Archief | Uncategorized RSS feed for this section

Eurobarometer 459 over klimaatverandering

19 Sep

Zojuist gepubliceerd, de Eurobarometer met climate change als onderwerp. Hier is de conclusie uit de samenvatting van het onderzoek:

“This Eurobarometer survey comes a year after the United Nations Climate Change Conference (COP21) in Paris in December 2015, when 195 countries agreed on the first ever legally-binding global climate agreement. The results of this survey show that climate change is seen by EU citizens as one of the three most serious challenges facing the world as a whole.
Climate change is now seen as the third most serious global problem, after poverty, hunger and lack of drinking water and international terrorism. A notable change since the previous Eurobarometer on climate change in 2015 is the decline of the economic situation and the rise of international terrorism among EU citizens’ top concerns, with climate change (third) now ranked above the economic situation (fifth).
An overwhelming majority of Europeans now see climate change as a serious problem. Nearly three-quarters (74%) consider it to be a very serious problem, up from 69% in 2015, and over nine in ten (92%) consider it a serious problem.
Some geographical trends are also noticeable. In general, climate change is seen as a serious global challenge by a majority of respondents in Nordic Member States, while respondents in Eastern and Southern Member States are less likely to consider climate change to be a serious problem.
As in 2015, Europeans think that national governments, the EU and business and industry are the main actors responsible for tackling climate change within the EU. It should be noted that all three actors are more likely to be cited as being responsible for tackling climate change than in 2015.
Around one-fifth also believe they are personally responsible for taking action.
Although around half of respondents say they have taken personal action to fight climate change, this rises to nine in ten when they are asked about particular actions that they may have taken.
However, this share has declined since 2015 and they are now less likely to undertake all of the actions tested in this study. However, around seven in ten try to reduce their waste and regularly separate it for recycling and more than half try to cut down their consumption of disposable items.
A consistent majority of EU citizens appear to have a positive attitude towards the transition to clean energies, and feel that fighting climate change and using energy more efficiently, reducing fossil fuel imports and promoting EU expertise in new clean technologies outside the EU can all benefit the EU economically. Nearly eight in ten believe this transition should also be supported by more public funds, even if this means a reduction of public subsidies for fossil fuels.
The importance attached to fighting climate change, its perceived seriousness and the fact that national governments are considered to be most responsible for tackling climate change are all reflected in EU citizens’ views on actions to be taken in future. An overwhelming majority of them say it is important for national governments to set targets to increase the amount of renewable energy used (89%) and provide support for improving energy efficiency by 2030 (88%).”

Een nog steeds breed gedragen prioriteit voor klimaat verandering dus na het akkoord van het COP 21 in Parijs. Dat overigens niet wettelijk bindend was, zoals de samenvatting dat noemt. Het ging om niet afdwingbare beloftes tot emissiebeperking, de uitvoering ervan ter beoordeling van iedere deelnemer an sich. De nationale overheden worden door de Europeanen als eerste verantwoordelijk voor het klimaat beschouwd, naast de EU, de ondernemers en de industrie. Een vijfde denkt aan zichzelf als verantwoordelijke, maar onderneemt niet echt veel actie.

In de volgende grafiek staan de onderwerpen waarover de Europeanen zich het meest zorgen maken, in termen van globale rijkwijdte. De verschillende kleuren blauw geven de vier opeenvolgende onderzoeken weer vanaf 2011. Ongeveer driekwart van de Europeanen ziet het klimaatprobleem als zeer ernstig. Achter armoede, honger en gebrek aan drinkwater als top item, gevolgd door internationaal terrorisme staat het klimaat op een derde plaats.

Eurobarometer 459 climate change

Net iets meer dan een op de tien Europeanen staat achter de prioriteit, met een afname door de jaren van 20% in 2011 naar 12% in 2017. In Nederland is dat percentage juist hoger 27%, een stijging met 11% t.o.v. 2015, in Duitsland daarentegen is dat t.o.v. 2015 gezakt van 26% naar 14%, een forse afname in het zo milieuvriendelijke Duitsland.

