Nieuwe kennis dient de wetenschap

10 Jan

Update 14 januari 2018: zie ook artikel in ScienceGuide

Het cliché moet af en toe worden herhaald. Vandaag promoveert Gilles de Hollander aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de structuur van de subthalamische nucleus (STN) in het brein, behorend tot de basale ganglia die een belangrijke rol spelen bij de controle van beweging en het nemen van snelle, perceptuele beslissingen. Men neemt vrij algemeen aan dat de STN bestaat uit drie delen: een associatief, een motorisch en een limbisch deel. De Hollander deed zijn onderzoek met een hoge resolutie, zeer gevoelige MRI-scanner.

In de samenvatting van zijn proefschrift “Understanding the Human Subcortex Using Ultra-High Field MRI and Computational Cognitive Models” is beschreven hoe het onderzoek is verlopen.

Aan het eind van de samenvatting komt de Hollander tot de conclusie, dat de breed aangenomen opvatting dat er drie anatomisch te onderscheiden delen bestaan van de STN niet correct is. En dat is een kleine aardverschuiving in deze tak van wetenschap, omdat het beeld van de structuur praktisch een dogma is geworden in de loop van de tijd. Veel verschijnselen, zoals onderlinge beïnvloedingen van de hersendelen onder andere gebaseerd zijn op die driedeling in de STN structuur, waaronder de bijwerkingen van deep brain stimulatie. De Hollander pleit dan uiteindelijk voor een andere functionele beschrijving van de STN.

Mooi, maar wat heeft dat met de klimaatdiscussie te maken?

In zijn onderzoek weerspiegelt zich de ontwikkeling van wetenschap. Een ooit aanvaarde hypothese wordt op den duur een betonnen dogma, dat nauwelijks wijkt voor nieuwe kennis. Het is voor aankomende wetenschappers dan ook veilig om binnen de grenzen van het dogma te blijven. Dat verschaft in ieder geval uitzicht op een eigen onderzoek met bijbehorende publicaties en een fraai cv. Buiten de dogmagrenzen wordt het moeilijk om een onderzoek van de grond te krijgen. En omdat er vaak veel belang en prestige is gemoeid met het aanhangen van bepaalde ideeën, maakt een dergelijke paradigma shift, een geheel ander beeld, pas kans, nadat de protagonisten van de oude theorie letterlijk zijn overleden. Een schrale troost.

De Hollander kon gebruik maken van een Ultra-High-Field MRI scanner, en die nieuwe methode heeft de wetenschap nieuwe kennis opgeleverd.  Wetenschap is alleen gebaat met nieuwe kennis en totdat die vrijkomt is het verstandig om te erkennen dat de bestaande kennis niet het einde betekent. Andere theorieën en geluiden serieus nemen en de ruimte gunnen, en uiteraard binnen de kaders van een fatsoenlijke wetenschappelijke discussie pareren, als dat kan.

 

 

Advertenties

Weer eens: het verdroogde Poopó-meer

9 Jan

Volop in recente publicaties: het Poopómeer in Bolivia is uitgedroogd, en dat wordt uiteraard toegeschreven aan de klimaatopwarming. Een herhaling van eerdere berichten, zoals beschreven op dit blog in januari 2016: “Het verdwenen Poopómeer in Bolivia”. Daar is aangegeven wat de redenen kunnen zijn van de droogvalling van het meer. Lees de huidige rage bij:  “A sad story from Bolivia shows the peril of reading the news“.

Trump en de neergang van de EPA – vervolg 7

22 Dec

De door Trump aan het hoofd van de EPA aangestelde Scott Pruitt heeft zich braaf aan zijn opdracht gehouden. In alle kantoren van de EPA, ook in de regionale, wordt gesneden in het personeelsbestand. Door republikeinen afgedwongen bezuinigingen werd onder Obama al bezuinigd op personeel, en Trump doet daar nog een schep bovenop, meer dan 700 zijn er al verdwenen in dit eerste Trump jaar.

Dat is ongeveer een kwart van de geplande inkrimping (~3200) en ongeveer 20% van de totale bezetting. Veel wetenschappers, technici en juristen verlaten de dienst en daarmee gaat veel unieke kennis verloren, omdat de lege plekken niet worden opgevuld, met uitzondering van het kantoor van baas Pruitt. Dat is het enige bureau dat groeit. Medewerkers gaan met name weg omdat de werksfeer is verpest: “poor morale and a sense of grievance”. Ze nemen ontslag, gaan met pensioen, of maken gebruik van een regeling.

