Hongarije en Tsjechië: going nuclear

23 dec

Europa klimaatneutraal in 2010, dat was het onderwerp van de Europese top op 12 en 13 december 2019. In de tot nu toe verschenen documenten wordt weinig concreet ingegaan hoe de EU dat wil bereiken. Het zijn veeleer nog vage intenties en afspraken die nog moeten worden ingevuld.

Landen als Hongarije, Tsjechië en Polen beschikken niet over voldoende capaciteit om in hoog tempo te de-carboniseren. De Polen slepen een uit de communistische tijd stammende elektriciteitsvoorziening op basis van steenkool met zich. Zij krijgen een uitzonderingspositie.

Hongarije en Tsjechië kunnen de klimaatdoelstellingen ook niet halen via alternatieve bronnen. Zij mogen de nucleaire optie open houden, en dat is wel bijzonder in de huidige Europese visie op energie, die is gericht op het ontmantelen van de nucleaire energievoorziening.

Ook in Nederland werd in Utrecht op 19 november tijdens een ingenieurscongres een warm pleidooi gehouden voor kernenergie, citaat uit Technisch Weekblad:

“…(Ad Louter).. de directeur van Urenco en voorzitter van Nucleair Nederland verdedigde met verve en met veel cijfers de stelling dat we álle opties voor opwekking van CO2-vrije energie moeten inzetten om de gevreesde mondiale opwarming van meer dan twee graden te voorkomen. Want komen we daarboven dan wordt die opwarming onomkeerbaar. En dan is kernenergie volgens Louter onmisbaar. En – even terug naar landelijke schaal – dat geldt ook als we in Nederland de uitstoot van kooldioxide over tien jaar willen reduceren met 49 procent, en in 2050 met 95 procent ten opzichte van 1995.”

En;

In de visie van Louter is kernenergie meer dan een kosteneffectieve CO2-vrije energiebron naast stroom uit wind en zon; het is ook de broodnodige voorziening voor die perioden waarin zon en wind het laten afweten, bijvoorbeeld tijdens een koude windstille winter. Van de niet-fossiele opwek anno 2018 komt 16 procent uit kerncentrales, 22 procent uit biomassa, 15 procent van zonnepanelen en 46 procent van windturbines. Die twee laatste zijn natuurlijk grillig in hun productie; wind en zon zijn zoals bekend niet regelbaar.”

Naast de subsidies voor zon- en windenergie (nul voor nucleair) is er de kwestie van de gerealiseerde productie in deze hoek, slechts  20% van het opgestelde vermogen in 2018.

Kortom, om puur technische redenen is kernenergie onmisbaar, maar zoals nog steeds ligt dit onderwerp politiek te gevoelig.

In Nederland waait het minder, in China ook

22 dec

In een recent verschenen artikel kijken de auteurs via 5 verschillende her-analyses naar de windsnelheden in Chjna over de periode 1979-2011. Het gaat om een vergelijking tussen de her-analyses en observaties (CN05.1 hieronder). Dat loopt niet helemaal parallel, zoals al eens eerder voor Nederland door KNMI medewerkers is aangetoond (Trends in storminess over the Netherlands, 1962–2002 ).

Deel uit abstract:

“……the performances of five sets of reanalysis data, including National Centers for Environmental Predictions (NCEP)-U.S. Department of Energy (DOE) Reanalysis 2 (NCEP-2), Modern-ERA Retrospective Analysis for Research and Applications (MERRA), Japanese 55-year Reanalysis Project (JRA-55), Interim ECMWF Re-Analysis product (ERA-Interim), and 20th Century Reanalysis (20CR) in reproducing the climatology, interannual variation, and long-term trend of near-surface (10 m above ground) wind speed, for the period of 1979–2011 over continental China are comprehensively evaluated.”