Per EU lidstaat zijn zoals gebruikelijk de resultaten apart uitgewerkt in fact sheets. Dit zijn in tekst de opvallende punten voor Nederland:

“Bijna acht op de tien respondenten in Nederland zien klimaatverandering als een ‘zeer ernstig’ probleem (78%, EU-gemiddelde 74%), een stijging van 20 procentpunt sinds de vorige enquête in 2015, de grootste stijging van alle lidstaten. Meer dan een kwart ziet de
klimaatverandering als het ernstigste probleem waarmee de wereld te maken heeft (27%, EU-gemiddelde 12%), een stijging van 11 procentpunt ten opzichte van 2015.
Ongeveer zes op de tien (59%, EU-gemiddelde 49%) Nederlandse respondenten zeggen dat ze de afgelopen zes maanden persoonlijk actie hebben ondernomen om de klimaatverandering te bestrijden. Maar als er specifieke voorbeelden worden gegeven, stijgt dit aantal tot vrijwel alle respondenten (99%), wat suggereert dat veel mensen bepaalde acties niet associëren met het bestrijden van de klimaatverandering.
  • Meer dan acht op de tien ondervraagde personen proberen afval te verminderen en het regelmatig te scheiden voor recycling (84%, EU-gemiddelde 71%), terwijl meer dan drie kwart waar mogelijk probeert minder wegwerpmaterialen te gebruiken (76%, EU-gemiddelde 56%).
  • Meer dan de helft (56%) gebruikt regelmatig milieuvriendelijke alternatieven voor de eigen auto, het dubbele van het EU-gemiddelde (26%), terwijl een lager energieverbruik een belangrijke factor is voor bijna twee derde bij het kopen van een nieuw huishoudelijk apparaat (65%, EU-gemiddelde 37%).
Bijna alle respondenten in Nederland vinden het belangrijk dat hun regering doelen stelt om de hoeveelheid hernieuwbare energie die in 2030 wordt gebruikt te vergroten (97%, EU-gemiddelde 89%) en dat zij maatregelen neemt om de energie-efficiëntie tot 2030 te
verbeteren (95%, EU-gemiddelde 88%).
Meer dan acht op de tien Nederlanders zijn het ermee eens dat het bestrijden van de klimaatverandering en het zuiniger omgaan met energie de economie kan stimuleren en banen in de EU kan creëren (82%, EU-gemiddelde 79%), terwijl meer dan negen op de tien het ermee eens zijn dat het bevorderen van EU-expertise op het gebied van nieuwe schone technologieën in derde landen de EU economisch ten goede kan komen (91%, EU-gemiddelde 77%).”

Advertenties

Orkaanseizoen 2017, wat vooraf ging

11 Sep

Het orkaanseizoen is dit jaar fors gestart met orkanen van de zwaardere categorieën. Voorafgaande aan de evaluatie van dit seizoen even aandacht voor het recente verleden.

Geen toename aantal orkanen

Periodiek brengt de Amerikaanse NOAA een overzicht uit van de dodelijkste, kostbaarste en meest intense tropische cyclonen. In een al wat ouder artikel uit september 2008 is aan de hand van zo’n overzicht al eens gekeken naar de frequentie van de orkanen. Van dat overzicht is in 2011 een update verschenen, bijgewerkt met gegevens tot en met 2010. Uit deze update met als titel “THE DEADLIEST, COSTLIEST, AND MOST INTENSE UNITED STATES TROPICAL CYCLONES FROM 1851 TO 2010 (AND OTHER FREQUENTLY REQUESTED HURRICANE FACTS)” is de volgende tabel 6 afkomstig, de bijgewerkte tabel 6 uit het vorige artikel.

hurricanes by category per decade

Dit is NOAA commentaar bij de tabel 6:

“Table 6, which lists hurricanes by decades since 1851, shows that during the 40-year period 1961-2000 both the number and intensity of landfalling U.S. hurricanes decreased sharply. Based on 1901-1960 statistics, the expected number of hurricanes and major hurricanes during the period 1961-2000 would have been 77 and 30, respectively. However, only 55 (or 71%) of the expected number of hurricanes struck the U.S. with only 19 major hurricanes (or 63% of that expected number). However, landfall activity during the 2000’s has picked up significantly, and is now near the frequency seen in the very active 1950’s. These increased landfalls are very different than the late 1990’s, which showed average landfall frequencies despite having generally active seasons.

