeveer een kwart van de totale benodigde energie. De rest moet worden aangevuld met bestaande en alternatieve energiebronnen. Dat vergt volgens het IEA enorme inspanningen, zeker gelet op de Parijse klimaatafspraken.

Twee nieuwe soorten van kernenergie dringen zich op naast de huidige praktijk van vooral licht water reactoren.

Kernfusie

Kernfusie als energietechniek wordt in ITER verband (International Thermonuclear Experimental Reactor) opgezet in een proefreactor met een thermisch vermogen van 500 MW in Cadarache in Frankrijk. Het vergt naast een miljarden investering nog veel ontwikkelingstijd, en het project wordt ook beschouwd als politiek project, om te illustreren dat je ook zonder radioactieve straling energie kunt opwekken. Niet een techniek voor de komende decaden.

Molten Salt Reactor (MSR)

Hierboven werd vermeld, dat China (en India) de komende jaren fors gaat bouwen aan nucleaire installaties. Tot 2030 is zo’n 300 GW aan vermogen gepland, dat is het equivalent van ongeveer 300 behoorlijk grote kolencentrales. Voorlopig worden dat licht-water reactoren, maar de Chinezen zijn al ver gevorderd met onderzoek naar de inzet van MSR reactoren, Molten Salt Reactors. Die zijn gebaseerd op gebruik van thorium, waarover al eerder in dit blog is geschreven. De Chinezen moeten wel: de energiebehoefte groeit er explosief en ze hebben zelf te weinig uranium om daarin te voorzien. Thorium is overal beschikbaar in de aardkorst, ongeveer zoveel als tin en is redelijk eenvoudig winbaar. Ze leiden nu wereldwijd het onderzoek naar MSR en investeren veel in onderzoek naar corrosie en de behandeling van isotopen die tijdens het proces ontstaan. Ze plannen commerciële MSR installaties vanaf 2030.

In Nederland doet het NRG (Nuclear Research and consultancy Group) in Petten met de Hoge Flux Reactor geavanceerd materiaalonderzoek in aanwezigheid van gesmolten zout, en loopt daarmee voorop in de wereld.  Zo’n testomgeving hebben ze nog niet in China.

De Chinese plannen zijn zeer ambitieus, terwijl andere landen met een scheef oog meekijken. MSR heeft duidelijke voordelen ten opzichte van gangbare reactoren: een flexibele en hogere energie opwekking efficiëntie, inherente veiligheid en lagere productie van afval. Het afval is kleiner qua omvang en heeft kleinere halfwaarde tijden dan uranium, na drie eeuwen is het hanteerbaar. Afval van conventionele kerncentrales kan worden ingezet als brandstof.

Een goed overzicht (wel in vakjargon) van de technische ontwikkelingen rond MSR en de partijen die zich hiermee bezig houden is hier te vinden.

SAMOFAR is een Europese samenwerking van 11 partners voor  onderzoek naar MSR met een Europese Horizon 2020 subsidie. Iedere partner beschikt over specifieke kennis op dit gebied, de partners vullen elkaar aan. Trekker is de TU Delf (prof. Kloosterman) onder meer gespecialiseerd in thermisch-hydraulisch onderzoek aan reactor kernen.

Uiteraard is er ook kritiek op de ontwikkeling van MSR. Tot nu toe is er nog geen draaiende commerciële unit. De ontwikkelingskosten zijn hoog, en er zijn nog veel technische problemen en het is geen echte groene technologie, die zonder straling werkt. Verder mag niet vergeten worden, dat de bestaande technieken gebaseerd op uranium nu standaard zijn, met alle economische en financiële belangen daaraan verbonden. Overgang naar een andere techniek bedreigt die positie, en dat roept weerstand op van machtige lobbys.

Opvattingen in het laatste IPCC rapport

In de klimaatdiscussie wordt die hernieuwde belangstelling gevoed door het laatste 15SR IPCC rapport, dat kernenergie een belangrijke plaats toekent om de klimaatdoeleinden te bereiken. Naast energiebesparing komt kernenergie in bijna alle scenario’s voor. Om de 1,5 °C limiet te bereiken zijn er stemmen die kiezen voor massale inzet van kernenergie, omdat de opslag van CO2 ondergronds (CCS) nog nauwelijks op voldoende grote schaal is getest.  In een geciteerde publicatie van Berger et. al. in hoofdstuk 2 van het 15SR rapport pleiten de auteurs voor een groei naar 20.000 GWe nucleaire energie in 2100, waarmee CCS technologie geheel kan worden vermeden en die limiet van 1,5 °C kan worden behaald. In de Summary for policymakers van het IPCC rapport vind je dergelijke voorstellen (uiteraard) niet terug. Veel scenario’s gaan uit van een kleinere rol, mede vanwege maatschappelijke voorkeuren: ….future deployment of nuclear can be constrained by societal preferences assumed in narratives underlying the pathways….Some 1.5°C pathways no longer see a role for nuclear fission by the end of the century, while others project over 200 EJ yr–1 of nuclear power in 2100. (Chapter 2 pag. 53).