En de resultaten:

“The near-surface wind speed derived from the observations exhibit significant decreasing trends over most parts of continental China during 1979 to 2011. ”

China windspeed atmosphere-10-00804-g007

Figure 7. Time series of anomalous near-surface wind speed (unit: m·s−1) in annual (a), spring (b), summer (c), autumn (d), and winter (e) averaged over the continental China derived from CN05.1 (black), NCEP-2 (red), MERRA (green), JRA-55 (blue), ERA-Interim (purple), and 20CR (yellow).

Er  is ook een vergelijking gemaakt met de observaties. Daaruit blijkt een doorgaans grotere afname in windsnelheid voor de observaties. De correlatie tussen her-analyses en observaties komt niet boven de 0,6 uit, en dat is mager. Voor de lente scoren de her-analyses nog het beste.

atmosphere-10-00804-g005

Figure 5. Linear trends (unit: m·s−1 per decades) of annual, spring, summer, autumn, and winter mean near-surface wind speeds for the observation (column) and reanalysis datasets (star) NCEP-2 (red), MERRA (blue), JRA-55(green), ERA-Interim (purple), and 20CR (yellow), respectively, over China (a) and nine subregions (bj).

De daling afgeleid uit de observaties bedraagt tijdens de periode ongeveer 0,15 m/s. dat komt aardig overeen met de berekende dalende tendens van de gemiddelde windsnelheid in Nederland  in drie van de vijf stations. In twee Nederlandse stations was de daling factoren hoger.

tabel trend 1960-2019

Nog eens: Waait het tegenwoordig harder?

19 dec

In de vorige post  over windsnelheden in Nederland is nagegaan of de gemiddelde windsnelheid in Nederland de laatste 60 jaar is toegenomen, aansluitend op een artikel daarover in Nature Climate Change. De auteurs van dat artikel vonden wereldwijd een toename van de gemiddelde windsnelheid in de laatste tien jaar.

Uit windsnelheidsmetingen van vijf KNMI weerstations verdeeld over Nederland (Maastricht, Eelde, Vlissingen, de Bilt en de Kooy) blijkt geen toename in die periode. Omdat we beschikken over langere meetperioden voor deze stations zijn naast de laatste decade ook de data vanaf 1960 tot 2019 geanalyseerd. Dat leidt in het verloop tot een golvend patroon van toename en afname voor de verschillende stations door de jaren, maar voor alle stations neemt de gemiddelde windsnelheid (maandgemiddelde) af. Het sterkst neemt die af op station de Kooy.

Maar wat dan voor de harde winden, de windstoten, nemen die niet toe? Er wordt toch zoveel gewezen op de extremen in het weer als gevolg van de klimaatopwarming? Vanaf 1960 hebben er zo’n 40 zware stormen het land getroffen  met hoogste uurgemiddelde windsnelheden van 25-31 m/s en windstoten van 31-44 m/s. Uit dat overzicht kan geen verandering van windsnelheden of frequentie worden afgeleid, het is volgens het KNMI niet geschikt voor statistiek.

Terug naar de KNMI meteo databestanden. Daarin is een kolom opgenomen voor de hoogste windsnelheid op een dag, met de code FHX. Daar zijn de volgende analyses op los gelaten.

hoogste windsnelheid per maand 5 KNMI stations

Uit het overzicht komt een vergelijkbaar patroon naar voren als voor de gemiddelde windsnelheid. Ter illustratie de twee grafieken voor Maastricht, met een licht golvend verloop.

gem en max windsnelheid Maastricht 1960-2019

De lineaire trend (in m/s volgens de Theil-Sen methode van de hoogste uurgemiddelde windsnelheid (in m/s) over de periode 1960-2019 bedraagt voor de vijf stations:

tabel trend hoogste windsnelheid 1960-2019

95% CI = 95% betrouwbaarheidsinterval

Een verdeeld beeld, voor Maastricht en Vlissingen wordt geen trend gevonden, voor Eelde en de Bilt een kleine daling, voor de Kooy een flinke daling.