Despite the increase in overall activity, the United States hasn’t seen a significant resurgence of exceptionally strong hurricane landfalls. During the past 40 years, the United States has experienced three Category 4 or stronger hurricanes: Charley in 2004, Andrew of 1992 and Hugo of 1989. However, on average, a category 4 or stronger hurricane strikes the United States about once every 8 years. We have seen fewer exceptionally strong hurricanes than an expected 40-year average of about 5. Fewer hurricanes, however, do not necessarily mean a lesser threat of disaster. The most intense U.S. hurricane in 1935, and the second costliest, Andrew in 1992, occurred in years which had much below-average hurricane activity.”

Vrijwel de zelfde conclusie voor wat betreft frequentie en categorie als negen jaar geleden. Het is de moeite waard om het hele rapport door te lezen, dan krijgt de lezer een afgewogen beeld van de frequentie, de zwaarte en de effecten. Het wordt afwachten of de orkanen in de periode vanaf 2010 tot heden het beeld bijstellen.
Hier alvast de eindconclusie van het rapport:

“In virtually every coastal city from Texas to Maine, the present National Hurricane Center Director (Bill Read) and former directors have stated that the United States is vulnerable to another hurricane disaster. Hurricanes Katrina and Ike are sad reminders of the exposure of the United States to hurricanes. The areas along the United States Gulf and Atlantic coasts where most of this country’s hurricane-related fatalities have occurred are also experiencing the most significant growth in population. The lack of coastal readiness for a hurricane, as suggested by Hebert et al. (1975), Jarrell et al. (1992) and Table 12, is a serious problem and could lead to future disasters. This situation, in combination with continued building along the coast, will lead to dangerous problems for many areas in hurricanes.

The message to coastal residents is this: Become familiar with what hurricanes can do, develop a hurricane plan, and when a hurricane threatens your area, increase your chances of survival by executing your plan. The largest loss of life can occur in the storm surge, so coastal residents should prepare to move away from the water until the hurricane has passed! Unless this message is clearly understood by coastal residents through a thorough and continuing preparedness effort, a future disastrous loss of life is inevitable.”

 En ook deze conclusie brengt weinig nieuws vergeleken met 2008. De massale schade die met de laatste twee orkanen gepaard ging, onderschrijft weer eens de stelling van de NOAA dat die schade sterk samen hangt met het gebrek aan voorbereiding, preventie, en de grote toename van bewoning van gevoelige streken in de voorgaande decaden. Florida zag bijvoorbeeld een toename van 2 miljoen woningen vanaf 2000. Nu waren 7 miljoen inwoners aangezegd om te evacueren, een massale vlucht voor het water.

Zie voor tekortkomingen in de “preparedness” van een streek bijvoorbeeld het artikel “Variations in tropical cyclone-related discharge in four watersheds near Houston, Texas”, twee jaar geleden gepubliceerd. Er is veel kritiek op de overheid zoals op het Army Corps, dat daar te laks zou zijn in het nemen van beschermende maatregelen, en te weinig budget krijgt. Aan de andere kant staat de Amerikaanse burger die liefst geen overheid accepteert. Dus wordt het meestal ingrijpen nadat de ramp heeft toegeslagen, en dan is die overheid natuurlijk welkom.

Klimaat opwarming is schuld

Het verband met de klimaat opwarming wordt uiteraard gretig gesuggereerd na elke tropische storm. Toch is dat verband nog steeds ter discussie. Zelfs de in dit kader onverdachte ICCP ziet in zijn WGI AR5 rapport uit 2013 weinig verband, geen toename in aantallen in de laatste 100 jaar, wel een (virtually) zekere groei van frequentie en intensiteit van de zwaardere cyclonen vanaf de jaren ‘70:

“2.6.3 Tropical Storms

In summary, this assessment does not revise the SREX (Special Report on Managing the Risks of Extreme Events and Disasters to Advance Climate Change Adaptation) conclusion of low confidence that any reported long-term (centennial) increases in tropical cyclone activity are robust, after accounting for past changes in observing capabilities. More recent assessments indicate that it is unlikely that annual numbers of tropical storms, hurricanes and major hurricanes counts have increased over the past 100 years in the North Atlantic basin. Evidence, however, is for a virtually certain increase in the frequency and intensity of the strongest tropical cyclones since the 1970s in that region.”

