Bekroning film “The uncertainty has settled” van Marijn Poels

25 Nov

Op dit blog is al eens geattendeerd op de documentaire “The uncertainty has settled” van Marijn Poels.  In de film stelt hij kritische vragen bij de ontwrichtende inzet van hernieuwbare energie op het Duitse platteland en daaraan gekoppelde vragen over het klimaatbeleid. Nu is er een derde prijs toegevoegd aan zijn palmares. Eerder won hij een prijs in Berlijn en Los Angeles. Nu is de documentaire bekroond in het Paris Independent Film Festival in de categorie Best Documentary Feature. Daar werd de film vertoond op 18 november.

Op 18 oktober werd de film vertoond aan het Europees Parlement in Brussel. Hij wordt op dit moment niet in cinema’s vertoond maar kan worden gehuurd via Vimeo.

 

Advertenties

Ruthenium 106 in Europa’s lucht

22 Nov

Ruthenium 106 is een isotoop (β- en γ-straler) dat vrij komt bij kernsplijting en gebruikt wordt bij de behandeling van oogboltumoren en als brandstof voor satellieten. Eind september – begin oktober werden verhoogde concentraties gemeten in de verschillende monitoringsnetwerken in Europa, te beginnen in Italië, daarna in Frankrijk en elders.

Het Franse instituut IRSN (Institute de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire) heeft een persbericht uitgebracht waarin ze een overzicht geeft van de gemeten niveaus in Frankrijk met een piek begin oktober in Nice. De oorzaak wordt gezocht in een gebied nabij de Oeral. De hoeveelheid vrijgekomen Ruthenium is groot, tussen de 100 en 300 tBq maar de omgevingsniveaus in Europa zijn niet gevaarlijk. De emissie wordt verondersteld te hebben plaatsgevonden eind september. Een backtrajectory van 120 uur met als eindpunt Rome, Italië geeft ongeveer de richting aan waarvandaan de wolk met Ruthenium deeltjes afkomstig is.

190723_trj001

De IRSN heeft een afbeelding gemaakt van de mogelijke bronomgeving tussen de Wolga en de Oeral, die in iets andere vorm door in NRC is gepubliceerd. Zie ook het RIVM bericht hierover.

data22209768-923ddc

In de buurt van de emissiebron worden naar schatting wel normen (voor melk bijvoorbeeld) overschreden. Als bron wordt gedacht aan een opwerkingsfabriek, omdat er geen andere isotopen in verhoogde concentraties zijn gevonden, en een neergestorte satelliet met Ruthenium als brandstof aan boord niet die grote emissie zou kunnen veroorzaken.

In eerste instantie ontkent – zoals gebruikelijk, denk aan Tsjernobyl – Rosatom het Russische staatsbedrijf voor nucleaire installaties een mogelijke emissie. Zij hebben geen relevante Ruthenium concentraties gemeten, in tegenstelling tot de meteorologische dienst Rosgidromet die wel degelijk verhoogde niveaus van Ruthenium heeft aangetroffen:….noted high levels of radiation in the villages adjacent to Rosatom’s Mayak plant for spent nuclear fuel. 

Mayak

Bron: Rosgidromet

Volgens Rosgidromet:  “Mayak has denied being the source of contamination. The plant said it has not conducted any work on extracting Ruthenium-106 from spent nuclear fuel «for several years».

En: Evgeny Savchenko, the top health and safety official in Chelyabinsk region, where the Mayak facility is located, dismissed health fears as «hysteria». Savchenko said there was absolutely no reason for the population to fear health effects.

«Note that officials and their families don’t have injections against radiation … so you’d have to be a total fool to hide dangerous information and not take steps to save people,» he said.

Ook in het nabije Kazachstan worden mogelijke emissies uit nucleaire installaties ontkend.

Flexibiliteit in elektriciteit voorziening

16 Nov

Het ECN heeft het eindrapport van het FLEXNET project (FLEXibility of the power system in the NETherlands) uitgebracht.