Windstoten

Hoe zit het met de windstoten? Daar heeft station de Bilt de langste meetperiode, gestart in 1951. De andere stations waren voor deze parameter nog niet toegerust in 1960. Voor de periode 1960-2019 baseren we ons alleen op de data van de Bilt. Windstoten staan in de KNMI datatabellen onder de code FXX. We nemen de zwaarste windstoot per maand. In de grafiek wordt alleen de smooth trendlijn met 95% betrouwbaarheidsinterval weergegeven. In enkele maanden is die vrijwel recht en lijkt er ook overigens weinig te veranderen.

max windstoten de Bilt 1960-2019

Maar volgens de Theil-Sen methode is er een lichte daling in alle seizoenen resp – 0,021, – 0,023, – 0,032 en – 0,023/jaar  voor resp. lente, zomer, herfst en winter, resulterend in een afname met 1,38 m/s over de hele periode 1960-2019.

Kortom de hogere windsnelheden en windstoten nemen net als de daggemiddelde windsnelheden af in de beschouwde periode. Het is niet harder gaan waaien in Nederland.

Vlaams klimaatplan

9 dec

De Vlamingen hebben er een paar dagen op moeten wachten. Het Vlaams klimaatplan zou afgelopen vrijdag worden gepresenteerd, maar volgens verantwoordelijk minister Demir moest er nog wat aan gerekend worden. Nu ligt het plan op tafel en kan Demir naar de COP in Madrid. De klimaatdoelen worden niet gehaald. Men gokt op technologische innovatie:”Jan Jambon (premier) zegt dat het tekort opgevangen kan worden door technologische innovatie. “Nu bestaan er nog geen elektrische, zelfrijdende wagens”, zei hij bij de presentatie van het Klimaatplan. “Iets in mij zegt dat dat over enkele jaren wel het geval zal zijn.”  Tja, zo wordt er wel meer gefluisterd.

Wel is de onmacht duidelijk geworden om op gewestelijk niveau voldoende middelen en ideeën te produceren om de Belgische klimaatdoelen te bereiken. België wordt in de klimaatdiscussie als geheel land behandeld. Nu maakt ieder (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) voor zich plannetjes, die niet eens zijn afgestemd, als dat al zou lukken in een situatie waarin het tot stand komen van een federale regering hopeloos veel tijd kost. De mijlpaal van 180 dagen regeringsvorming is inmiddels al voorbij. De laatste informateur de Waalse socialist Magnette loopt vast in Vlaamse deelbelangen. Het huidige kabinet neemt de lopende zaken waar, en zal uiteraard geen poging doen om het land een verplichting op te leggen in dit verband, Maar dit soort onderwerpen horen gewoon een federale bevoegdheid te zijn.

Waar de meeste aandacht van de pers nu naar uitgaat is een snelheidsbeperking van 100 km/h op de Brusselse ring. De enige ring waar je in Europa nog 120 km/h mocht rijden. Een onderwerp, waarvoor Vlaanderen niet eens volledig verantwoordelijkheid draagt. Brussel en Wallonië moeten dat ook willen. Heeft u trouwens al eens zo hard kunnen rijden op de Brusselse ring? Meestal is het gewoonweg aanschuiven, met als gevolg nog meer CO2, NOx en fijnstof. Zelfs rekentechnisch is zo’n verlaging futiel. Die snelheidsbeperking lost dus niets op. Aan andere soorten van mobiliteit moet nog worden gerekend…..?

Snelheidsbeperking taboe

6 dec

Update 9-12-2019

Hieronder staat een verwijzing naar een gelekte nota van het Umweltbundesamt, waaruit de Süddeutsche Zeitung het advies voor een snelheidsbeperking tot 120 km/h voor de autosnelwegen citeerde. Dat rapport “Kein Grund für Lücke” met ondertitel “So erreicht Deutschland seine Klimaschutzziele im Verkehrssektor”für das Jahr 2030” is echter gewoon verschenen op 5 december. Er is een gat (Lücke) tussen de klimaatdoelstelling voor 2030 en de verwachte emissies. En daar staat dat advies gewoon in op pagina 21 onder het hoofdje Tempolimit. De reductie zou volgens berekeningen 3 miljoen ton CO2 besparen. Niet veel op een gat van 50 miljoen ton CO2. Maar het is dan ook onderdeel van een breder pakket. Alle beetjes helpen?