Dit en meer achtergrond in een artikel van de New York Times van vandaag 22-12-2017.

 

Bekroning film “The uncertainty has settled” van Marijn Poels

25 Nov

Op dit blog is al eens geattendeerd op de documentaire “The uncertainty has settled” van Marijn Poels.  In de film stelt hij kritische vragen bij de ontwrichtende inzet van hernieuwbare energie op het Duitse platteland en daaraan gekoppelde vragen over het klimaatbeleid. Nu is er een derde prijs toegevoegd aan zijn palmares. Eerder won hij een prijs in Berlijn en Los Angeles. Nu is de documentaire bekroond in het Paris Independent Film Festival in de categorie Best Documentary Feature. Daar werd de film vertoond op 18 november.

Op 18 oktober werd de film vertoond aan het Europees Parlement in Brussel. Hij wordt op dit moment niet in cinema’s vertoond maar kan worden gehuurd via Vimeo.

 

Ruthenium 106 in Europa’s lucht

22 Nov

Update 21-12-2017

SCK•CEN en het KMI publiceren een analyse over de aanwezigheid van radioactief ruthenium-106

Eind september – begin oktober 2017 werden lage concentraties van radioactief ruthenium-106 (Ru-106) gemeten in de lucht boven Europa maar ook over de hele wereld. Het Studiecentrum voor Kernenergie, in samenwerking met het Koninklijk Meteorologisch Instituut, voerde een analyse uit naar de oorsprong van het ruthenium-106.

Ruthenium 106 is een isotoop (β- en γ-straler) dat vrij komt bij kernsplijting en gebruikt wordt bij de behandeling van oogboltumoren en als brandstof voor satellieten. Eind september – begin oktober werden verhoogde concentraties gemeten in de verschillende monitoringsnetwerken in Europa, te beginnen in Italië, daarna in Frankrijk en elders.

Het Franse instituut IRSN (Institute de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire) heeft een persbericht uitgebracht waarin ze een overzicht geeft van de gemeten niveaus in Frankrijk met een piek begin oktober in Nice. De oorzaak wordt gezocht in een gebied nabij de Oeral. De hoeveelheid vrijgekomen Ruthenium is groot, tussen de 100 en 300 tBq maar de omgevingsniveaus in Europa zijn niet gevaarlijk. De emissie wordt verondersteld te hebben plaatsgevonden eind september. Een backtrajectory van 120 uur met als eindpunt Rome, Italië geeft ongeveer de richting aan waarvandaan de wolk met Ruthenium deeltjes afkomstig is.

190723_trj001

De IRSN heeft een afbeelding gemaakt van de mogelijke bronomgeving tussen de Wolga en de Oeral, die in iets andere vorm door in NRC is gepubliceerd. Zie ook het RIVM bericht hierover.

data22209768-923ddc

In de buurt van de emissiebron worden naar schatting wel normen (voor melk bijvoorbeeld) overschreden. Als bron wordt gedacht aan een opwerkingsfabriek, omdat er geen andere isotopen in verhoogde concentraties zijn gevonden, en een neergestorte satelliet met Ruthenium als brandstof aan boord niet die grote emissie zou kunnen veroorzaken.

In eerste instantie ontkent – zoals gebruikelijk, denk aan Tsjernobyl – Rosatom het Russische staatsbedrijf voor nucleaire installaties een mogelijke emissie. Zij hebben geen relevante Ruthenium concentraties gemeten, in tegenstelling tot de meteorologische dienst Rosgidromet die wel degelijk verhoogde niveaus van Ruthenium heeft aangetroffen:….noted high levels of radiation in the villages adjacent to Rosatom’s Mayak plant for spent nuclear fuel. 

Mayak

Bron: Rosgidromet

Volgens Rosgidromet:  “Mayak has denied being the source of contamination. The plant said it has not conducted any work on extracting Ruthenium-106 from spent nuclear fuel «for several years».

En: Evgeny Savchenko, the top health and safety official in Chelyabinsk region, where the Mayak facility is located, dismissed health fears as «hysteria». Savchenko said there was absolutely no reason for the population to fear health effects.

«Note that officials and their families don’t have injections against radiation … so you’d have to be a total fool to hide dangerous information and not take steps to save people,» he said.

Ook in het nabije Kazachstan worden mogelijke emissies uit nucleaire installaties ontkend.