In het rapport wordt op drie vragen ingegaan:

  • Welke flexibiliteit in elektriciteit wordt nationaal en regionaal verwacht in 2050 aan de vraagkant
  • Hoe zit dat aan de aanbodkant, welke flexibiliteit kan worden geleverd?
  • Hoe wordt de voorspelde overbelasting (zeker na 2030) van het netwerk aangepakt, wat wordt het maatschappelijk kader voor de afweging tussen netwerkverzwaring en inzet van flexibiliteit?

De samenvatting met de kernpunten staat hier. Deze is geheel in het Engels geschreven. Voor een kort Nederlands overzicht van de conclusies kan worden verwezen naar een persbericht op de site van het Belgische EMIS.

Enkele kernpunten van het rapport ontleend aan het EMIS persbericht:

De vraag naar flexibiliteit groeit met een factor 6 tot 2050. Na het sluiten van kolen- en gascentrales wordt die vraag voor een groot deel ingevuld door import en export van elektriciteit, en door verschuivingen in de vraag naar elektriciteit (‘demand response’), waardoor deze vraag beter verspreid kan worden over de dag en afgestemd op het wisselende aanbod van zon en wind. Daar liggen vooral kansen voor de industrie, bijvoorbeeld door de inzet van technieken als Power-to-Gas, Power-to-Heat of Power-to-Ammonia. Energieopslag, zoals in Powerwalls, elektrische auto, waterkracht of Power-to-Gas wordt een kleine rol toegedacht. Netbeheerders willen tijdig weten of ze hun netwerken moeten verzwaren of dat de verschillende flexibiliteitsopties voldoende kunnen zijn.

Duidelijk is wel, dat er nog heel wat nieuwe technologie moet worden ontwikkeld om dit probleem aan te pakken.

 

 

 

Brexit, een voormalige minister reageert

16 Nov

In The Guardian van vandaag 16 november 2017 een opiniestuk van  John Gummer, Lord Deben, van de Conservatieven, destijds minister van milieu in de regering van John Major tussen 1993 en 1997.

Hij vertelt hoe de Britten destijds tegenover Europa stonden, en dat was weinig coöperatief. Hij had als oud-minister van landbouw veel ervaring opgedaan in het Brusselse en had een uitstekende relatie opgebouwd met zijn Europese collega’s. Luisteren, geven en nemen en bij kritische onderwerpen, daar waar het landsbelang dat persé verlangt, de poot stijf houden, net zoals de anderen.

Het is goed om dit verhaal te horen van een insider, buiten de stroom van anti-Europese verhalen die de Brexiteers voortdurend opdissen.

Het slotcitaat geeft aan waar de Engelsen stonden twintig tot dertig jaar geleden, wat ze te danken hebben aan de Europese regelgeving en hoe Gummer denkt over de Brexit:

“In 1993 we were still seen as the dirty man of Europe. We were fighting to keep universal landfill; we had sewage on our beaches; and our water quality left much to be desired. EU environment rules made us put all that right. We became leaders on environmental agriculture and on climate change, but we learned as well as led. We were not semi-detached but committed to the EU – the greatest peacetime project of our lives, which through arrogance and poisonous self-regard we now seek to undo.”

En dan hebben we het nog niet over de luchtkwaliteit. Die was in de jaren vijftig abominabel in de UK, zeker in de grote steden. Daar hebben de Britten indertijd hard aan gewerkt, en na hun aansluiting bij de EU heeft Europese regelgeving gezorgd voor verdere verbetering. Maar dat is niet voldoende gebleken om de vele knelpunten in de steden definitief op te lossen. De Europese grenswaarden worden op veel plaatsen al jaren overschreden. De dwingende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie gaan de Britten missen. De huidige Tory regering doet te weinig en wordt voortdurend door milieu organisaties en rechters op de vingers getikt om afdoende luchtkwaliteitsplannen te maken en uit te voeren.