Oorspronkelijke tekst

De snelheidsbeperking van 130 km/h naar 100 km/h op autowegen in Nederland is met grote snelheid wettelijk geregeld. Gemor onder automobilisten en politici ten spijt. Je mag straks alleen ’s avonds en ’s nachts nog harder. Het aangrenzende buitenland heeft daar met verbazing naar gekeken. Dat alles in verband met de stikstofcrisis. Overigens zal die snelheidsverlaging niet tot grote reducties aan NOx leiden, alleen lokaal zal men er iets van kunnen meten. Voor het verkeer in totaal ongeveer 9% reductie, en voor alle stationaire en mobiele NOx bronnen samen zakt de NOx emissie slechts een kleine fractie, ongeveer 2%. Meer imago winst dan werkelijk effect. Tegelijk wordt er natuurlijk wel veel minder uitstoot van CO2 verwacht. Dus het helpt de klimaatdoelstellingen te bereiken, en het is uiteraard beter voor de verkeersveiligheid.

Zoiets ligt aanmerkelijk gevoeliger in bijvoorbeeld Duitsland. Automobilisten zijn een apart ras geworden met eigen belangen, niet alleen in ons land. En kom de Duitse automobilist niet aan zijn “Sechszylinder”. Toch worden er plannen ontworpen om het verkeer zijn bijdrage op te dringen om Duitsland in 2050 “klimaneutral” te laten worden.

Het Umweltbundesamt schrijft daar menig rapport over. Bijvoorbeeld in “Wege in eine ressourcenschonende Treibhausgasneutralität – RESCUE Studie”. In de verkorte versie van het rapport staat t.a.v. het verkeer de zinsnede (pag. 48 – in het volledige rapport op pag. 229 meer uitgebreid): “Der Schlüssel zu einer aus volkswirtschaftlicher Sicht effektiven Gestaltung eines treibhausgasneutralen undressourcenschonenden Verkehrs liegt in einer Kombination aus Verkehrswende sowie einer Energiewende im Verkehr.” Dus niet alleen meer elektrische auto’s, maar ook transformaties naar andere verkeersvormen, belastingverhogingen op fossiele brandstoffen (via CO2 beprijzing) en het afbouwen van geliefde subsidieregelingen zoals “Dieselsteuer- und Dienstwagenprivileg, und Pendlerpauschale“.

En:”Verkehrsvermeidung und die Verlagerung auf den Umweltverbund spielen im Personenverkehr eine zentrale Rolle. Um dies zu erreichen, sind einerseits eine CO2-Bepreisung auf fossile Kraftstoffe einzuführen und umweltschädliche Subventionen abzubauen (z.B. Dieselsteuer- und Dienstwagenprivileg, Pendlerpauschale), andererseits Anreize zu schaffen, Wegstrecken zu reduzieren und mehr Wege mit dem Umweltverbund zurücklegen zu können.”

Sterkere maatregelen staan er niet, hoewel uit een bericht van de Süddeutsche Zeitung van vandaag 6 december blijkt, dat er wel degelijk plannen op het Umweltbundesamt zijn ontwikkeld, maar die hebben de openbaarheid niet bereikt. Een gelekt rapport spreekt over verhoging van de belasting op brandstoffen met 70 cent voor diesel, en 47 cent voor benzine voor 2030, naast de hierboven genoemde maatregelen. Verder een verhoging van de tol  (Maut) en een snelheidslimiet van 120 km/h. en dat laatste komt zeer hard aan, zo hard dat het ministerie het niet heeft gedurfd er mee naar buiten te komen. Zo wordt het mooi omschreven:”Die Klimaziele im Verkehr seien “ambitioniert, aber machbar”, heißt es in dem Papier. Entscheidend sei allerdings ein Ausgleich sozialer Härten.” En daarmee wordt de evenwichtige verdeling van de komende pijn bedoeld tussen alle sectoren van het verkeer, inclusief de boze automobilisten.

