De klimaat- en milieu-erfenis van Trump

5 aug

Over de puinhoop die Trump heeft aangericht op het gebied van klimaat en milieu is op dit blog al vele malen geschreven. Zoek maar eens op “Trump”.

Door zijn beleid is met name de Environmental Protection Agency (EPA) machteloos gemaakt. Veel experts hebben de dienst gedwongen of vrijwillig verlaten, omdat ze niet wilden meewerken aan Trump’s beleid, en dat van door hem benoemde diensthoofden.  Nu Biden president is geworden, zou je denken, dat die personele situatie snel hersteld kan worden, maar zo werkt dat niet. Het kan nog jaren duren voordat de diensten weer op sterkte zijn en regelgeving is aangepast. Naast de EPA werden ook andere diensten getroffen onder meer het  Department of Energy (DOE) en de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). Zie voor een compleet overzicht de link hieronder naar het rapport Scientific Brain Drain. Citaat uit een news alert van de New York Times over de exodus van de experts met als titel “Former President Donald J. Trump’s contempt for climate science continues to reverberate, six months into the Biden administration.”

Mr. Trump’s political appointees undermined federal studies, fired scientists and drove many experts to quit or retire. Now, as a result, hundreds of jobs in climate and environmental science across the federal government remain vacant as President Biden attempts to push through his climate change agenda.

Scientists and policy experts who quit have not returned. Recruitment is suffering, according to federal employees, because government science jobs are no longer viewed as insulated from politics. And, money from Congress to replenish the ranks could be years away.

That brain drain is turning out to be a big problem for Biden’s efforts to confront climate change. For the details, please read the article I wrote this week with my Climate Team colleagues Lisa Friedman and Christopher Flavelle.

The numbers: At the Environmental Protection Agency, the number of environmental protection specialists dropped by 24 percent under Trump, according to a House science committee report (Scientific Brain Drain – March 2021). The number of scientists and technical experts at the United States Geological Survey, an agency of the Interior Department and one of the nation’s premier climate science research institutions, fell about 8 percent.

Klimaatverandering: wat te doen

30 jul

In het vorige artikel over mogelijke trend in de overstromingen wordt verwezen naar het standpunt van Roger Pielke Jr., die voorstander is van adaptatie. Louise Fresco voegt daar lezenswaardigs aan toe in haar bijdrage in NRC van 26 juli. Als oud-lid van de Deltacommissie heeft ze uiteraard een goede achtergrond voor haar standpunt. Een citaat:

“Op allerlei plekken klinkt nu het verwijt dat als er maar iets gedaan was aan klimaatverandering, de overstromingen voorkomen hadden kunnen worden. Zo bracht Christiaan Weijts in deze krant de overstromingen in direct verband met Canadese bosbranden en de storm in Leersum. De overstromingen zijn een ramp van ongekende omvang in de moderne tijd. Maar door ze een op een te verbinden met alle dramatische effecten van klimaatverandering, maak je er een onhanteerbare dystopische rijstebrij van. Niet iedere individuele gebeurtenis van sterk afwijkende temperatuur, regenval of wind is een bewijs van klimaatverandering. “

En:

Klimaat is helaas ideologie geworden, in plaats van een complex systeem waar wij slechts deels invloed op hebben. Als een volgend kabinet iets moet doen, dan is het plannen op de lange termijn, scherpe keuzes neerleggen en goed communiceren over zekerheden en onzekerheden in het klimaatbeleid. Op rijstebrij bouw je geen inzicht.”

Daarentegen schrijft socioloog Leida Schuringa vandaag in NRC een alarmerende brief met als titel: “We moeten niet aan adaptatie doen maar aan preventie”. Zij schrijft de weersextremen toe aan klimaatverandering en uitsluitend aan de invloed van broeikasgassen, waarvan we de emissie onmiddellijk moeten stoppen: “Laat iedere overheid, ieder bedrijf en ieder van ons kijken hoe we zelf kunnen bijdragen aan vermindering van broeikasgassen en alles doen wat in ons vermogen ligt om de aarde leefbaar te houden. Er is niet veel tijd meer.”

Trend in overstromingen?

20 jul

De recente grote hoeveelheid regen heeft beken, zijrivieren en de grote rivieren doen overstromen met op enkele plaatsen rampzalige gevolgen. Tientallen doden en nog vele vermisten in Duitsland en België. Grote schade die in de miljarden gaat lopen. Ook in onze provincie Limburg is veel schade aangericht en moesten veel mensen hun huis noodgedwongen verlaten. Een nare ervaring.

