Public mass shootings, another aspect of USA culture

14 aug

1196 slachtoffers, dat is de balans van massa schietpartijen, als je uitgaat van ten minste vier doden per geval, zoals de Washington Post doet (wapo.st/massshootings). In dit blog is al eens opgemerkt, dat de ware terrorist niet die ene idioot met een oorlogswapen is die om zich heen schiet.

De ware terreur zit in het systeem dat het mogelijk maakt dat iedere idioot een wapen kan kopen. Angst voor de ander lijkt een belangrijke voedingsbodem die het systeem overeind houdt, samen met de enorme invloed van clubs als de National Rifle Association met zo’n vijf miljoen leden.

Tot nu toe zijn er 165 mass shootings bekend vanaf 1966. Het aantal slachtoffers per jaar neemt toe, meer dan 100 in 2017. De tijd tussen de moordpartijen wordt korter, van 342 dagen tussen 1966 en 1974 tot 53 dagen vanaf 2015. En elke keer na zo’n slachtpartij breekt de pleuris uit en wordt er gepleit voor strengere wapenwetten. Totdat de publieke aandacht weer verslapt.

De kans dat je het slachtoffer wordt is minimaal. Maar de angst om het willekeurige slachtoffer te worden van een  schietpartij hakt er telkens opnieuw in. Dat maakt het lastig om strengere regels door te voeren. De NRA en de wapenindustrie varen er wel bij.

De angst voor de andere wordt volop politiek misbruikt, kijk naar het immigratie beleid, kijk naar de vluchtelingen, kijk naar Trump’s uitlatingen naar Congresleden met een immigratie achtergrond. Deze demonisering van de ander is gevaarlijk.  En het gaat al verder: vluchtelingen in detentie, kinderen worden gescheiden van ouders, deportatie. Hebben ze niets geleerd van de jaren dertig? De moordenaars voeden zich daarmee en richten zich in toenemende mate op groepen, die in hun ogen afwijken van de blanke Amerikaanse cultuur.

Vreemd blijft natuurlijk, dat die 1200 doden in 53 jaar zo veel meer aandacht krijgen dan de gebruikelijke 36.000 doden door vuurwapengeweld per jaar in de USA. Tijdens de twee dagen van de schietpartijen in El Paso en Dayton met 31 dodelijke slachtoffers vielen elders in de USA 106 doden als slachtoffer van vuurwapengeweld. Vuurwapengeweld hoort kennelijk bij het leven in de USA, een afschuwelijk aspect van de Amerikaanse cultuur.

Update 16 augustus 2019

Redactionele reactie in The Lancet van 17 augustus, enkele citaten:

…….a resolution to stop mass shootings and the catastrophic cycle of gun violence cannot occur without a deep reckoning with underlying cultural forces……..In August, 2019, the National Council for Behavioral Health released a report, “Mass violence in America: causes, impacts, and solutions”, examining the relationship between mental illness and mass shootings. As a framework, the report suggests that a community-wide problem requires community-wide engagement and involvement to find points for intervention before violence occurs. The report concludes that although psychological and social functioning aspects might figure modestly in the constellation of factors that spur mass violence, to suggest that a diagnosable psychiatric illness is a “necessary or sufficient” risk factor is a great and damaging oversimplification, increasing stigma, promoting less effective policy strategies targeting a subset of individuals than more inclusive gun-control laws, and diverting attention from other mediating factors………

…….Republicans and the National Rifle Association (NRA) continue to propound unfettered access to firearms as an expression of liberty, stymieing legislation prohibiting high-capacity firearms, challenging universal background checks, and opposing extreme protection orders temporarily removing firearms from those deemed at risk. The far right and the Trump administration have fomented and normalised white nationalist sentiment and entitlement with anti-immigrant rhetoric, which is amplified by conservative media and then consumed by the disenfranchised. The First Amendment (protecting free speech) and the Second Amendment (the right to bear arms) have become weaponised and mass shootings are one of the byproducts.

 

Advertenties

Pachauri voor de rechter. Indiaas Hooggerechtshof: meer rechtbanken om achterstand in zaken ontucht met jeugdigen weg te werken.

13 aug

Pachauri, de ex voorzitter van de IPCC en ex directeur van The Energy and Resources Institute (Teri), staat terecht voor seksuele intimidatie van een junior medewerkster. Aldus The Economic Times van 13 juli 2019. Het zoveelste hoofdstuk in deze kwestie.