In Nederland

Het debat over kernenergie is in Nederland na de Brede Maatschappelijke Discussie van begin jaren tachtig nieuw leven ingeblazen door politieke ballonnetjes. In liberale kringen wordt zelfs Overijssel genoemd als mogelijke vestigingsplaats. Maar in het kader van het waarborgingsbeleid kernenergie, opgenomen in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III)  zijn alleen Eemshaven, Maasvlakte en Borssele aangewezen als mogelijke vestigingsplaats voor kerncentrales. De regering wilt op die manier niet de deur helemaal sluiten en laat het initiatief voor nieuwe kerncentrales over aan de markt. De haalbaarheid van nieuwe kerncentrales wordt laag ingeschat in een sfeer die getekend is door grote angst voor straling bij een aanzienlijk deel van de bevolking. En als dat al minder zou worden zijn er de eveneens enorme benodigde investeringen, die geen potentiële exploitant alleen kan of wil fourneren. Dan zou de overheid moeten inspringen. Echter, de politiek kan de weerstanden binnen de bevolking tegen kernenergie niet negeren, dat ligt te gevoelig. Impasse dus.

Je zou misschien ook kunnen kijken naar mogelijke vestigingsplaatsen in het nabije buitenland, daar waar nog nucleaire installaties aanwezig zijn. Want daar is ook expertise aanwezig. Bijvoorbeeld in Duitsland worden kerncentrales op termijn gesloten, maar de helft van de capaciteit blijft nog tot 2050 staan.

Publiciteit en publieke weerstand tegen kernenergie

Intussen is er eerder dit jaar links en rechts al wat gepubliceerd over thorium. In de documentaire “De thorium theorie”, een productie van NTR van donderdag 29 maart 2018 wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende opties voor kernenergie, met nadruk op de inzet van thorium. De documentaire is voorafgegaan door meerdere artikelen in Nederlandse bladen gebaseerd op interviews met prof. Kloosterman. Vrij Nederland had al een uitgebreid artikel over thorium als bron voor kernenergie op 17 December 2017. NRC draagt een steentje bij aan de discussie met een redactioneel commentaar in de krant van 10 november 2018. Veel verder dan wat bekende kreten komt men niet:

“Energie uit kernsplitsing geeft geen uitstoot van broeikasgas, maar daar tegenover staan de bekende bezwaren: veiligheid en een afvalprobleem dat tienduizenden jaren blijft spelen. Een kernreactor is een typisch ‘staartrisico’. De kans dat er iets fout gaat, is extreem klein. Maar gaat het mis dan zijn de gevolgen extreem groot. Een nieuw bezwaar is dat kernenergie afhankelijk maakt van buitenlandse leveranciers van splijtstof. Dat is een belangrijk tegenargument in een wereld die geopolitiek een stuk minder overzichtelijk is dan twintig jaar geleden. Bovendien levert een kerncentrale continu stroom, terwijl in een energiehuishouding die grotendeels draait op bijvoorbeeld wind, zon of getijden, juist een flexibele ‘achtervang’ nodig is.´

De MSR techniek wordt hier niet genoemd.

Tja, die angst voor straling….