Nu de situatie langzamerhand weer wat normaler wordt komt de vraag op naar de oorzaken van de overstromingen. Ligt het aan het klimaat zoals al direct werd geroepen of zijn er ook andere door mensen bepaalde factoren die een rol hebben gespeeld. En: krijgen we meer overstromingen, wat is de trend?

De regionale krant De Limburger beziet de vraag van enkele kanten in een evenwichtig artikel:

Vaker overstromingen? ‘Geen trend te zien’ – https://www.limburger.nl/cnt/dmf20210720_92022621

Bas Jonkman, hoogleraar waterbouw aan de TU Delft stelt hierin, dat er geen duidelijke trend te zien is naar meer overstromingen in Europa.

Aan het eind van het artikel wordt Roger Pielke Jr. opgevoerd, expert voor extreem weer fenomenen. Hij is niet lang geleden slachtoffer geweest van een campagne, met als doel hem te laten verdwijnen als kritisch klimaatdenker. Hij blijft echter publiceren over het klimaat, maar minder frequent en heeft zich meer gericht op de sportwereld. Dit is het citaat over Pielke Jr. uit het artikel van De Limburger:

“Als klimaatstudies straks concluderen dat onze watersnoodramp van 2021 toch mede is veroorzaakt door klimaatverandering, ontstaat een wat ‘paradoxale situatie’. Zo waarschuwt hoogleraar Roger Pielke jr, specialist in extreme weersverschijnselen van de Universiteit van Colorado. „Dan oordeel je dus dat een unieke gebeurtenis waarschijnlijker is geworden door klimaatverandering, zonder dat er al van een lange termijn trend sprake is.”

Adaptatie en voorbereiding op overstromingen zetten volgens Pielke jr meer zoden aan de dijk dan ons te concentreren op CO2-emissies. Die uitstoot moet volgens de Amerikaan zeker omlaag, maar 500 miljard euro aan uitgaven voor de Energiewende konden Duitsland niet beschermen tegen de overstromingen. Een beter waterbeheer helpt mogelijk wel.”

De Limbuger citeert op haar beurt uit een artikel in the Washington Post van Pielke Jr. Hier het betreffende artikel.

The key to avoiding future climate disasters - Adapting iZXxfnjT

Eurobarometer 513 over klimaat

9 jul

De nieuwste Eurobarometer – de enquête met publieksmeningen over het klimaat – is zojuist verschenen. Per land zijn in factsheets de resultaten gepresenteerd, inclusief de vergelijking met de gemiddelde scores van de EU. Hieronder volgt de Nederlandse tekst. Deze tekst met daarachter de grafische uitwerking van de enquête is hier te downloaden.

De tekst:

“Iets meer dan een derde van de respondenten (34%) in Nederland vindt de klimaatverandering het meest ernstige probleem waarmee de wereld te maken heeft, een veel hoger percentage dan het EU gemiddelde (18%). Net als in 2019 staat klimaatverandering bovenaan en laat alle andere problemen ver achter zich. Bovendien denken acht op de tien respondenten (80%, tegenover een EU gemiddelde van 78%) dat de klimaatverandering een zeer ernstig
probleem is, een toename van zes procentpunten sinds 2019.

Minstens zeven op de tien respondenten in Nederland menen dat de nationale overheden (73%, boven het EU gemiddelde van 63%), het bedrijfsleven en de industrie (72%, boven het EU gemiddelde van 58%) en de Europese Unie (70%, vergeleken met het EU gemiddelde van 57%) verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van de klimaatverandering. De respondenten in Nederland zeggen echter het vaakst van alle respondenten uit de EU lidstaten dat zij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van de klimaatverandering (57%, tegenover een EU gemiddelde van 41%). Sterker nog, iets meer dan zes op de tien respondenten (61%, tegenover een EU gemiddelde van 64%) hebben in de afgelopen zes maanden actie ondernomen om de klimaatverandering te bestrijden. Dit percentage stijgt tot bijna alle respondenten (99%, tegenover een EU gemiddelde van 96%) als hun gevraagd wordt te kiezen uit een lijst van 15 mogelijke acties om de klimaatverandering te bestrijden.