Zij heeft half juli voor de rechtbank in Delhi de achtergrond van haar klacht verteld, vier jaar nadat aangifte was gedaan. Geen voorbeeld van voortvarendheid, waarbij Pachauri alle middelen heeft gebruikt om de zaak te traineren en in de tussentijd vrijelijk rond de wereld te reizen. Nu was hij afwezig wegens ziekte, naar verluidt ter behandeling in een intensive care unit in Mexico.

Opvallend is de geringe aandacht die de zaak nog trekt in de Indiase pers. Het duurt gewoon te lang.

De Indiase gerechtelijke molens draaien langzaam in dit soort zaken, ook als het om ernstigere zaken als daadwerkelijke verkrachtingen gaat. En zeker nu de aangifte bereidheid sterk is gegroeid door een aantal schrikbarende zaken, en door de internationale publiciteit rond seksueel misbruik. Zo moet er extra aandacht worden gegeven aan aangiften van seksuele misdaden tegen kinderen. Het Hooggerechtshof heeft opdracht gegeven om daarvoor aparte rechtbanken in te richten om de enorme achterstand in die zaken weg te werken.

pocso

(FIR = First Information Report, een aangifte, wordt in India in ernstige gevallen altijd gevolgd door politie onderzoek)

Dit artikel uit The Times of India (New Delhi edition) van 29 juli geeft de omvang van het probleem, het gaat om 33.000 (!) gevallen per jaar. De achterstand bedraagt ongeveer 150.000.

India heeft een bevolkingsomvang van afgerond 1,3 miljard, de 33.000 gevallen komen overeen met  0,0025% van de bevolking. Ter vergelijking: Het CBS telde  in Nederland 345 ontuchtgevallen met jeugdigen in 2018, en 345 gevallen op een bevolking van 17,2 miljoen komt overeen met 0,0002%. In India dus 10 keer meer gevallen dan in Nederland. Wat er ook van zij, de achterstand in de afwerking van de zaken is een slechte zaak, en het Hooggerechtshof heeft gelijk om daar actie op te voeren.

 

 

Mediale “verontwaardiging” over lachgas emissie Chemelot

4 jun

Nadat dagblad de Limburger braaf de NRC artikelen over de lachgas emissie heeft gekopieerd komt er vandaag 4 juni 2019 een redactioneel opiniestuk, dat boze DSM aandeelhouders citeert, omdat DSM (lees Chemelot) jaren niets heeft gedaan aan de emissie. Ook de directeur Sijbesma wordt met vinger nagewezen.

Zowel de redactie als de aandeelhouders hebben ooit rekenen geleerd, mag worden aangenomen.

Maar kennelijk heeft niemand de berekening van de emissie en de effecten daarvan eens zelf uitgevoerd. In het vorige blog artikel is de berekening wel uitgevoerd met vrij toegankelijke formele gegevens.

En die berekening komt uit op een bijdrage van de Chemelot plant (1,1 Mton CO2-equivalent) van 0,4% op landelijk niveau van de totale broeikas emissie, en op 0,011% op Europese schaal. Op de site van het Europees parlement wordt lachgas als broeikasgas niet genoemd. Op wereldschaal wordt dat 0,0024%. Waar praat je dan nog over? 

Dat DSM aandeelhouders met een schuine blik op hun aandelen vooral politiek reageren ligt voor de hand, en ook dat DSM het boetekleed aantrekt past in die houding. Het is kennelijk niet bon ton om vragen te stellen bij zo’n gevoelig onderwerp als het klimaat, maar gelet op de ware proporties van de emissie maken de aandeelhouders en de redactie van de Limburger zich eigenlijk belachelijk.

 

Lachgas emissie: een klimaatklapper?

31 mei

In NRC van 21 en 23 mei 2019 is een broeikasprobleem aangekaart. Het gaat om de lachgas (N2O) emissie van het complex Chemelot in Limburg. Er wordt fors uitgehaald over de emissie, met name ook over het ontbreken van enig toezicht op de emissie. De twee artikelen zijn overgenomen door het regionale blad de Limburger.

Dit zijn de twee koppen van de artikelen: Aanpak van ‘vergeten’ broeikasgas kan klimaatklapper opleveren en Informatie Limburg over toezicht lachgas klopte niet

Dat er nauwelijks sprake is geweest van toezicht valt eenvoudig te verklaren, omdat er in de vergunningen van de betreffende fabrieken niets is vermeld over grenzen aan de uitstoot van lachgas. Verschil van inzicht wie nu de bevoegde instantie is om de emissies te controleren heeft kennelijk bijgedragen tot het lange tijd ontbreken van de emissie in de emissie-registratie. Maar terug naar de emissies.