Een recent artikel peutert nog wat meer aan het beeld dat rampen te wijten zijn aan de klimaat verandering: “Climatization: A critical perspective of framing disasters as climate change events” waaruit hier de samenvatting:

“In recent years, there has been a developing trend of labelling some disasters as ‘climate change disasters’. In doing so, a discursive phenomenon can emerge that the authors have coined ‘climatization’ which is specified as framing a disastrous event or degraded environmental condition as caused by climate change, in order to reach an intended goal or to distract the discussion from the real problem which might have a different root course than caused by the climate change effects.

The implications of climatization are currently unclear – particularly to what extent climatizing a disaster might increase or decrease the vulnerability of a population at risk of disaster. The purpose of this paper is thus to open up the concept of climatization to investigation, and examine what affect such a discursive framing might have on public and political perception.

Climatization is here discussed in the context of Bangladesh – a country that is expected to be among the worst affected by climate change and a country in which some people claim the effects of climate change can already be seen. A qualitative field study which included key informant interviews, focus group discussions and a literature review was conducted in Bangladesh.

The study found recent examples of climatization related to Cyclone Aila (2009) and salt water intrusion in Bangladesh. In most cases these disasters were climatized in order to create a sense of urgency in order to push for an increase in financial aid to Bangladesh and to deflect responsibility for inaction that led up to the disaster. This study urges caution as there is a potential for climatization to be used as a means to cover up negligence or bad management and there is a risk that by climatizing a disaster key vulnerabilities may be overlooked.”

De auteurs benoemen de framing van rampen als klimaateffecten dus climatizeren. Dat ontneemt het zicht op de verantwoordelijkheden voor het nemen van passende maatregelen tegen bijvoorbeeld jaarlijkse overstromingen.

Nog eentje tenslotte waarin gekeken is naar de invloed van het klimaat op langjarige trends in de grotere overstromingen in Amerika en Europa: Climate-driven variability in the occurrence of major floods across North America and Europe, met het abstract:

“Concern over the potential impact of anthropogenic climate change on flooding has led to a proliferation of studies examining past flood trends. Many studies have analysed annual-maximum flow trends but few have quantified changes in major (25–100 year return period) floods, i.e. those that have the greatest societal impacts. Existing major-flood studies used a limited number of very large catchments affected to varying degrees by alterations such as reservoirs and urbanisation. In the current study, trends in major-flood occurrence from 1961 to 2010 and from 1931 to 2010 were assessed using a very large dataset (>1200 gauges) of diverse catchments from North America and Europe; only minimally altered catchments were used, to focus on climate-driven changes rather than changes due to catchment alterations. Trend testing of major floods was based on counting the number of exceedances of a given flood threshold within a group of gauges. Evidence for significant trends varied between groups of gauges that were defined by catchment size, location, climate, flood threshold and period of record, indicating that generalizations about flood trends across large domains or a diversity of catchment types are ungrounded. Overall, the number of significant trends in major-flood occurrence across North America and Europe was approximately the number expected due to chance alone. Changes over time in the occurrence of major floods were dominated by multidecadal variability rather than by long-term trends. There were more than three times as many significant relationships between major-flood occurrence and the Atlantic Multidecadal Oscillation than significant long-term trends.”

De laatste zinnen spreken voor zich.

Update 12-9-2017

Er is zojuist in Nature Science reports een artikel verschenen met als titel “Nuisance Flooding and Relative Sea-Level Rise: the Importance of Present-Day Land Motion”. Het gaat om hoog-water overstromingen aan de Amerikaanse oostkust. Oorzaken: het land aan de kust zakt als gevolg van het wegtrekken van de gletsjers na de laatste ijstijd. De mens voegt nog meer toe aan het wegzinken, door het onttrekken van grondwater. En dan is er nog de stijging van de zeespiegel.

Bekende koek. Ons land ligt voor een groot deel onder zeeniveau. De bodem zakt hier ook als gevolg van de terugtrekking van gletsjers. Na eeuwen ervaringen in de strijd tegen het water en nadat we stevig geleerd hebben van de grote overstromingen in de vorige eeuw zal het niet gauw meer tot overstromingen komen. Werk aan de winkel voor de Nederlandse water deskundigen, zou je zeggen.

