Een koele novembermaand ?

6 dec

De energieleverancier geeft maandelijks een overzicht van verbruikte stroom en gas. Het gasverbruik van november wekte nieuwsgierigheid naar de temperaturen van de maand november op langere termijn. An sich werd gedacht aan een koelere maand dan de vorige jaren, reden om eens te duiken in de novembertemperaturen.

Van KNMI station 380 (Maastricht-Aken Airport) zijn data beschikbaar vanaf 1906. Uit de data zijn drie temperatuurreeksen berekend: de gemiddelde dagtemperatuur TG, de nachttemperatuur TN en de maximale temperatuur TX voor elke novembermaand.

De getallen zijn hier in een grafiek opgenomen, waarbij een smooth trendlijn is berekend met om die trendlijn een 95% betrouwbaarheidsinterval in dezelfde kleur.

november temp

Allereerst valt op, dat alle temperaturen stijgen, waarbij de temperaturen ‘s nachts en als daggemiddelde een plateau laten zien tussen pakweg 1940 en 1985. De maximale temperatuur klimt wel geleidelijk door. De stijging in elke temperatuurreeks is duidelijk, zo’n 2°C, en dat stemt overeen met een lineaire trendberekening volgens TheilSen met als resultaat een stijging van 0,02 (0,011-0,028)°C per jaar.

How Brexit is transforming the STEM Community

17 nov

Artikel in The Scientist: How Brexit is transforming the STEM Community. In dit artikel wordt de huidige situatie geschetst waarin grote delen van de Engelse universitaire wereld verkeren. Naast de Brexit speelt de pandemie ook een rol, de laatste zorgt voor vertragingen. Tekorten aan materiaal en chemicaliën. Trage en dure procedures bij het laten overkomen van Europese studenten en post doc’s. Inschrijfkosten vervijfvoudigd tot £25,000 per jaar. Vervallen van grote EU-financieringen, zoals Erasmus en het voor de UK erg duur geworden Horizon programma. Veel EU wetenschappers hebben het land de rug toe gekeerd en het kost veel moeite om dat gat te vullen. De vooraanstaande positie van de wetenschap in de UK is tot nu toe nooit bedreigd. Nu heeft ze al een knauw gekregen, gevreesd wordt voor een nog grotere achteruitgang.

Lees verder

Energietransitie in België: Hoge Gezondheidsraad is tegen kernenergie

30 okt

De Belgische Hoge Gezondheidsraad (HGR) brengt onpartijdige en onafhankelijke wetenschappelijke adviezen uit als leidraad voor beleidsmakers en gezondheidswerkers.  De adviezen die de HGR uitbrengt worden samengesteld door experts uit vele vakgebieden en zijn openbaar. In de missie van de HGR hecht men zeer aan de volgende waarden:
Wetenschap – Deskundigheid – Kwaliteit – Onpartijdigheid – Onafhankelijkheid – Transparantie.

HGR rapport

Nu heeft de HGR een lijvig rapport uitgebracht over haar standpunt inzake de energietransitie, toegespitst op de rol van kernenergie. Het oordeel van het uitgebreide rapport vanuit ethisch, milieu- en gezondheidsoogpunt is afwijzend ten aanzien van kernenergie, zoals die nu wordt toegepast, omdat niet wordt voldaan aan de beginselen van duurzame ontwikkeling. De opvattingen van de HGR gaan echter breder, zoals over maatregelen die op afzienbare tijd moeten worden getroffen of aangepast, waaronder specifieke noodplannen.

Het is de moeite meer dan waard om het rapport te lezen, en als de 142 pagina’s afschrikken, lees dan in ieder geval de uitgebreide samenvatting voorin het rapport.