Flexibiliteit in elektriciteit voorziening

16 Nov

Het ECN heeft het eindrapport van het FLEXNET project (FLEXibility of the power system in the NETherlands) uitgebracht.

In het rapport wordt op drie vragen ingegaan:

  • Welke flexibiliteit in elektriciteit wordt nationaal en regionaal verwacht in 2050 aan de vraagkant
  • Hoe zit dat aan de aanbodkant, welke flexibiliteit kan worden geleverd?
  • Hoe wordt de voorspelde overbelasting (zeker na 2030) van het netwerk aangepakt, wat wordt het maatschappelijk kader voor de afweging tussen netwerkverzwaring en inzet van flexibiliteit?

De samenvatting met de kernpunten staat hier. Deze is geheel in het Engels geschreven. Voor een kort Nederlands overzicht van de conclusies kan worden verwezen naar een persbericht op de site van het Belgische EMIS.

Enkele kernpunten van het rapport ontleend aan het EMIS persbericht:

De vraag naar flexibiliteit groeit met een factor 6 tot 2050. Na het sluiten van kolen- en gascentrales wordt die vraag voor een groot deel ingevuld door import en export van elektriciteit, en door verschuivingen in de vraag naar elektriciteit (‘demand response’), waardoor deze vraag beter verspreid kan worden over de dag en afgestemd op het wisselende aanbod van zon en wind. Daar liggen vooral kansen voor de industrie, bijvoorbeeld door de inzet van technieken als Power-to-Gas, Power-to-Heat of Power-to-Ammonia. Energieopslag, zoals in Powerwalls, elektrische auto, waterkracht of Power-to-Gas wordt een kleine rol toegedacht. Netbeheerders willen tijdig weten of ze hun netwerken moeten verzwaren of dat de verschillende flexibiliteitsopties voldoende kunnen zijn.

Duidelijk is wel, dat er nog heel wat nieuwe technologie moet worden ontwikkeld om dit probleem aan te pakken.

 

 

 

Brexit, een voormalige minister reageert

16 Nov

In The Guardian van vandaag 16 november 2017 een opiniestuk van  John Gummer, Lord Deben, van de Conservatieven, destijds minister van milieu in de regering van John Major tussen 1993 en 1997.

Hij vertelt hoe de Britten destijds tegenover Europa stonden, en dat was weinig coöperatief. Hij had als oud-minister van landbouw veel ervaring opgedaan in het Brusselse en had een uitstekende relatie opgebouwd met zijn Europese collega’s. Luisteren, geven en nemen en bij kritische onderwerpen, daar waar het landsbelang dat persé verlangt, de poot stijf houden, net zoals de anderen.

Het is goed om dit verhaal te horen van een insider, buiten de stroom van anti-Europese verhalen die de Brexiteers voortdurend opdissen.

Het slotcitaat geeft aan waar de Engelsen stonden twintig tot dertig jaar geleden, wat ze te danken hebben aan de Europese regelgeving en hoe Gummer denkt over de Brexit:

“In 1993 we were still seen as the dirty man of Europe. We were fighting to keep universal landfill; we had sewage on our beaches; and our water quality left much to be desired. EU environment rules made us put all that right. We became leaders on environmental agriculture and on climate change, but we learned as well as led. We were not semi-detached but committed to the EU – the greatest peacetime project of our lives, which through arrogance and poisonous self-regard we now seek to undo.”

En dan hebben we het nog niet over de luchtkwaliteit. Die was in de jaren vijftig abominabel in de UK, zeker in de grote steden. Daar hebben de Britten indertijd hard aan gewerkt, en na hun aansluiting bij de EU heeft Europese regelgeving gezorgd voor verdere verbetering. Maar dat is niet voldoende gebleken om de vele knelpunten in de steden definitief op te lossen. De Europese grenswaarden worden op veel plaatsen al jaren overschreden. De dwingende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie gaan de Britten missen. De huidige Tory regering doet te weinig en wordt voortdurend door milieu organisaties en rechters op de vingers getikt om afdoende luchtkwaliteitsplannen te maken en uit te voeren.

De huidige minister van onder andere milieu Michael Gove, wilt na de Brexit een onafhankelijke milieu-waakhond oprichten. Maar of dat een werkbare constructie is blijft de vraag, zonder de ruggensteun van een breed gedragen regelgeving – zoals in de EU – en een gevestigde instelling als het Europees Hof die verbeteringen daadwerkelijk kan afdwingen. De milieu organisaties in de UK hebben er weinig vertrouwen in.