 

 

 

Waait het tegenwoordig harder?

5 dec

Opmerkelijk bericht over toename van de windsnelheid. In een artikel in Nature Climate Change wordt aangegeven dat de wereldwijde windsnelheid boven land in de laatste decade is toegenomen. Titel: “A reversal in global terrestrial stilling and its implications for wind energy production”. Het artikel zit achter pay-wall, maar hier is het abstract:

“Wind power, a rapidly growing alternative energy source, has been threatened by reductions in global average surface wind speed, which have been occurring over land since the 1980s, a phenomenon known as global terrestrial stilling. Here, we use wind data from in situ stations worldwide to show that the stilling reversed around 2010 and that global wind speeds over land have recovered. We illustrate that decadal-scale variations of near-surface wind are probably determined by internal decadal ocean–atmosphere oscillations, rather than by vegetation growth and/or urbanization as hypothesized previously. The strengthening has increased potential wind energy by 17 ± 2% for 2010 to 2017, boosting the US wind power capacity factor by ~2.5% and explains half the increase in the US wind capacity factor since 2010. In the longer term, the use of ocean–atmosphere oscillations to anticipate future wind speeds could allow optimization of turbines for expected speeds during their productive life spans.”

Uit de uitgebreide toelichting onder het abstract blijkt, dat de auteurs zich baseren op maandgemiddelden, gemeten en gemodelleerd. De auteurs geven overigens alle gebruikte informatie zoals bronnen voor de data en codes goed aan. Hun conclusie is ongeveer 17% meer wind in krap 10 jaar, dat is een forse vermeerdering.

In een commentaar van Technisch Weekbladvan 3 december 2019 staat:

“Onderzoek in Nature Climate Change wijst erop dat windsnelheden wereldwijd sinds 2010 flink zijn toegenomen nadat ze in de decennia daarvoor juist gedaald waren. Als de dalende trend had doorgezet zouden windsnelheden aan het einde van deze eeuw ruim 20% lager liggen en zou het potentieel voor windenergie volgens de auteurs gehalveerd zijn. Die daling (‘terrestrial stilling’) werd toegeschreven aan urbanisatie en herbebossing, waardoor het aardoppervlak meer reliëf krijgt en wind remt.

De onderzoekers schrijven de toenemende windsnelheden van het afgelopen decennium toe aan veranderende stromen in oceanen en de atmosfeer. Volgens de auteurs is de toegenomen capaciteitsfactor van windturbines in de VS voor de helft toe te schrijven aan hardere wind.”

Dat roept direct de vraag op of de wind in Nederland ook zoveel is toegenomen. Het zou voor de eigenaren van windmolens een mooie winst aan capaciteit betekenen. Maandgemiddelde windsnelheden zijn niet direct te vinden. Het KNMI heeft in haar tabellen  wel daggemiddelde waarden (code=FG), waaruit maandgemiddelden kunnen worden berekend. Voor een vergelijking zijn vijf KNMI stations genomen met een lange tijdserie en verdeeld over het land: Maastricht, Vlissingen, Eelde, De Bilt en De Kooy. Drie stations op het land, twee aan de kust. De data van deze vijf stations zijn gehomogeniseerd, en dat maakt ze beter geschikt voor klimaatanalyses, aldus het KNMI.