Kritiek

Maar er is ook kritiek vanuit de pool van experts, in dit geval van de experts van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. Zij vinden dat hun wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid werd aangetast. Het SCK-CEN schrijft iherover het volgende:

Drie van 23 betrokken experten weigerden het eindverslag te onderschrijven. Die experten zijn lid van het onafhankelijke, nucleaire onderzoekscentrum SCK CEN. “SCK CEN heeft over de jaren heen een uitgebreide, nucleaire kennis opgebouwd. Die kennis en expertise wordt wereldwijd bevestigd. Het is om die reden dat onze experten voor het rapport geconsulteerd werden. Om in te lichten, om de juiste argumenten en wetenschappelijke feiten aan te reiken. De analyses die in het kader van dit rapport werden uitgevoerd, verliepen niet volgens de regels van de wetenschappelijke kunst”, aldus Eric van Walle, directeur-generaal van SCK CEN.

De experten van SCK CEN hebben zich daarom teruggetrokken. “Onze wetenschappelijke integriteit werd aangetast”, aldus Johan Camps, expert stralingsbescherming. Hij trad op als expert voor volgende domeinen: noodplanning, nucleaire risico’s en stralingsbescherming. “Als wetenschapper kon ik me niet scharen achter de manier van werken. Er is geen grondige, objectieve analyse gevoerd over de domeinen waarvoor ik als expert optrad. Een objectieve analyse van die domeinen werd namelijk in het gedrang gebracht door het te koppelen aan factoren als ‘duurzaamheid van kernenergie’. De conclusies in het rapport zijn dus niet gebaseerd op een ruime wetenschappelijke consultatie.”

De experten van SCK CEN hebben hun bezorgdheden met de Hoge Gezondheidsraad gedeeld en wilden zich van het eindverslag distanciëren. Daarop voelden ze zich onder druk gezet om het rapport toch te onderschrijven. “Het is onaanvaardbaar dat onze experten zo behandeld worden. Ik ben trots dat ze voet bij stuk hebben gehouden, want wij dragen onze onafhankelijke, wetenschappelijke integriteit hoog in het vaandel”, aldus van Walle.

De conclusie van het rapport was ongunstig voor kernenergie. Wil de uitstap van drie SCK CEN-experten dan zeggen dat SCK CEN voorstander van kernenergie is? “Het is niet aan ons om uitspraken te doen over de kernuitstap, dat is een politieke beslissing. Het is van groot belang dat er een maatschappelijk debat gevoerd wordt. Eén die gevoed moet worden met wetenschappelijk juiste feiten”, besluit van Walle.

In het HGR rapport wordt geen melding gemaakt van deze kwestie, terwijl de activiteiten van het SCK-CEN meerdere malen aan de orde komen. Er ontbreekt ook een overzicht van alle participanten met hun achtergronden. Dat kan transparanter voor een openbaar rapport, waarin ook een minderheidsvisie dient te worden vermeld. Het wringt met de waarden die de HGR in haar missie koestert, zoals boven genoemd. Dit krijgt ongetwijfeld nog een lange (politieke) staart in de huidige maatschappelijke discussie over de energietransitie.

Nucleaire energie in Limburg?

16 okt

Update 23-10-2021

In NRC van 19-10-2021 staat een artikel dat nog iets verder uitwijdt over het thema kernenergie in Nederland en omringende landen onder de titel: Nu gas zoveel kost, toch maar kernenergie omarmen in Europa? Met als ondertitel: “Europese energietransitie De hoge gasprijzen en zorgen om het klimaat geven de Europese lobby voor kernenergie een impuls.” In de UK ziet men met COP26 voor de deur kernenergie “at heart of net zero emissions strategy”.

