Mediale “verontwaardiging” over lachgas emissie Chemelot

4 jun

Nadat dagblad de Limburger braaf de NRC artikelen over de lachgas emissie heeft gekopieerd komt er vandaag 4 juni 2019 een redactioneel opiniestuk, dat boze DSM aandeelhouders citeert, omdat DSM (lees Chemelot) jaren niets heeft gedaan aan de emissie. Ook de directeur Sijbesma wordt met vinger nagewezen.

Zowel de redactie als de aandeelhouders hebben ooit rekenen geleerd, mag worden aangenomen.

Maar kennelijk heeft niemand de berekening van de emissie en de effecten daarvan eens zelf uitgevoerd. In het vorige blog artikel is de berekening wel uitgevoerd met vrij toegankelijke formele gegevens.

En die berekening komt uit op een bijdrage van de Chemelot plant (1,1 Mton CO2-equivalent) van 0,4% op landelijk niveau van de totale broeikas emissie, en op 0,011% op Europese schaal. Op de site van het Europees parlement wordt lachgas als broeikasgas niet genoemd. Op wereldschaal wordt dat 0,0024%. Waar praat je dan nog over? 

Dat DSM aandeelhouders met een schuine blik op hun aandelen vooral politiek reageren ligt voor de hand, en ook dat DSM het boetekleed aantrekt past in die houding. Het is kennelijk niet bon ton om vragen te stellen bij zo’n gevoelig onderwerp als het klimaat, maar gelet op de ware proporties van de emissie maken de aandeelhouders en de redactie van de Limburger zich eigenlijk belachelijk.

 

Advertenties

Lachgas emissie: een klimaatklapper?

31 mei

In NRC van 21 en 23 mei 2019 is een broeikasprobleem aangekaart. Het gaat om de lachgas (N2O) emissie van het complex Chemelot in Limburg. Er wordt fors uitgehaald over de emissie, met name ook over het ontbreken van enig toezicht op de emissie. De twee artikelen zijn overgenomen door het regionale blad de Limburger.

Dit zijn de twee koppen van de artikelen: Aanpak van ‘vergeten’ broeikasgas kan klimaatklapper opleveren en Informatie Limburg over toezicht lachgas klopte niet

Dat er nauwelijks sprake is geweest van toezicht valt eenvoudig te verklaren, omdat er in de vergunningen van de betreffende fabrieken niets is vermeld over grenzen aan de uitstoot van lachgas. Verschil van inzicht wie nu de bevoegde instantie is om de emissies te controleren heeft kennelijk bijgedragen tot het lange tijd ontbreken van de emissie in de emissie-registratie. Maar terug naar de emissies.

De emissie wordt omgerekend op circa 0,4 miljoen ton CO2-equivalenten, waarbij al een factor van 265 is verdisconteerd in de vergelijking van het broeikaseffect van lachgas ten opzichte van kooldioxide. Het bedrijf heeft de emissies een paar jaar geleden wel gemeld, maar dat heeft geen bijzondere actie opgeleverd.

Hoe zit het nu met die “klapper”? Zo’n 4% van de totale broeikasemissie is afkomstig van lachgas, en die lachgas emissie bedraagt in totaal 8,7 miljoen ton CO2-equivalenten. De landbouw stoot het meeste uit, gevolgd door de industrie waar Chemelot de hoofdmoot uitmaakt.

In het plaatje van de totale landelijke broeikasemissie bedraagt de bijdrage van de fabriek op het Chemelot terrein ongeveer 0,25 %. Dat is niet erg veel met alle respect, om maar niet te spreken over wat die bijdrage betekent in de totale broeikasemissie van de EU of de wereld. In 2015 bedroeg de Nederlandse broeikasemissie 195 miljoen ton CO2-equivalenten binnen een totaal voor de EU van 4,452 miljoen ton ofwel 4,4%, en aldus 0,011% voor het lachgas van Chemelot, en op wereldschaal  45261,2517 miljoen ton CO2-equivalenten, overeenkomend met 0,41% (2014) voor Nederland. Het percentage van de Chemelot fabriek verdwijnt dan na vele nullen achter de komma.