Periode 1960-2019

Er is een overzicht gemaakt van de maandgemiddelden vanaf 1960, dan wordt een langere periode voor de eeuwwisseling nog meegenomen. Een beeld over een langere periode werkt altijd beter. En we rekken de periode op tot in de eerste week van december. Alle berekeningen en grafieken zijn gemaakt met R.

maandgemiddelde windsnelheid 5 statations 1960-2019

In de grafiek is een smooth trendlijn opgenomen met een betrouwbaarheidsinterval van 95%. Uit de grafiek van de vijf stations blijkt niet direct een grote verschuiving in de gemiddelde windsnelheden gemeten op  de vijf KNMI stations, uiteraard buiten de seizoenverschillen. Bij De Kooy lijkt op het oog wel iets aan de hand. Bij de andere stations zijn lichte veranderingen, zowel stijgingen als dalingen te zien. Voor de duidelijkheid is voor Maastricht de grafiek nog eens apart opgenomen.

maandgemiddelde windsnelheid Maastricht 1960-2019

Daaruit blijkt een golvende beweging tot de jaren negentig, daarna zakt de gemiddelde windsnelheid duidelijk. Over een nog langere periode zijn naast geleidelijke veranderingen door de jaren ook nog grotere abrupte veranderingen te zien in Maastricht. Verplaatsing van het station naar vliegveld Maastricht Aachen Airport is daarvoor onder andere een van de redenen.

maandgemiddelde windsnelheid Maastricht 1906-2019

Laten we eens kijken naar een lineaire trend. Met de Theil-Sen trend methode is een lineaire trend  voor de gemiddelde windsnelheid berekend. De trend over de 60 jaar van 1960 tot 2019 wordt dan:

tabel trend 1960-2019

De daling van De Kooy is opmerkelijk te noemen. Welke oorzaak of oorzaken daar aan bijdragen is onbekend.

gemiddelde windsnelheid de kooy 1960-2019 TheilSen

We kunnen constateren dat de gemiddelde windsnelheid voor de landstations en voor De Kooy zijn gedaald. Alleen Vlissingen vertoont een lichte stijging.

Laatste decade

De auteurs van het artikel hebben zich beperkt tot de laatste decade. Dat doen we dan ook maar. Eens zien wat dat uitmaakt voor de vijf stations.

maandgemiddelde windsnelheid 5 statations 2010-2019

Net als in de grafiek van de periode 1960-2019 is een smooth trendlijn berekend. Het 95% betrouwbaarheidsinterval heeft een iets lichtere kleur dan de betreffende lijn. Dat interval is zo smal dat het nauwelijks is te onderkennen. Een weinig wisselend verloop dus. Het lineaire verloop via de TheilSen methode is ook gering zo blijkt uit de berekening,

tabel trend 2010-2019

Maar wel overal een daling in de periode 2010-2019, de forse daling bij De Kooy over de periode 1960-2019 lijkt in de laatste decade af te zwakken.

gemiddelde windsnelheid de kooy 2010-2019 TheilSen

Uit de KNMI data blijkt dat de windsnelheid over een langere periode nogal eens wisselt. De conclusie uit het Nature Climate Change artikel dat de gemiddelde windsnelheid is toegenomen met zo’n 17% kunnen we voor Nederland niet delen op grond van deze data. Jammer voor de eigenaren van windmolen.

 

Energiedebat België: kerncentrales langer open houden

3 dec

Een volgend hoofdstuk in het energiedebat, nu weer in België. Eerdere artikelen over dit thema hier, hier, hier, hier, hier, en hier.

Hoofdpunt in het Belgische nieuws vandaag 3 december 2019: Ingenieurs pleiten voor het open houden van de jongste twee kerncentrales, om daarmee gemakkelijker de klimaatdoeleinden van 2050 te halen. In het bericht wordt de term “ingenieurs” gebruikt. Het is de Expertgroep Energie en Elektrotechniek van IE-net, de Vlaamse ingenieursvereniging, de Vlaamse pendant van het Nederlandse Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).  Typisch het niet vermelden van de term ”expert” in het nieuws, dat ligt kennelijk al te gevoelig, want aan experts heeft de politiek zoals bekend een hekel.

ingenieurs BE pleiten voor openhouden centrales

Vandaag 3 december 2019 wordt een energiedebat gevoerd door deze expertgroep op basis van haar eigen visienota “Energie in 2050” met zes strategische aanbevelingen door ingenieurs voor politici. Het is een update van een eerdere nota van dit jaar.