Oorspronkelijke tekst

Geleidelijk aan komt er meer belangstelling voor kernenergie. Er wordt verdeeld gereageerd op een toekomstige energie voorziening waarin kernenergie een eigen plek krijgt. Duitsland heeft al besloten om uit de kernenergie te stappen. In België woedt de discussie nog, maar er zijn meer stemmen tegen dan voor kernenergie. In de uitfasering van kernergie – in 2025 stop – is een belangrijke rol weggelegd voor aardgascentrales, die een ondersteunende rol van een goed regelbare basislast krijgen. Op dit moment sneuvelen echter al plannen voor een dergelijke centrale in Dilsen-Stokkum en in Tessenderlo, beide in Belgisch Limburg. De gedachte transitie wordt dus niet eenvoudiger. En al zou kernenergie definitief stoppen, dan zijn de vervangende aardgascentrales goed voor extra CO2, waarmee de klimaatdoelstellingen van Parijs voor België moeilijker haalbaar worden. In Frankrijk is een kleine meerderheid (53%) voor kernenergie, maar tegen (45%) nieuwe centrales. Over enkele maanden zijn er verkeizingen, en president Macron heeft zich positief uitgelaten over kernenergie omdat het goed past binnen het totale pakket van (alternatieve) energiebronnen. Gemikt wordt op ontwikkeling en standaardisering van deze SMR’s, de eerste zou echter pas in 2035 operationeel zijn. Dit Franse SMR-type is vooral bedoeld voor de export. Daarmee loopt Frankrijk achter op ontwikklingen elders. De grote centrales zoals de in 2023 in bedrijf te nemen derde generatie centrale in Flamanville blijven wel nodig. Twee parallelle routes dus: vasthouden aan de grote centrales en de SMR’s exporteren.

 

In Nederlands Limburg gaan nu stemmen op in het Limburgs parlement voor een onderzoek naar kernenergie op termijn in de provincie. Er wordt een onderzoek gestart naar de technische haalbaarheid (incl.veiligheid en kernafval) van het plaatsen van met name kleinere types centrales, waaronder waarschijnlijk de SMR’s met een beperkte capaciteit van bijvoorbeeld 100MW. Het bericht staat vandaag in dagblad de Limburger (€). Als er mogelijkheden worden gevonden, dan wordt vervolgens gekeken naar draagvlak en eventuele locaties.

In Schotland wordt eind oktober de periodieke klimaatconferentie gehouden, de COP26. Ook daar komt kernenergie aan de orde als middel om op termijn af te stappen van fossiele energie. Kernenergie kan in de mix van energiebronnen goed functioneren, niet alleen om de energiedalen (weinig wind, geen zon) op te vangen, maar tevens als energiebron voor de productie van waterstof en voor andere doeleinden, waarbij warmte nodig is. Andere alternatieve bronnen produceren geen warmte. En juist onder die omstandigheden kunnen kernreactoren in de vorm van kleinere modulaire units het best onder vollast draaien. Overdag als bron voor waterstofproductie en backup en na zonsondergang als directe electriciteitsleverancier. De IAEA, de International Atomic Energy Agency heeft in de aanloop naar COP26 een uitgebreide brochure uitgebracht over de bijdrage van kernenergie aan de uitfasering van fossiele brandstoffen en daarmee aan de klimaatdoelstellingen. Van de zelfde bron is ook een rapport beschikbaar over de rol van nucleaire wetenschap en technologie bij klimaatadaptaties.

UHI effect, nog eens uitgelegd

25 sep

Over het Urban Heat Island (UHI) effect is op dit blog al meerdere keren geschreven. In een van de artikelen “UHI onderzoek in Frankrijk (23-1-2011) wordt Valery Masson van Meteo France genoemd, de ontwikkelaar van het TEB (Town Energy Balance) model. Zie ook zijn persoonlijke pagina voor een overzicht van zijn werk.

In het recente nieuwsbulletin van CNRS staat een interview met Masson over dit onderwerp met als titel “Understanding urban heat islands””, waaruit de volgende afbeelding stamt van het UHI effect in de zomer van dit jaar in Toulouse.temperatures_soir_tt9_21h_a_22h_aout_2021_avec_stations_72dpi

Urban heat island at night (between 9:00 and 10:00pm) measured in Toulouse during the hot days of August 2021

De klimaat- en milieu-erfenis van Trump

5 aug

Over de puinhoop die Trump heeft aangericht op het gebied van klimaat en milieu is op dit blog al vele malen geschreven. Zoek maar eens op “Trump”.