De respondenten in Nederland hebben een grotere kans dan het EU gemiddelde om actie te hebben ondernomen als het gaat om de 15 opgesomde manieren om de klimaatverandering te bestrijden. De meest opvallende van deze acties zijn het installeren van apparaten in hun huis voor het beheren en verminderen van hun energieverbruik (43%, tegenover een EU gemiddelde van 10%), het installeren van zonnepanelen in hun huis (36%, tegenover een EU
gemiddelde van 8%) en het regelmatig gebruiken van milieuvriendelijke alternatieven voor hun eigen auto (56%, tegenover een EU gemiddelde van 30%).

Bijna negen op de tien respondenten in Nederland (87%, gelijk aan het EU gemiddelde) zijn het erover eens dat het aanpakken van de klimaatverandering en milieuproblemen een prioriteit moet zijn om de volksgezondheid te verbeteren. Zeven op de tien respondenten (70%, vergeleken met een EU gemiddelde van 74%) zijn het ermee eens dat de kosten van de door de klimaatverandering veroorzaakte schade veel hoger zijn dan de kosten van de voor een groene transitie benodigde investeringen.

Een groot deel van de respondenten in Nederland vindt het belangrijk dat zowel de nationale overheid (92%, tegenover een EU gemiddelde van 88%) als de Europese Unie (90%, tegenover een EU gemiddelde van 87%) ambitieuze doelen stelt om tegen 2030 het gebruik van hernieuwbare energie te vergroten.

Meer dan negen op de tien respondenten in Nederland (93%, vergeleken met een EU gemiddelde van 90%) zijn het ermee eens dat de EU economie in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Tot slot is de kans groter dat de respondenten in Nederland vergeleken met het EU gemiddelde (85%, boven het EU gemiddelde van 75%) vinden dat het geld van het economisch herstelplan hoofdzakelijk moet worden geïnvesteerd in de nieuwe groene economie.”

De ijsheiligen: versie 2021

6 jun

De ijsheiligen zijn weer voorbij, tijd om de ontwikkeling te bekijken na de volgens het KNMI zeer koude lente met respectievelijk 6,7 °C tegen 9,8 °C normaal voor april en 11,2 °C tegen 13,4 °C normaal voor mei. Daarbij was mei een zeer natte maand.

Nu zal een enkele koude meimaand naar verwachting weinig invloed hebben op de trend in de zes perioden verdeeld over de maand. Maar eerst de grafiek over het verloop vanaf 1906 met een smooth trendlijn, alle data van het KNMI station Maastricht:

De periode 11-15 mei is de periode van de ijsheiligen, hier in de blauwe grafiek. Vanaf 2000 is een langzame daling te zien, met overall een variërerend temperatuur patroon. De lineaire trend volgens Theil-Sen bedraagt nu 0,002 °C/jaar, dat is 0,001 °C/jaar lager dan vorig jaar. en dat geldt ook voor de trend in de minimumtemperaturen met nu 0,007 °C/jaar tegen 0,008 °C/jaar in 2020. Alles bijeen toch weer een beetje koeler.

Steden en het warmte-eiland effect (UHI)

7 apr

Het onderwerp warmte-eilanden ofwel het Urban Heat Island effect (UHI) is vroeger al meerdere malen aan de orde geweest op dit blog, zie hieronder.

ECWMF-Copernicus

Het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF) in Reading (UK)is is een onafhankelijke intergouvernementele organisatie van 34 landen, waarvan 22 binnen de EU. De organisatie brengt adviezen uit over het weer en het klimaat. ECMWF voert onder andere het door de EU gesubsidieerde Copernicus programma uit, waarin satellieten de aarde observeren met allerlei sensoren vanuit de ruimte.

Overigens, net als het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), dat gevestigd was in  Londen,  dreigt de UK het instituut – mogelijk deels – te verliezen aan een EU lidstaat, vanwege de Brexit.  Zo verhuisde het EMA in 2019 – samen met 900 banen – naar Amsterdam. Een ander voorbeeld van het verlies van een gerenommeerde organisatie is de Europese Bankautoriteit. Die ging naar Parijs. Negen lidstaten waaronder Nederland hebben zich gemeld als potentiële vestigingsplaats.

Het ECMWF is bekend om zijn modellering van het klimaat, met name hun ensemble met een mix van meer dan 50 voorspellingen die draaien op hun supercomputer.

Een nieuw product van ECMWF is een overzicht van het UHI effect in 100 Europese steden, van Alicante tot Zurich. In onze omgeving is dat Luik, Düsseldorf, Keulen en iets verder Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Brussel en Charleroi. Data zijn beschikbaar van 2008 tot 2017, per jaar en als gemiddelde over die periode.