Energie-transitie: wat is de optimale energie mix?

24 Aug

In een discussie over zwaar gesubsidieerde Tesla’s in een column van Loek Radix in de Limburger van 23 Augustus 2017 neemt hij de huidige energietransitie op de hak. Die moet worden bereikt met zware subsidiestromen voor “windturbines, gesubsidieerde zonnepanelen, gesubsidieerde prijzen voor teruggeleverde zonnestroom, gesubsidieerde biodiesel, gesubsidieerde elektrische auto’s, gesubsidieerde mobiliteitsprogramma’s, om nog maar te zwijgen over de extra kosten van traditionele centrales die inefficiënt moeten draaien om stroom te leveren afhankelijk van de kracht van zon en wind.”

Radix vraagt zich af of er überhaupt wel gekeken wordt naar de effectiviteit van de verschillende stimulerende acties waarin miljarden worden gespendeerd. Er is geen overzicht. Maar dat lijkt eerder normaal voor (symbool)politiek, een bedrijf zou zo niet kunnen overleven. Duitsland pompt elk jaar miljarden in de Energiewende, met vooralsnog alleen een versnelde sluiting van de nucleaire centrales, een licht stijgende toename van zonnepanelen en bio-energie, een netwerk dat amper is toegerust voor de wisselende afnames en aanbod van energie, en zowaar het openhouden (en nieuwbouw) van centrales draaiend op bijvoorbeeld bruinkool. Geen wonder dat de Duitse burger het doel steeds minder ziet zitten, en daarbij ook nog de hoogste rekening voor stroomverbruik in Europa mag betalen. De terugvalopties voor perioden zonder wind en zon zijn beperkt; de hydro-elektrische centrales in Scandinavië zitten op hun maximale inzet en stroombuffers zijn nog nauwelijks ontwikkeld.

Het is goed om nog maar eens te wijzen op het boek van David MacKay “Sustainable Energy – Without the Hot Air” uit 2008. Op dit blog is al eens over dit boek geschreven met een verwijzing naar een recensie op dit zelfde blog in 2009.

Het boek is te downloaden via http://www.withouthotair.com/.

MacKay zet simpelweg de energiebehoefte per persoon per dag centraal (125 kWh) en gaat dan per (alternatieve) energiebron na wat de praktische consequenties zijn van het benutten van die specifieke energiebron voor bijvoorbeeld landgebruik. Het is een technisch boek, maar ook goed leesbaar voor leken, zelfs voor politici….

Het boek is nog steeds actueel, de efficiëntie van veel bronnen is nauwelijks verbeterd in die jaren. Zij die alternatieve bronnen promoten zouden eerlijker moeten zijn en aangeven wat de consequenties zijn van de inzet van alternatieve bronnen voor de zo gewenste energietransitie. Het boek staat er vol van. En als alle bronnen zijn behandeld valt er eigenlijk maar een solide oplossing te zien. Lezen dat boek!

Trump en de neergang van de EPA – vervolg 5

3 Aug

Het uitkleden van de Amerikaanse EPA gaat stilletjes door. Directeur Pruitt doseert de enorme bezuinigingen van circa 32 miljard dollar door een salami tactiek van kleinere acties. Zo’n 30 wetten worden geleidelijk bezien op hun waarde – dat wil zeggen in Trump/Pruitt terminologie: afschaffen.

De enorme erfenis aan bodemverontreinigingen zijn destijds uit federale budgets en “polluters pay” potten aangepakt, het Superfund project. Dat gaat vrijwel geheel op de schop, er is geen geld meer in het fonds en Trump wil er geen geld meer instoppen. Pruitt wilt een top 10 samenstellen en die aanpakken. De overige 1300 Superfund sites blijven voorlopig (?) ongemoeid.