Door zijn beleid is met name de Environmental Protection Agency (EPA) machteloos gemaakt. Veel experts hebben de dienst gedwongen of vrijwillig verlaten, omdat ze niet wilden meewerken aan Trump’s beleid, en dat van door hem benoemde diensthoofden.  Nu Biden president is geworden, zou je denken, dat die personele situatie snel hersteld kan worden, maar zo werkt dat niet. Het kan nog jaren duren voordat de diensten weer op sterkte zijn en regelgeving is aangepast. Naast de EPA werden ook andere diensten getroffen onder meer het  Department of Energy (DOE) en de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). Zie voor een compleet overzicht de link hieronder naar het rapport Scientific Brain Drain. Citaat uit een news alert van de New York Times over de exodus van de experts met als titel “Former President Donald J. Trump’s contempt for climate science continues to reverberate, six months into the Biden administration.”

Mr. Trump’s political appointees undermined federal studies, fired scientists and drove many experts to quit or retire. Now, as a result, hundreds of jobs in climate and environmental science across the federal government remain vacant as President Biden attempts to push through his climate change agenda.

Scientists and policy experts who quit have not returned. Recruitment is suffering, according to federal employees, because government science jobs are no longer viewed as insulated from politics. And, money from Congress to replenish the ranks could be years away.

That brain drain is turning out to be a big problem for Biden’s efforts to confront climate change. For the details, please read the article I wrote this week with my Climate Team colleagues Lisa Friedman and Christopher Flavelle.

The numbers: At the Environmental Protection Agency, the number of environmental protection specialists dropped by 24 percent under Trump, according to a House science committee report (Scientific Brain Drain – March 2021). The number of scientists and technical experts at the United States Geological Survey, an agency of the Interior Department and one of the nation’s premier climate science research institutions, fell about 8 percent.

Klimaatverandering: wat te doen

30 jul

In het vorige artikel over mogelijke trend in de overstromingen wordt verwezen naar het standpunt van Roger Pielke Jr., die voorstander is van adaptatie. Louise Fresco voegt daar lezenswaardigs aan toe in haar bijdrage in NRC van 26 juli. Als oud-lid van de Deltacommissie heeft ze uiteraard een goede achtergrond voor haar standpunt. Een citaat:

“Op allerlei plekken klinkt nu het verwijt dat als er maar iets gedaan was aan klimaatverandering, de overstromingen voorkomen hadden kunnen worden. Zo bracht Christiaan Weijts in deze krant de overstromingen in direct verband met Canadese bosbranden en de storm in Leersum. De overstromingen zijn een ramp van ongekende omvang in de moderne tijd. Maar door ze een op een te verbinden met alle dramatische effecten van klimaatverandering, maak je er een onhanteerbare dystopische rijstebrij van. Niet iedere individuele gebeurtenis van sterk afwijkende temperatuur, regenval of wind is een bewijs van klimaatverandering. “

En:

Klimaat is helaas ideologie geworden, in plaats van een complex systeem waar wij slechts deels invloed op hebben. Als een volgend kabinet iets moet doen, dan is het plannen op de lange termijn, scherpe keuzes neerleggen en goed communiceren over zekerheden en onzekerheden in het klimaatbeleid. Op rijstebrij bouw je geen inzicht.”

Daarentegen schrijft socioloog Leida Schuringa vandaag in NRC een alarmerende brief met als titel: “We moeten niet aan adaptatie doen maar aan preventie”. Zij schrijft de weersextremen toe aan klimaatverandering en uitsluitend aan de invloed van broeikasgassen, waarvan we de emissie onmiddellijk moeten stoppen: “Laat iedere overheid, ieder bedrijf en ieder van ons kijken hoe we zelf kunnen bijdragen aan vermindering van broeikasgassen en alles doen wat in ons vermogen ligt om de aarde leefbaar te houden. Er is niet veel tijd meer.”