Als voorbeeld hieronder de stad Luik, goed herkenbaar door de loop van de rivier de Maas dwars door de stad. Hier is afgebeeld het gemiddelde effect over de jaren 2008-2017. In de zomer is het UHI effect in Luik het grootst. In de buitenwijken van Luik loopt het effect ’s nachts op tot ongeveer 2°C en kort bij het centrum rondom de Maas tot ongeveer 3°C. In de winter blijft het steken op ongeveer 2°C. Overdag is het UHI effect kleiner.

In alle steden is het UHI effect in de periode 2008-2017 toegenomen.  Het is een onmiskenbaar deel van de opwarming van de stedelijke omgeving. De urbanisatie is wereldwijd enorm  toegenomen in de vorige eeuw en heeft bijgedragen tot de verhoging van de temperaturen boven land.  Die rol wordt in de bijdrage van Werkgroep 1 van het komende AR6 IPCC rapport van 2021 toegelicht als invloed op de straling drivers en in het hoofdstuk over de koppeling van globale naar regionale klimaatverandering.

Never underestimate BoJo

6 apr

Completely fitting as an answer to the childish narrative of the EU punishing the UK for the Brexit, is BoJo’s revenge by sending a continuous pack of snow squalls right along the English eastern coast towards Europe. Note the precise way BoJo influences this Nordic cold stream.
In doing so, he is also punishing the supporters of independence in Scotland and Wales and giving the Northern Irish a taste of what he is capable of.

CO2-efficiëntie van de Nederlandse industrie blijft achter

31 mrt

Die efficiëntie is laag vergeleken met de best presterende ondernemingen die participeren in het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS). Slechts 8% van de 285 Nederlandse ondernemingen kan zich meten met de beste, zo blijkt uit een benchmark studie. Zo meldt de Nederlandse Emissie autoriteit NEa in een recente uitgave.

De benchmarks zijn gebaseerd op de 10% meest CO2-efficiënt producerende bedrijven in Europa. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar alle bedrijven in Europa binnen het EU ETS die staal produceren en hoeveel CO2 zij uitstoten per ton staal. De gemiddelde efficiëntie van de 10% schoonste staalproducenten is dan de basis voor de nieuwe benchmark voor staal.

Fase 4 van de emissiereductie van broeikasgassen in de EU loopt van 2021 tot 2030 en behelst de reductie van CO2 met  43% t.o.v. 2005 (revisie ETS richtlijn van de EU).

De CO2 emissie wordt daarin vergeleken met die benchmarks afkomstig van de Europese Commissie.

Het zijn vooral de sectoren chemische industrie, raffinaderijen en metaal industrie, die lager scoren dan de best presterende Europese concurrenten. Samen stoten de drie sectoren ca. 7 Mton CO2 meer uit dan het gemiddelde van de benchmark. In totaal liggen de Nederlandse bedrijven zo’n 8 Mton CO2 achter. In het Klimaatakkoord  was voorzien in een emissiereductie van 14,3 Mton. De helft daarvan zou dus kort door de bocht via efficiëntie maatregelen kunnen worden binnengehaald, en dat zou zelfs via bestaande technologieën mogelijk moeten zijn.  

Droogleggen van het moeras van Trump

25 mrt

Trump werd president onder het motto van het droogleggen van het moeras (“drain the swamp”). Daarmee doelde hij op de cultuur van lobbyen en vriendjespolitiek. Eenmaal president deed hij niets anders,  dan juist zijn eigen moeras aanleggen voor zijn ruim donerende gasten, vrienden en niet in de laatste plaats zijn eigen familie. Iedereen die wat van hem wilde moest betalen met wat dan ook, daarmee een corrupte sfeer creërend, ongekend in de VS.

Zo’n 200 firma’s, belangengroepen en buitenlandse regeringen waren te gast in zijn eigen hotels en resorts op zoek naar de gunsten van zijn regering, resulterend in een enorme bron van inkomsten voor hem en zijn familie. Aan Trump kleefde al langer het odium van een zakenman die het niet nauw nam, zoals met zijn belastingmoraal. Als zelfverklaard multimiljonair slaagde hij erin om vele jaren geen belasting te betalen. In 2016 en 2017 betaalde hij slechts $750 belasting, vanwege opgevoerde miljoenenverliezen in zijn imperium. In tegenstelling tot een rits voorgangers maakte hij zijn “tax returns” niet openbaar. Daar zal binnenkort wel verandering in komen onder de Biden administratie. Openbaarmaking zal hem niet helpen bij een eventuele nieuwe verkiezing.