Het tegemoet treden van maatschappelijke weerstanden tegen kernenergie is een probleem. Hoe ga je om met breed gedragen emoties, met angst. Lubach heeft op zijn eigen manier die weerstanden aan de kaak gesteld () (uitzending 4 november 2018). Lubach’s video is vooral bedoeld als amusement. Maar je kunt er ook wat serieuzer mee omgaan. Het RIVM heeft juist een rapport uitgebracht hoe je zou moeten/kunnen communiceren over stralingsrisico’s rond werkende kerninstallaties en meer in het algemeen rond gebruik van radioactief materiaal: “Publieksperceptie van Stralingsrisico’s: Betekenis voor risicocommunicatie” . De samenvatting van het rapport staat op pagina 9-11. Dit staat op de verwijspagina van het RIVM:

Factoren van invloed op beleving van het risico

Mensen die weinig weten over straling en de bijbehorende risico’s, zijn er eerder bang voor en schatten de gevolgen van een ongeval in een kerncentrale ernstig in. Ernstiger dan in werkelijkheid technisch het geval is.  Daarnaast beïnvloeden persoonlijke omstandigheden, zoals het hebben van kinderen of het in de buurt van een kerncentrale wonen, het beeld dat mensen hebben van de risico’s van een kernongeval. Ook als gevolg van berichten uit de sociale omgeving (via vrienden of sociale media) kunnen de risico’s (afhankelijk van de inhoud) als groter of juist kleiner ervaren worden. Mensen die positief staan tegenover het gebruik van kernenergie en vertrouwen hebben in organisaties die zich vanuit de overheid hier mee bezig houden, schatten over het algemeen de risico’s van een ongeval lager in.

Conclusies voor communicatie

Voor een effectieve communicatie-inzet over stralingsrisico’s is het belangrijk om vooral te communiceren over die onderwerpen waar het publiek behoefte aan heeft. Hier kan invulling aan gegeven worden door rekening te houden met het kennisniveau en persoonlijke omstandigheden. Heldere en duidelijke boodschappen  (onder andere op sociale media) dragen bij aan het vertrouwen in de overheid en kunnen de beleving van risico’s positief beïnvloedden. Een boodschap die beter aansluit bij wat mensen al weten, en die aansluit bij hun zorgen, wordt beter begrepen en eerder serieus genomen.

De aanbevelingen van het rapport moeten uiteraard nog worden omgezet in tools in een praktische setting. Of die video van Lubach past in deze aanpak is maar de vraag. In ieder geval wordt er weer over het onderwerp kernenergie gediscussieerd.

 

 

Pachauri voor het gerecht

10 Nov

Op zaterdag 20 oktober heeft de aanklager bij een rechtbank in Delhi de aanklacht wegens molestatie van een medewerkster tegen Pachauri (voormalig chef van IPCC en het Indiase TERI instituut) samengevat in drie delen, zoals ze in een eerder bericht zijn beschreven. Pachauri verklaarde zich op de zitting onschuldig. De verdediger van Pachauri deed een beroep op de rechtbank om wat haast te maken met de procedure vanwege de leeftijd van Pachauri (78). Maar daar lijkt men zich weinig van aan te trekken. De zittingsdagen zijn gepland op 4 en 5 januari 2019. Dan wordt gestart met het horen van getuigen en van de betrokken oud-medewerkster van TERI. De zaak is aanhangig gemaakt op 13 februari 2015, dat is al bijna 4 jaar geleden. Recht zoeken duurt lang.

Brexit en de Britse chemische sector – 2

10 Nov

Een jaar geleden deed de Britse chemische industrie via Chemtrust een beroep op de Brexit onderhandelaars om de UK binnen het REACH systeem te houden, het meest geavanceerde registratiesysteem voor chemicaliën. Nu heeft diezelfde Chemtrust samen met Europese partners uit de chemische industrie opnieuw een klemmend beroep gedaan op de onderhandelaars. Waarschijnlijk tevergeefs, gelet op de magere resultaten van de top in oktober.

Ook nu, net als een jaar geleden staat in de brief niet uitdrukkelijk de relatie met REACH als Europese regelgeving vermeld, met name de rol van het Europese Hof van Justitie: “Allowing the UK to remain within (and bound by) REACH and participating in ECHA is the best solution, as long as the UK accepts the conditions set by the EU-27. This solution makes sense irrespective of the outcome of broader discussions on the UK’s position with regard to the EU single market.”

De bezorgdheid van de Britten en hun Europese partners betreft vooral onderwerpen als veiligheid, gezondheid en milieu, naast het voorkomen van dubbele registraties die de marktposities van deze industrietak zullen verzwakken.

De ontwikkelingen en acties in de tijd kunnen goed gevolgd worden op de site van Chemtrust.