Trend in overstromingen?

20 jul

De recente grote hoeveelheid regen heeft beken, zijrivieren en de grote rivieren doen overstromen met op enkele plaatsen rampzalige gevolgen. Tientallen doden en nog vele vermisten in Duitsland en België. Grote schade die in de miljarden gaat lopen. Ook in onze provincie Limburg is veel schade aangericht en moesten veel mensen hun huis noodgedwongen verlaten. Een nare ervaring.

Nu de situatie langzamerhand weer wat normaler wordt komt de vraag op naar de oorzaken van de overstromingen. Ligt het aan het klimaat zoals al direct werd geroepen of zijn er ook andere door mensen bepaalde factoren die een rol hebben gespeeld. En: krijgen we meer overstromingen, wat is de trend?

De regionale krant De Limburger beziet de vraag van enkele kanten in een evenwichtig artikel:

Vaker overstromingen? ‘Geen trend te zien’ – https://www.limburger.nl/cnt/dmf20210720_92022621

Bas Jonkman, hoogleraar waterbouw aan de TU Delft stelt hierin, dat er geen duidelijke trend te zien is naar meer overstromingen in Europa.

Aan het eind van het artikel wordt Roger Pielke Jr. opgevoerd, expert voor extreem weer fenomenen. Hij is niet lang geleden slachtoffer geweest van een campagne, met als doel hem te laten verdwijnen als kritisch klimaatdenker. Hij blijft echter publiceren over het klimaat, maar minder frequent en heeft zich meer gericht op de sportwereld. Dit is het citaat over Pielke Jr. uit het artikel van De Limburger:

“Als klimaatstudies straks concluderen dat onze watersnoodramp van 2021 toch mede is veroorzaakt door klimaatverandering, ontstaat een wat ‘paradoxale situatie’. Zo waarschuwt hoogleraar Roger Pielke jr, specialist in extreme weersverschijnselen van de Universiteit van Colorado. „Dan oordeel je dus dat een unieke gebeurtenis waarschijnlijker is geworden door klimaatverandering, zonder dat er al van een lange termijn trend sprake is.”

Adaptatie en voorbereiding op overstromingen zetten volgens Pielke jr meer zoden aan de dijk dan ons te concentreren op CO2-emissies. Die uitstoot moet volgens de Amerikaan zeker omlaag, maar 500 miljard euro aan uitgaven voor de Energiewende konden Duitsland niet beschermen tegen de overstromingen. Een beter waterbeheer helpt mogelijk wel.”

De Limbuger citeert op haar beurt uit een artikel in the Washington Post van Pielke Jr. Hier het betreffende artikel.

The key to avoiding future climate disasters - Adapting iZXxfnjT

Eurobarometer 513 over klimaat

9 jul

De nieuwste Eurobarometer – de enquête met publieksmeningen over het klimaat – is zojuist verschenen. Per land zijn in factsheets de resultaten gepresenteerd, inclusief de vergelijking met de gemiddelde scores van de EU. Hieronder volgt de Nederlandse tekst. Deze tekst met daarachter de grafische uitwerking van de enquête is hier te downloaden.

De tekst:

“Iets meer dan een derde van de respondenten (34%) in Nederland vindt de klimaatverandering het meest ernstige probleem waarmee de wereld te maken heeft, een veel hoger percentage dan het EU gemiddelde (18%). Net als in 2019 staat klimaatverandering bovenaan en laat alle andere problemen ver achter zich. Bovendien denken acht op de tien respondenten (80%, tegenover een EU gemiddelde van 78%) dat de klimaatverandering een zeer ernstig
probleem is, een toename van zes procentpunten sinds 2019.