Een kleine ingreep, maar wel met veel publiciteit omringd is het herinrichten van het EPA milieumuseum. Daar wordt alles wat verwijst naar “climate change” vervangen door “coal”. Ook de nieuwe kijk op Superfund krijgt er zijn plekje. Het museum dat onder Obama is ingericht krijgt aldus een complete rebranding, zoals dat heet.

at-epa-museum-history-might-be-in-for-a-change_1

De loyaliteit onder EPA medewerkers is nog groot. Zij blijven feiten en informatie aandragen om de politiek te overtuigen dat de bezuinigingen rampzalig zullen uitpakken en het land in milieutechnisch opzicht tientallen jaren achteruit gooit. De vraag is hoe lang die loyaliteit blijft. Net nu heeft een hoge EPA functionaris afdelingshoofd Elisabeth Southerland (Director of the Office of Science and Technology in the Office of Water) haar ontslag ingediend, omdat ze het niet eens is met Trump/Pruitt’s beleid. Haar ontslag heeft ze schriftelijk toegelicht aan haar EPA collega’s, waaruit hier een citaat:

“Today the environmental field is suffering from the temporary triumph of myth over truth. The truth is there is NO war on coal, there is NO economic crisis caused by environmental protection, and climate change IS caused by man’s activities. It may take a few years and even an environmental disaster, but I am confident that Congress and the courts will eventually restore all the environmental protections repealed by this administration because the majority of the American people recognize that this protection of public health and safety is right and it is just.”

 

 

Flash Eurobarometer 452 in maart 2017: scores voor milieu

1 Aug

Bewustzijn en percepties van burgers van regionaal EU-beleid

Regelmatig worden de Europese burgers gepolst over hun attitudes ten opzichte van Europees beleid. In deze enquête ging het over regionaal EU-beleid in een tiental beleidsvelden.

Voor het onderzoek werden 27.173 telefonische interviews afgenomen, ongeveer 1000 per land. De basis waren respondenten die op een of andere manier  iets hebben gehoord over door de EU medegefinancierde projecten. Een specifieke enquête over milieu werd in 2014 gehouden.

Het onderzoeksrapport en de factsheets per land staan hier.

Een groot deel van de deelnemers geeft een hoge score voor EU-investeringen in het milieu. In het geheel neemt milieu een tweede plaats in na de groep onderwijs, gezondheidszorg en sociale infrastructuur.

Een overzicht over alle velden staat op pagina 41 van het rapport.

Citaat uit rapport:

All domains are regarded as more important by at least a relative majority of respondents. At the EU level, more than nine in ten respondents (92%) consider education, health or social infrastructures, as a more important domain for investment, followed by the environment (87%) and renewable and clean energy (83%). More than eight in ten respondents also say that support for small and medium-sized businesses (82%) and vocational training (80%) are more important.

Smaller majorities support the other investment domains. More than seven in ten respondents  support investment in research and innovation (78%) and transport facilities (71%), while at least six in ten identify energy networks (61%) and tourism and culture (60%) as more important domains.

Finally, almost half the respondents say that broadband Internet access (49%), and the reception and integration of migrants and refugees (48%) are more important domains for investment.

Hier onder de scores voor milieu zoals die in de 28 EU-lidstaten zijn genoteerd. Opvallend de verhoogde score in Frankrijk ten opzichte van eerdere enquêtes, al staat milieu in Frankrijk weliswaar iets lager op de lijst (84%), en de UK (80%) als laagste.

eurobarometer 452 milieu 2017

In detail de scores voor Nederland (88%) met de hier als belangrijkst geachte gebieden voor investeringen.

5 - belangrijkste gebieden voor EU-investeringen NL

Specifiek voor milieu en klimaat heeft het Franse instituut IRSN (Institut de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire) onlangs onder andere een onderzoek verricht naar de deelgebieden van dit thema. Andere thema’s waren op maatschappelijk terrein zoals terrorisme en werkloosheid, twee onderwerpen die de Fransen de meeste zorgen baren.