Het energieverbruik in België is in de jaren na de crisis van 2008 met 9% gedaald.

BE energieverbruik per sector 1990-2017

Figuur 3 Energieverbruik uit de nota. (Bunker: brandstof voor de internationale scheep- en luchtvaart; Transformatieverliezen: dit zijn vooral de warmteverliezen bij productie van elektriciteit; Feedstock: energiegebruik van energiedragers voor de vervaardiging van producten )

Deze daling van 0,8%/jaar is veel te laag om de klimaatdoelstelling te bereiken, er zijn daarom drastische maatregelen nodig. Een daling van 2%, voornamelijk door besparing op energieverbruik.

Om de klimaatdoelstelling te bereiken moet 85% minder CO2 worden geëmitteerd, dat betekent het verbruik terugdringen van 725 tot 250 TWh. Daarvan zegt de expertgroep: “Technisch is dit zeer ambitieus maar haalbaar, maatschappelijk en economisch is dit een trendbreuk die veel groter en ingrijpender is dan de trendbreuk van 2008.”

De expertgroep mikt vooral op technologische veranderingen, een tienmaal hoger aandeel van hernieuwbare  bronnen , maar ook het gedrag van de consument dient te veranderen.  Leveringszekerheid wordt op termijn een probleem, mede door de ontwikkelingen in Duitsland  (kernenergie en kolen stop) en Nederland (kolen stop, aardgas reductie). Dat noopt tot grote(re) buffers bijvoorbeeld voor aardgas en waterstof, die er nu nog onvoldoende zijn. Dat moet ook voorkomen dat het land qua energievoorziening plat gaat in een situatie, zoals dreigde in januari 2018 waar het in grote delen van NW-Europa nauwelijks waaide en de zon niet scheen gedurende twee weken, een zogenaamde Dunkelflaute.

Op grond van hun analyse geven zij 6 strategische aanbevelingen (uit de nota):

  1. Investeer in onderzoek & ontwikkeling en opleiding
  2. Investeer in infrastructuur: invoer, transport en opslag van energiedragers van de toekomst
  3. Faseer de kernuitstap: laat Doel 4 en Tihange 3 langer open om de transitie te faciliteren, hou zoveel mogelijk technologische opties open
  4. Investeer in langetermijnbeleid in een Europees kader
  5. Versnel gedragswijzigingen: ruimtelijke ordening, renovatie, mobiliteit, kringloop- en deeleconomie…
  6. Voer geleidelijk een minimum CO2 taks in op alle fossiele energiedragers

Eigenlijk allemaal inmiddels vertrouwde termen, niet alleen gericht op technologie, maar ook op maatschappelijke kwesties. Nieuw is het pleidooi voor het openhouden van kerncentrales.

De expertgroep is dus voorstander van het openhouden van Doel 4 en Tihange 3, samen goed voor 16 TWh per jaar. Bij de andere units speelt de kwestie van de waterstofblaasjes, ofwel de scheurtjes. Een te groot (en te snel doorgevoerd) aandeel van aardgas centrales ter vervanging doet afbreuk aan de CO2 doelstelling.  Op 250 TWh zijn 16 TWh natuurlijk peanuts.

Het toekomstplaatje van de energievoorziening in België voor 2050 ziet er dan zo uit, figuur 9 uit de nota (hier is voor kernenergie nog de wettelijke status van sluiting in 2025 aangenomen):

energievoorziening BE in 2050

Het gat van de kernenergie zou dan via aardgas worden opgevuld, de fuelmix wordt dan in 2050 als volgt: hernieuwbare energie 135 TWh en gas 115 TWh, samen de beoogde 250TWh:

evolutie hernieuwbare energie BE

Het langer openhouden van de kerncentrales geeft in dit scenario meer speelruimte.