Prima, dat er kritisch wordt gekeken naar wat mogelijk te reduceren valt aan emissies, maar om dat nu een klimaatklapper te noemen?

Verhoudingen energiebronnen 1965-2017

1 apr

Het kan geen kwaad zich af en toe te realiseren hoe de verhoudingen tussen de verschillende energiebronnen zich hebben ontwikkeld vanaf 1965, en welke rol de alternatieve bronnen hierin spelen. Er blijkt weinig veranderd in de energiemix, aldus BP.

Trump en de neergang van de EPA – vervolg 9: de nieuwe chef

7 mrt

Andrew Wheeler als opvolger van Pruitt is nu door de Senaat definitief bevestigd als nieuwe directeur van de EPA. Zijn stijl is anders dan die van Pruitt, die nogal eens tekeer kon gaan en bijvoorbeeld de klimaatopwarming goed voor de mensheid vond. Nee, Wheeler is beleefd en doet het met handschoenen aan. Bij zijn voordracht tegenover de senaatscommissie in Januari vond hij zelfs “climate change real”.

Hij is bereid om te luisteren naar andere meningen, maar Wheeler volgt wel de zelfde beleidslijnen en is zeker zo agressief om zijn (en dus Trump’s) doelen te bereiken als zijn voorganger. Hij gaat als oude steenkool-lobbyist rustig door met het faciliteren van die industrie door verdere verontreinigingen van rivieren waar mijnindustrie op loost toe te laten, en lagere emissie-eisen op te leggen voor kwik. Er lopen procedures van door Democraten bestuurde deelstaten tegen allerlei milieu- en klimaat initiatieven, die regels uit de tijd van Obama moeten verzwakken of liefst helemaal opheffen. Zo ligt Californië in de clinch met Wheeler’s  EPA over emissie-eisen voor auto’s. Californië is daarin altijd voorop gegaan in het reduceren van die emissies. Daar dreigt nu een eind aan te komen.

 

Wintertemperaturen Nederland

2 mrt

Na de warme februaridagen is het inmiddels weer wat koeler geworden. Het is begin maart, weer eens tijd voor een overzicht van de gemiddelde wintertemperatuur op 5 Nederlandse KNMI stations: De Kooy, de Bilt, Vlissingen, Eelde en Maastricht. Maandgemiddelden van december 2018 en van januari en februari 2019 zijn toegevoegd met een nieuwe wintertemperatuur, gemiddeld over de 5 stations. Zie hier voor meer uitleg en verdere links over gebruikte terminologie en methoden.

De gemiddelde temperatuur van de 5 stations is deze winter hoger dan in de voorbije twee winters. De tien warmste en koudste winters uit de hele periode op een rijtje:

warme en koude winters

Over de hele periode vanaf 1907 gezien stijgt de wintertemperatuur (TheilSen methode) met een lineaire trend van 0,011 °C/jaar, ofwel 1,1 graad over de hele periode. In de periode vanaf 1988 daalt die zelfde temperatuur niet meer. Voor beide parameters weinig verandering tegenover de vorige winter.

Een smooth trend, hier met een 95% betrouwbaarheidsinterval maakt de bewegingen in de tijd beter zichtbaar en doet wellicht meer recht aan de veranderingen door de tijd dan een berekende lineaire trend.

djf 1907-2019

 

Kerncentrales in België langer open?

20 feb

België stapt uit de kernenergie. Het tijdstip van de kernuitstap is althans wettelijk bepaald in 2025. De centrales staan nationaal en internationaal in de belangstelling vanwege veel problemen, overigens meestal in de niet-radioactieve gedeelten van de centrales. Betondegradatie is een van de kritiekpunten.

De Belgische federale dienst Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) heeft onderzoek gedaan naar de betondegradatie in bunkergebouwen van de Belgische kerncentrales, Doel 3 en 4 en Tihange 2 en 3. In die gebouwen staan de noodsystemen die altijd paraat moeten zijn voor inzet bij storingen. De betondegradatie is al een oud en heikel punt van kritiek. Reparaties waren noodzakelijk en in overleg met de exploitant Engie zijn plannen gemaakt voor continue verbetering. Dit is door FANC medegedeeld in een zitting van de subcommissie nucleaire veiligheid van de Kamer op 12 februari.