De huidige minister van onder andere milieu Michael Gove, wilt na de Brexit een onafhankelijke milieu-waakhond oprichten. Maar of dat een werkbare constructie is blijft de vraag, zonder de ruggensteun van een breed gedragen regelgeving – zoals in de EU – en een gevestigde instelling als het Europees Hof die verbeteringen daadwerkelijk kan afdwingen. De milieu organisaties in de UK hebben er weinig vertrouwen in.

Neerslagoverlast in steden

11 Nov

In Kennislink is een artikel met deze titel verschenen. De neerslag zou toenemen, en gesuggereerd wordt dat de toename van extreme buien is toe te schrijven aan de klimaatverandering. Bij elk extreem weer, wordt al te gauw  klimaatverandering als schuldige aangewezen. Zelfs de ICCP relativeert deze stelling in haar laatste rapport.

Citaat:

“Zware regenval komt steeds vaker voor in Nederland. Zo is er de eerste helft van september op sommige plekken in Nederland al 200 mm neerslag gevallen, terwijl er normaal 80 mm in de hele maand valt. Dit is in overeenstemming met nieuwe gegevens van het KNMI, waaruit blijkt dat neerslag in piekbuien eerder zal toenemen dan gedacht. Sinds 1950 is het aantal dagen met zware regen, waarbij 50 mm of meer neerslag valt, verdubbeld en dit zal door klimaatverandering nog verder toenemen.”

Los van de vraag of de huidige klimaatmodellering de te verwachten neerslag wel voldoende kan voorspellen, geeft een overzicht van de intensieve neerslag al direct meer informatie,  met name als de periode wordt verlengd met KNMI data vóór 1950. Zie het artikel “Extreem nat, klimaatverandering?”  van 5 juni 2016 op dit blog.

Daarin staat een grafiek (hieronder weergegeven) met neerslaghoeveelheden >20 mm van KNMI data vanaf 1906, en die maakt duidelijk dat extreme neerslag >50 mm ook voor 1950 voorkomt. Als je alleen afgaat op een beperkte periode zoals in de rechtse afbeelding verlies je informatie. Er lijkt in de afbeelding vanaf 1906 een kleine cyclus onder het neerslagpatroon te zitten, mogelijk een AMO effect.

neerslag de Bilt groter dan 20mm

Terecht wordt in het Kennislink artikel gesteld dat de overvloedige regen te weinig wordt vastgehouden. Het ontwerp van riolering is gebaseerd op verwachte patronen met een bepaald maximum aan afvoercapaciteit. Die kan en wordt natuurlijk af en toe overschreden. Als er vervolgens te veel beton en asfalt ligt kan het water niet voldoende bezinken en stroomt af naar het riool. Als de afvoercapaciteit te klein is komt het vuile water er weer uit op alle mogelijke plaatsen. In het artikel wordt overigens niet opgemerkt dat Nederland samen met België hoort tot de top “bodemafsluiters’ van Europa. Zie de verwijzing in het genoemde artikel naar de EEA met gegevens over de toename in bodemafsluiting in Europa. De afsluiting van de bodem is wellicht een groter probleem dan de capaciteit van de riolering.

De voorgestelde verbeteringen in het artikel zijn zeker zinvol om de overlast in de toekomst te verminderen, zie ook acties zoals in Amsterdam (Amsterdam Rainproof).

 

 

Reductie van CO2 emissies

8 Nov

Op meerdere plaatsen verschijnt dezer dagen een afbeelding waarin de afname van de CO2 wordt weergegeven voor de top-15 landen in miljoenen tonnen tussen 2000 en 2016.

CO2 emissie reductie cf BP 2017

De afname in tonnen CO2 is het grootst in de Verenigde Staten, de andere landen volgen op grote afstand.