 

The Lancet: High noon for a sensible decision on Brexit

6 Nov

Update 9-11-2018

Waar komt die steun voor Brexit eigenlijk vandaan? Zijn het zijn vooral ouderen, met een nostalgisch gevoel over de vroegere macht van het British Empire? Een interessant blogartikel van London School of Economics and Political Science (LES) van 8 november 2018 geeft meer inzicht: “Nationalism, racism, and identity: what connects Englishness to a preference for hard Brexit?“. Englishness is de drijvende factor, het geheel van identiteiten die maken dat Engelsen zich meer Engels voelen dan Brits. In het onderzoek van de LSE komen verschillende standpunten naar voren, gemeten bij verschillende groepen, Engelsen, Britten, Schotten, Welshmen, Ieren en Europeanen. De conclusies zijn niet mals:

“Our results … show that exclusive English identities are associated with a hard Brexit, with strong emphases on the red lines of regaining sovereignty, ending free movement, ending budget contributions, and restoring the freedom to make independent trade deals. European (and other) identities are associated with significantly weaker emphases on these red lines, with British identities falling somewhere in between. Irish identities are distinctive in their emphasis on maintaining a soft border in the island of Ireland.”

En wat voor ideeën koesteren deze Engelsen vooral:

“…we can see that an exclusive English identity does seem to have a distinctive, rather ‘nativist’ or ‘ethnocentric’, character with bright boundaries against outsiders and an emphasis on ancestry as a criterion for national belonging. People who subscribe to an exclusive English identity are also more willing to express racist views, while those with European identities tend to be the opposite.”

Hieronder het artikel van The Lancet

The Lancet is een oud en respectabel vakblad voor medici. De redactie laat af en toe wat van zich horen over de Brexit (hier,  hier).

Meestal is het beleefde kritiek, maar de toon verandert nu de Brexit onderhandelingen in een beslissende fase komen. In een editorial pakt The Lancet van 3 november nu fors uit over de gevolgen van de Brexit. Nu wordt onverbloemd harde kritiek geuit op het beleid dat Hare Majesteit’s regering voert en de apathie van de oppositie, of moet het zijn het ontbreken van een duidelijke Brexit politiek.

Citaat eerste alinea van het artikel:

“In the past 2 weeks, the sorry state of the political stalemate over Brexit negotiations—the conditions under which the UK will leave the EU on March 29, 2019—have taken a turn for the worse. With 146 days to go, the likelihood of a no-deal or chaotic Brexit has increased into an uncomfortable and alarming region of possibility. This self-inflicted position through a warring, inward looking Conservative Party and an apathetic, inconsistent Labour opposition after 2·5 years of prevarication and posturing risks seriously harming the health and wellbeing of the country’s people for generations to come. So what would a chaotic or disorderly Brexit, crashing out of the EU without any deal or agreement, mean for medicine, science, and health?”

De paniek slaat langzamerhand toe. De verantwoordelijke minister ziet nog steeds weinig problemen bij een no-deal. Het advies van de regering om na de Brexit datum voorraden medicijnen voor 6 weken op te slaan is echter niet haalbaar, en die tijd is ook niet voldoende om nieuwe soepel verlopende leveranties te waarborgen. De regering denkt aan luchtvervoer voor onder andere radioactieve isotopen voor medisch gebruik, bedoeld voor ongeveer 1 miljoen Britten per jaar. Die isotopen zijn maar beperkt houdbaar, want hun activiteit neemt snel af, en daarom moeten die just-in-time worden geleverd. Ongeveer 80% daarvan komt uit de EU. En vrij luchtverkeer is nou net weer zo’n item waar nog afspraken over gemaakt moeten worden.

Het artikel verwijst naar een brief ondertekend door 29 Nobelprijswinnaars aan May en Juncker om toch te streven naar “a deal which allows the closest possible cooperation between the UK and the EU, now and in the future”. Zij zien de verwijzing van de regering naar de toekomstige globale samenwerking tussen universiteiten als een holle kreet, onvoldoende om de huidige intensieve samenwerking met Europese universiteiten waarvan de Britten flink profiteren te vervangen. Zeker met een Home Office dat er alles aan doet om toegang tot wetenschappelijke conferenties te bemoeilijken.

In het eindcitaat legt The Lancet zich neer bij het onvermijdelijke al hopen ze op een extra referendum. De alarmbellen (disaster, catastrophe, devastating) klinken luid, iets wat je niet direct verwacht van een blad als The Lancet:

 “The monumental historical mistake of Brexit now seems inevitable, although The Lancet would welcome a different decision underpinned by a further referendum based on a new understanding of Brexit implications, as demanded by more than 700 000 demonstrators in London on Oct 20. A Brexit deal with a close alignment to the EU would avert the now all-too-real disaster scenarios for science and medicine. A no-deal Brexit would be a catastrophe with potentially devastating consequences for the health and wellbeing of the UK’s people.”