Met zijn “draining  the swamp” wilde Ttrump ook reeds lang ingezet beleid op het gebied van gezondheid (Medicare), klimaat en milieu terugdraaien.  Hij stapte uit het Parijse klimaatakkoord en kleedde de milieudienst EPA grotendeels uit via door hem aangestelde leiders Pruitt en Wheeler.  Daarover is hier meermalen geschreven. Milieuwetgeving werd teruggedraaid, en het werken binnen de EPA voor zeer velen onmogelijk gemaakt. Zij namen ontslag of werden botweg ontslagen.  Daarmee dacht Trump zijn vrienden te plezieren, waaronder de steenkolenindustrie, die al op sterven na dood was bij zijn aantreden.

Trump’s leiders van de EPA lieten toe dat er politieke druk kwam op het wetenschappelijk werk. Er wordt al gesproken over aantasting van de wetenschappelijke integriteit en een publieke afrekening.  Het voormalig hoofd van de EPA onder Bush sr. Reilly zegt er dit van: “There’s no precedent for the attack on science, the sweep of it, the blatancy of it that we saw in the last administration… a public reckoning was precisely what the E.P.A. needed now. “

“Although it could look like politics, and probably does to the Trumpies, it’s a reasonable adjustment to what has to be a major transformation,” he said. “It’s a response both to the reality of the scientific abuse that occurred and also important to agency morale.”

Kortom, er zal flink gebezemd worden binnen de EPA om de resten van het moeras op te ruimen.

Fukushima, 10 jaar na de ramp

12 mrt

Japan werd op 11 maart 2011 getroffen door een zeer zware aardbeving (Richter schaal 9.0) en daaropvolgende tsunami. Steden werden verwoest, er vielen 20.000 doden en in de Fukushima Daiichi Nuclear Power Plant ontstonden nucleaire meltdowns. De vrijkomende straling heeft een grote landoppervlakte onleefbaar gemaakt. Meer dan 60.000 mensen moesten worden geëvacueerd, waarvan een groot deel zich elders heeft gevestigd.  De wereld keek toe hoe op chaotische wijze werd geprobeerd de ergste kernramp sinds Tsjernobyl in te dammen.

Die chaos bij de bestrijding illustreerde het gebrek aan voorzieningen bij de bouw en exploitatie van de centrale. Een commissie van het Japanse Parlement sprak dan ook van een “man-made disaster”

De conclusie van de bettreffende commissie onder leiding van Kiyoshi Kurokawa draait er niet omheen:

A “manmade” disaster

The TEPCO Fukushima Nuclear Power Plant accident was the result of collusion between the government, the regulators and TEPCO, and the lack of governance by said parties. They effectively betrayed the nation’s right to be safe from nuclear accidents.

Therefore, we conclude that the accident was clearly “manmade.” We believe that the root causes were the organizational and regulatory systems that supported faulty rationales for decisions and actions, rather than issues relating to the competency of any specific individual.

En:

In order to prevent future disasters, fundamental reforms must take place. These reforms must cover both the structure of the electric power industry and the structure of the related government and regulatory agencies as well as the operation processes. They must cover both normal and emergency situations.

Heeft kernenergie in Japan nog toekomst?

De ramp heeft mettertijd impulsen gegeven aan het veiligheidsdenken rond kernenergie, maar natuurlijk ook aan de wenselijkheid daarvan. Een meerderheid van de Japanners wilt inmiddels af van de kernenergie. Op dit moment draaien nog maar 4 reactoren van de 9 die voldoen aan de na de ramp opgestelde strengere veiligheidseisen, uit een totaal van 33 na de ramp,  terwijl voor de ramp 54 reactoren in bedrijf waren.

Zie ook het commentaar van de IEA, het International Atomic Energy Agency: Nuclear Power 10 Years After Fukushima: The Long Road Back.

Net als elders dus wordt er in Japan druk gedebatteerd over de toekomst van kernenergie, met het doel om in 2050 koolstofneutraal te worden. Dat kan volgens voorstanders niet zonder kernenergie, de tegenstanders voeren de kosten, veiligheid en opslag van kernafval op als argument.

Nu draagt kernenergie 6% van de behoefte bij, tegen 23% uit alternatieve bronnen – behoorlijk meer dan Nederland en België overigens: 8,8% resp. 9,9% in 2019 – en ongeveer 70% uit fossiele bronnen, die Japan niet zelf van brandstof kan voorzien.

Het wordt hoe dan ook een hele klus om dat klimaatdoel in 2050 te bereiken, net als in de lage landen.