In de bron van de afbeelding, de BP Statistical Review of World Energy 2017, staat  op pagina 47 een uitgebreide tabel, die niet precies de data omvat, zoals in de afbeelding weergegeven. Daar start de tabel met het jaar 2006. Kennelijk zijn er voor de bovenstaande afbeelding data bij genomen vanaf 2000. Die en andere data kunnen worden opgezocht op de site van BP. Hieronder de kop van de tabel in het rapport.

kop tabel BP CO2 reductie 2017

Een nadere beschouwing leidt tot vergelijkbare inzichten, in dit geval voor de periode 2005-2015. Interessanter wordt het als niet de absolute afname in tonnen als variabele wordt genomen, maar als percentage per land. Dan ziet de afbeelding met de zelfde landen er opeens anders uit:

CO2 emissie reductie in % cf BP 2017

De koploper is dan opeens de Oekraïne, terwijl de Verenigde Staten bijna onderaan dit lijstje van 15 landen eindigen. Een grote afname in absolute termen dus, maar niet bijzonder groot ten opzichte van de omvang van de eigen emissies. De grootste percentuele afname wordt in de tabel gevonden bij Qatar (10,3%), gevolgd door Bangladesh (7,3%).

Ook in de genoemde tabel staat de bijdrage van elk land aan het totaal van de CO2 emissies. Hieronder in afnemende volgorde gesorteerd voor de 50 grootste emissies. China en de Verenigde Staten staan op kop, op afstand gevolgd door de andere landen. Nederland staat op plaats 31 met een bescheiden aandeel van 0,6%. Waarmee nog eens duidelijk wordt, dat de voorgenomen CO2 emissiereductie in Nederland in elk geval weinig effect ressorteert op wereldniveau.

CO2 emissie top 50 cf BP 2017

Klimaat: COP23, Rutte III en Marcel Crok

6 Nov

In Bonn wordt weer eens vergaderd over de klimaatverandering (COP23) in een sfeer die getekend is door teleurstelling over het nauwelijks invullen van de in Parijs toegezegde inspanningen tot reductie van de broeikasgassen. Ook Nederland haalt met het nieuwe Rutte III-kabinet zijn Parijse toezeggingen niet, aldus een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (persbericht , rapport ).

Citaat uit persbericht:

“Het door het kabinet Rutte-III voorgestelde emissiedoel van 49% reductie in 2030 past bij de ambitie uit het Parijs-akkoord om de temperatuurstijging te beperken tot ruim onder de 2 graden. De geanalyseerde maatregelen realiseren ruwweg de helft van de daarvoor benodigde emissiereductie. Het transitiebeleid wordt ingezet maar kan nog aan kracht winnen. Om de beoogde reductie van 49% in 2030 te halen, zullen in een nieuw klimaat- en energieakkoord aanvullende maatregelen uitgewerkt moeten worden.”

Het blijft zwoegen. Die grens van 2 graden was een politieke keuze, net als de aanscherping tot 1,5 graden. Nu de Amerikanen uit het klimaatakkoord van Parijs stappen ligt er een nieuwe uitdaging voor de resterende deelnemers voor het halen van de emissiereducties voor CO2, want daar draait het in de discussies toch voornamelijk om. In de aanloop naar de conferentie kwamen de orkanen van dit seizoen precies op tijd om de opwarming weer eens (en weinig terecht) de schuld te geven. Dat voedt de breed uitgemeten consensus over de belangrijkste antropogene oorzaak en prikkelt nog eens extra het schuldgevoel, zodat er weer miljarden op tafel worden gebracht voor inspanningen, die nauwelijks gaan bijdragen aan het halen van de doeleinden tegen het einde van de eeuw.

De bijdrage waar Nederland voor staat zal een minimale invloed hebben op de opwarming van de aarde. Dat zou tot enige relativering mogen leiden. En bekijk voor een ander geluid het interview met Marcel Crok op RTLZ.