 

Brexit, gezondheidszorg en life sciences – commentaar bij artikel in The Lancet

30 Sep

In The Lancet van 29 September 2018 staat een artikel over de mogelijke gevolgen van de Brexit voor de gezondheidszorg en life sciences. Het gaat niet specifiek over de National Health Service (NHS) die bij de Brexit campagne zoveel miljoenen Euro’s per week werd beloofd die de UK voortaan zou uitsparen, een van de vele campagne leugens. Op dit blog is al eerder bericht over de mogelijke gevolgen van de Brexit.

Het artikel “Brexit, health care, and life sciences: plan for the worst” stelt dat de onrust over een mogelijke no-deal exit sedert vorige week na de EU top in Salzburg alleen maar is toegenomen. Over zes maanden is het zover, dan verlaat de UK de EU, en dat is kort dag om nog veel te regelen. En elke dag komen er nieuwe items boven water die tot overleg nopen, onderwerpen waar niemand aan had gedacht. Een klein voorbeeld van de complexiteit van de zaak.

Leidinggevenden in de gezondheidszorg, farmaceutische bedrijven en life sciences tonen zich hoopvol over het bereiken van een overeenkomst, zowel bij een deal als bij een no-deal exit. Toch bereiden ze zich voor op een chaotische exit, waarbij niets is geregeld, zoals de titel van het artikel luidt.

In de gezondheidszorg maakt men zich nog de meeste zorgen: “The short-term question is getting over the end of March next year, but the bigger question is with the longer-term consequences, especially if there is no deal.”

De Britse farmaceutische industrie is nauw verweven met de Europese collega’s, en beide zijden hebben de onderhandelaars gezegd, dat ze willen blijven samenwerken. Dat is zo in de laatste veertig jaar sterk gegroeid. Aan die kant heerst dus nog weinig onrust. Van regeringszijde worden de bedrijven (niet de ziekenhuizen, apotheken en huisartsen) wel geadviseerd om na de Brexit dag een grote voorraad medicijnen voor zes weken aan te leggen. Bij een no-deal blijft de UK de in Europa geteste medicijnen accepteren. Voor medicijnen als griepvaccins met beperkte houdbaarheid, die niet kunnen worden opgeslagen worden wel problemen verwacht. Daarnaast zijn er problemen te verwachten met producten die ofwel alleen in de UK (middel tegen prostaatkanker), of in de EU (bijvoorbeeld insuline) worden gefabriceerd.

Het toezicht op geneesmiddelen zal bij een no-deal apart geregeld moeten worden in de UK, men denkt daar nogal positief over. Monitoring van ziekten, het melden van besmettelijke aandoeningen, is dan weer zo’n onderwerp waar men geen twee systemen naast elkaar wilt krijgen.

In de hoek van life sciences research is de UK een grote speler wereldwijd. In voorgaande Europese samenwerkingsprojecten voerden de Britten de boventoon en haalden ze miljarden aan Europese subsidies binnen. De lopende Europese samenwerkingsprojecten gefinancierd in het Horizon 2020 programma en vaak onder UK leiding, gaan gewoon door tot aan het einde van de onderhandelingen. Daarna, althans bij een no-deal, moeten de Britten meer gaan betalen voor deelname. De Zwitserse variant van samenwerking binnen Horizon2020 staat de UK voor ogen. De Zwitsers werden wel uit dat programma geschrapt na een referendum dat de vrije toegang tot het land zou beperken. Vrij verkeer van personen is een niet onderhandelbare harde EU lijn, en Brexiteers verafschuwen dat principe. Dat staat garant voor een dik probleem bij toekomstige programma’s, verlies van hun vooraanstaande positie in deze tak van R&D, hogere kosten van deelname en forse toename van bureaucratie.

De Britten wuiven dit probleem een beetje weg met verwijzing naar de effecten van huns inziens betere handelsovereenkomsten, die uiteraard nog tot stand moeten komen, en die jarenlange onderhandelingen kosten. Een beetje wishful thinking blijft het. Hoewel, zorgen hebben de woordvoerders bij de onderhandelaars aan UK kant, nu: …with time running out, “whether the details of any specific sector will be understood by those doing a complex negotiation at 2AM is the bit that worries us all.”