Minstens zeven op de tien respondenten in Nederland menen dat de nationale overheden (73%, boven het EU gemiddelde van 63%), het bedrijfsleven en de industrie (72%, boven het EU gemiddelde van 58%) en de Europese Unie (70%, vergeleken met het EU gemiddelde van 57%) verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van de klimaatverandering. De respondenten in Nederland zeggen echter het vaakst van alle respondenten uit de EU lidstaten dat zij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van de klimaatverandering (57%, tegenover een EU gemiddelde van 41%). Sterker nog, iets meer dan zes op de tien respondenten (61%, tegenover een EU gemiddelde van 64%) hebben in de afgelopen zes maanden actie ondernomen om de klimaatverandering te bestrijden. Dit percentage stijgt tot bijna alle respondenten (99%, tegenover een EU gemiddelde van 96%) als hun gevraagd wordt te kiezen uit een lijst van 15 mogelijke acties om de klimaatverandering te bestrijden.

De respondenten in Nederland hebben een grotere kans dan het EU gemiddelde om actie te hebben ondernomen als het gaat om de 15 opgesomde manieren om de klimaatverandering te bestrijden. De meest opvallende van deze acties zijn het installeren van apparaten in hun huis voor het beheren en verminderen van hun energieverbruik (43%, tegenover een EU gemiddelde van 10%), het installeren van zonnepanelen in hun huis (36%, tegenover een EU
gemiddelde van 8%) en het regelmatig gebruiken van milieuvriendelijke alternatieven voor hun eigen auto (56%, tegenover een EU gemiddelde van 30%).

Bijna negen op de tien respondenten in Nederland (87%, gelijk aan het EU gemiddelde) zijn het erover eens dat het aanpakken van de klimaatverandering en milieuproblemen een prioriteit moet zijn om de volksgezondheid te verbeteren. Zeven op de tien respondenten (70%, vergeleken met een EU gemiddelde van 74%) zijn het ermee eens dat de kosten van de door de klimaatverandering veroorzaakte schade veel hoger zijn dan de kosten van de voor een groene transitie benodigde investeringen.

Een groot deel van de respondenten in Nederland vindt het belangrijk dat zowel de nationale overheid (92%, tegenover een EU gemiddelde van 88%) als de Europese Unie (90%, tegenover een EU gemiddelde van 87%) ambitieuze doelen stelt om tegen 2030 het gebruik van hernieuwbare energie te vergroten.

Meer dan negen op de tien respondenten in Nederland (93%, vergeleken met een EU gemiddelde van 90%) zijn het ermee eens dat de EU economie in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Tot slot is de kans groter dat de respondenten in Nederland vergeleken met het EU gemiddelde (85%, boven het EU gemiddelde van 75%) vinden dat het geld van het economisch herstelplan hoofdzakelijk moet worden geïnvesteerd in de nieuwe groene economie.”

De ijsheiligen: versie 2021

6 jun

De ijsheiligen zijn weer voorbij, tijd om de ontwikkeling te bekijken na de volgens het KNMI zeer koude lente met respectievelijk 6,7 °C tegen 9,8 °C normaal voor april en 11,2 °C tegen 13,4 °C normaal voor mei. Daarbij was mei een zeer natte maand.

Nu zal een enkele koude meimaand naar verwachting weinig invloed hebben op de trend in de zes perioden verdeeld over de maand. Maar eerst de grafiek over het verloop vanaf 1906 met een smooth trendlijn, alle data van het KNMI station Maastricht:

De periode 11-15 mei is de periode van de ijsheiligen, hier in de blauwe grafiek. Vanaf 2000 is een langzame daling te zien, met overall een variërerend temperatuur patroon. De lineaire trend volgens Theil-Sen bedraagt nu 0,002 °C/jaar, dat is 0,001 °C/jaar lager dan vorig jaar. en dat geldt ook voor de trend in de minimumtemperaturen met nu 0,007 °C/jaar tegen 0,008 °C/jaar in 2020. Alles bijeen toch weer een beetje koeler.