Maar milieu scoort ook hoog en daarbij komt luchtverontreiniging op de tweede plaats pal achter klimaatopwarming als onderwerp waar de Fransen zich zorgen over maken. http://barometre.irsn.fr/barometre2017/#page=1

airqual barometre IRSN 2017

Winter in Zuid-Amerika en een ijsberg

17 Jul

Terwijl we hier af en toe van zomerweer (nou ja) kunnen genieten verkeert het zuidelijk halfrond in de winter. Dat betekent qua temperatuurverschil met de zomer overigens weinig in streken die kort bij de evenaar liggen. Maar soms overvalt de winter gebieden die wat zuidelijker liggen zoals in Chili, Argentinië en zelfs in Brazilië. En dat is nu het geval in Zuid-Amerika, het is er echt winter. Temperaturen rond en diep onder het vriespunt, sneeuw, hagel. Enthousiast wordt vermeld, dat op weerstation Bariloche in Argentinië minus 25 graden Celsius is gemeten. In Santiago amuseert de jeugd zich met sneeuwballen gooien. Officiële weerinstituten als SMN (Servicio Meteorológico Nacional Argentina) plakken tweet achter tweet met berichten over harde wind en lage temperaturen. Metsul dekt het deel van Brazilië in het zuiden tegen Argentinië, en daar wordt nu ook gewaarschuwd voor sneeuw. Dat maken ze daar zelden mee. Naast alle jolijt is er schade en zijn er natuurlijk ook storingen in de infrastructuur, in de stroomvoorziening, de wegen, aanvoer van noodzakelijke goederen. Die is niet berekend op winterse condities.

Typisch dat je er hier in de media weinig over hoort. Waar wel alle media over berichten is de enorme ijsberg die zich losmaakt van Larsen C op Antarctica. Dat fenomeen is immers te wijten aan de opwarming van het klimaat, toch? Dat ligt iets complexer zoals professor Adrian Luckman van de Swansea University (Professor of Glaciology and Remote Sensing) uitlegt. Hij spendeert een groot deel van zijn onderzoek juist aan deze ijsvlakten op Antarctica. Dit is zijn conclusie in een interview:

This event has also been widely but over-simplistically linked to climate change. This is not surprising because notable changes in the earth’s glaciers and ice sheets are normally associated with rising environmental temperatures. The collapses of Larsen A and B have previously been linked to regional warming, and the iceberg calving will leave Larsen C at its most retreated position in records going back over a hundred years.

However, in satellite images from the 1980s, the rift was already clearly a long-established feature, and there is no direct evidence to link its recent growth to either atmospheric warming, which is not felt deep enough within the ice shelf, or ocean warming, which is an unlikely source of change given that most of Larsen C has recently been thickening. It is probably too early to blame this event directly on human-generated climate change.”

Luckman heeft overigens mooie animaties van het fenomeen op zijn twitter account: https://twitter.com/adrian_luckman

Trump en de neergang van de EPA, vervolg – 4

12 Jul

Trump wordt niet erg gesteund in zijn poging om de EPA feitelijk lam te leggen door een uitzonderlijke reductie van het budget van 31%. Zijn republikeinse broeders in het Congres zien die ingreep niet zitten en komen met een eigen voorstel dat een reductie betekent van ongeveer 6%, aldus een artikel van Bloomberg van 11 juli 2017. Citaat:

“Trump’s proposed budget was a fantasy. It is hard to imagine that many sane lawmakers could support it,” said Frank O’Donnell, president of Clean Air Watch. “Trump is so weakened politically that he has no political capital to use on this issue.”

De uiteindelijke reductie kan dus nog meevallen. Het lijkt voldoende voor de financiering van regelingen voor boventallig personeel en voor het afschaffen van enige overbodige regelgeving, aldus de commissie die zich buigt over dit onderwerp.

Het voorstel van republikein Gaetz “To terminate the Environmental Protection Agency” hangt nog bij de verschillende commissies, en zal gelet op het voorgaande op weinig steun kunnen rekenen.

Juist vandaag is door Brad Sherman, democratisch Congreslid uit Californië een formele stap gezet om te komen tot impeachment van Trump. Hij stelt in een persbericht:

“…the Constitution does not provide for the removal of a President for impulsive, ignorant incompetence.  It does provide for the removal of a President for High Crimes and Misdemeanors.

En hij ziet in de contacten van Donald jr. met een Russische advocate kennelijk de smoking gun, voldoende aanvullend bewijs voor “obstruction of justice” gebaseerd op een artikel uit 1974, uit de tijd van president Nixon en verwijst naar de gang van zaken tijdens gesprekken tussen Trump en Comey de chef van de FBI, en diens ontslag.