Na de ramp bij Fukushima in 2011 zijn overal ter wereld stresstesten uitgevoerd. De FANC heeft dat ook gedaan. Er wordt dan gekeken of bijvoorbeeld de betonnen omhulsels bestand zijn tegen extreme externe inwerking, zoals het neerstorten van een groot vliegtuig. En daar zijn de gebouwen van de oudste drie reactoren, Doel 1, Doel 2 en Tihange 1 onvoldoende tegen bestand.

Nu in België steeds meer stemmen opklinken om de centrales na de wettelijk vastgelegde sluiting in 2025 nog open te houden, moet ook het FANC rekening houden met een mogelijk uitstel van de sluiting. In het geval dat de politiek besluit om de centrales toch langer open te laten blijven moet het FANC plannen maken om die verlenging veilig te laten verlopen door extra veiligheidseisen. Een proactieve denkoefening wordt het genoemd, want er is nog geen desbetreffende formele vraag gesteld aan het FANC. En exploitant Engie loopt alvast mee in de plannen, volgens haar kunnen de centrales best nog een tijdje mee na 2025. Als dat zou gebeuren moet Engie wel nog fors investeren.

 

Klimaat mede oorzaak van massale sterfte onder insecten

11 feb

Al vaker wordt de aandacht gevraagd voor het verdwijnen van insecten. Bijensterfte haalt nogal eens de krantenkoppen. Nu is er een artikel verschenen dat ook de krantenkoppen haalt, maar dan in kapitale letters.

guardian 11-2-2019 insectensterfte1

Voorpagina van The Guardian 11 februari 2019

In een grote review van een dikke 70 onderzoeken “Worldwide decline of the entomofauna: A review of its drivers” van Francisco Sánchez-Bayo en Kris A.G. Wyckhuys in de komende editie van Biological Conservation (Volume 232, April 2019, Pages 8-27, https://doi.org/10.1016/j.biocon.2019.01.020,  (behind paywall) wordt gemeld, dat een groot gedeelte van de insecten met uitsterven wordt bedreigd. Een jaarlijkse geconstateerde achteruitgang van zo’n 2,5% zou kunnen lijden tot een massale sterfte binnen een eeuw. Men spreekt al van de zesde massavernietiging op de wereld.

Highlights (uit artikel abstract)

  • Over 40% of insect species are threatened with extinction.
  • Lepidoptera (vlinders), Hymenoptera (vliesvleugeligen) and dung beetles (Coleoptera- kevers) are the taxa most affected.
  • Four aquatic taxa (libellen, steenvliegen, schietmotten, eendagsvliegen) are imperiled and have already lost a large proportion of species.
  • Habitat loss by conversion to intensive agriculture is the main driver of the declines.
  • Agro-chemical pollutants, invasive species and climate change are additional causes.

Als voornaamste oorzaak wordt  het veranderd landgebruik in de laatste eeuw aangeduid, met een enorme toename van de inzet van insecticiden. Gevolg: aantasting en verlies van habitat. Onderstaande grafiek is uit de Guardian overgenomen.

 

guardian 11-2-2019 insectensterfte2

 

Toenemende landbouw en houtexploitatie met als gevolg verschillen in albedo en ontbossing beïnvloeden regionale klimaatpatronen. Veranderd landgebruik is daarmee evenzeer een factor van groeiend belang in de verschillende klimaatscenario’s. Opwarming zou alleen in de tropische zone enige invloed kunnen hebben op de insectensterfte.

Het belang van de insecten wordt maar matig onderkend, terwijl ze de hoeksteen zijn van onze wereld. Tot nu toe kijken we vooral op bij het afnemen van de populaties van aaibare diertjes, insecten vinden we vooral enge beestjes. Maar ze spelen een voorname rol in de dierenwereld als voedsel en ze zorgen ook voor bestuiving van planten. Hun rol als eco-service verleners kan niet worden gemist. Een wereld zonder insecten kan niet bestaan.

De auteurs dringen er op aan om het pesticide gebruik sterk te reduceren en daarvoor vervangende, meer duurzame middelen in te zetten. Vervuilde bodems en water moeten worden gezuiverd.