De emissie wordt omgerekend op circa 0,4 miljoen ton CO2-equivalenten, waarbij al een factor van 265 is verdisconteerd in de vergelijking van het broeikaseffect van lachgas ten opzichte van kooldioxide. Het bedrijf heeft de emissies een paar jaar geleden wel gemeld, maar dat heeft geen bijzondere actie opgeleverd.

Hoe zit het nu met die “klapper”? Zo’n 4% van de totale broeikasemissie is afkomstig van lachgas, en die lachgas emissie bedraagt in totaal 8,7 miljoen ton CO2-equivalenten. De landbouw stoot het meeste uit, gevolgd door de industrie waar Chemelot de hoofdmoot uitmaakt.

In het plaatje van de totale landelijke broeikasemissie bedraagt de bijdrage van de fabriek op het Chemelot terrein ongeveer 0,25 %. Dat is niet erg veel met alle respect, om maar niet te spreken over wat die bijdrage betekent in de totale broeikasemissie van de EU of de wereld. In 2015 bedroeg de Nederlandse broeikasemissie 195 miljoen ton CO2-equivalenten binnen een totaal voor de EU van 4,452 miljoen ton ofwel 4,4%, en aldus 0,011% voor het lachgas van Chemelot, en op wereldschaal  45261,2517 miljoen ton CO2-equivalenten, overeenkomend met 0,41% (2014) voor Nederland. Het percentage van de Chemelot fabriek verdwijnt dan na vele nullen achter de komma.

Prima, dat er kritisch wordt gekeken naar wat mogelijk te reduceren valt aan emissies, maar om dat nu een klimaatklapper te noemen?

Verhoudingen energiebronnen 1965-2017

1 apr

Het kan geen kwaad zich af en toe te realiseren hoe de verhoudingen tussen de verschillende energiebronnen zich hebben ontwikkeld vanaf 1965, en welke rol de alternatieve bronnen hierin spelen. Er blijkt weinig veranderd in de energiemix, aldus BP.

Trump en de neergang van de EPA – vervolg 9: de nieuwe chef

7 mrt

Andrew Wheeler als opvolger van Pruitt is nu door de Senaat definitief bevestigd als nieuwe directeur van de EPA. Zijn stijl is anders dan die van Pruitt, die nogal eens tekeer kon gaan en bijvoorbeeld de klimaatopwarming goed voor de mensheid vond. Nee, Wheeler is beleefd en doet het met handschoenen aan. Bij zijn voordracht tegenover de senaatscommissie in Januari vond hij zelfs “climate change real”.

Hij is bereid om te luisteren naar andere meningen, maar Wheeler volgt wel de zelfde beleidslijnen en is zeker zo agressief om zijn (en dus Trump’s) doelen te bereiken als zijn voorganger. Hij gaat als oude steenkool-lobbyist rustig door met het faciliteren van die industrie door verdere verontreinigingen van rivieren waar mijnindustrie op loost toe te laten, en lagere emissie-eisen op te leggen voor kwik. Er lopen procedures van door Democraten bestuurde deelstaten tegen allerlei milieu- en klimaat initiatieven, die regels uit de tijd van Obama moeten verzwakken of liefst helemaal opheffen. Zo ligt Californië in de clinch met Wheeler’s  EPA over emissie-eisen voor auto’s. Californië is daarin altijd voorop gegaan in het reduceren van die emissies. Daar dreigt nu een eind aan te komen.

 

Wintertemperaturen Nederland

2 mrt

Na de warme februaridagen is het inmiddels weer wat koeler geworden. Het is begin maart, weer eens tijd voor een overzicht van de gemiddelde wintertemperatuur op 5 Nederlandse KNMI stations: De Kooy, de Bilt, Vlissingen, Eelde en Maastricht. Maandgemiddelden van december 2018 en van januari en februari 2019 zijn toegevoegd met een nieuwe wintertemperatuur, gemiddeld over de 5 stations. Zie hier voor meer uitleg en verdere links over gebruikte terminologie en methoden.

De gemiddelde temperatuur van de 5 stations is deze winter hoger dan in de voorbije twee winters. De tien warmste en koudste winters uit de hele periode op een rijtje:

warme en koude winters

Over de hele periode vanaf 1907 gezien stijgt de wintertemperatuur (TheilSen methode) met een lineaire trend van 0,011 °C/jaar, ofwel 1,1 graad over de hele periode. In de periode vanaf 1988 daalt die zelfde temperatuur niet meer. Voor beide parameters weinig verandering tegenover de vorige winter.

Een smooth trend, hier met een 95% betrouwbaarheidsinterval maakt de bewegingen in de tijd beter zichtbaar en doet wellicht meer recht aan de veranderingen door de tijd dan een berekende lineaire trend.

djf 1907-2019