Kernenergie in Nederland opnieuw in de kijker?

16 nov

We hebben één kerncentrale in Nederland, die ligt in Borssele in Zeeland. Die produceert 3 % van de elektrische energie in Nederland. Ter vergelijking: alternatieve energiebronnen zorgen voor ongeveer 12 % van de totale elektriciteitsproductie op dit moment. Zonnepanelen en windmolens hebben een backup nodig als het donker wordt of als de wind niet waait. Opslagmedia zijn vooralsnog te duur en te gering in capaciteit. En overigens zal op termijn bij maximale inzet van alternatieve bronnen en maximale energie efficiëntie bij consumenten nog onvoldoende elektriciteit worden geproduceerd, denk onder meer aan toenemend verbruik door elektrische auto’s,  airconditioners en warmtepompen. Een flexibele aanvulling is nodig in welke vorm dan ook. Het probleem wordt nog vergroot door het einde van de aardgaswinning. Huidige en toekomstige gascentrales zouden dan op buitenlands gas moeten draaien. Kolencentrales worden al uitgefaseerd. Dan komen of we het willen of niet de opties voor kernenergie opnieuw in beeld.

Op dit blog is al meerdere malen geschreven over energie en kernenergie. Als stralingshygiënist met kennis van straling en stralingseffecten en focus op veiligheid en bestrijding van gevolgen is deze blogger niet persé een tegenstander van kernenergie. Geen expert dus, maar de achtergrond helpt wel om de technische kanten van kernenergie te begrijpen. Over de verschillende inzichten over stralingsrisico’s tussen experts en het algemene publiek hieronder meer.

Schatting van IEA over de rol van kernenergie

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft in haar recente World Energy Outlook 2018 gesteld, dat nucleaire inzet globaal zal blijven op rond de 10%: “The share of generation from nuclear plants – the second-largest source of low-carbon electricity today after hydropower – stays at around 10%, but the geography changes as generation in China overtakes the United States and the European Union before 2030. Some two-thirds of today’s nuclear fleet in advanced economies is more than 30 years old. Decisions to extend, or shut down, this capacity will have significant implications for energy security, investment and emissions.”

Windenergie wordt volgens het IEA tegen 2030 de belangrijkste vorm van elektriciteit opwekking in de EU. EU-share-of-electricity-generation-2017-2040

Met de verwachting tegen 2040 een omvang te bereiken van 1100 TWh, overigens ongeveer een kwart van de totale benodigde energie. De rest moet worden aangevuld met bestaande en alternatieve energiebronnen. Dat vergt volgens het IEA enorme inspanningen, zeker gelet op de Parijse klimaatafspraken.

Twee nieuwe soorten van kernenergie dringen zich op naast de huidige praktijk van vooral licht water reactoren.

Kernfusie

Kernfusie als energietechniek wordt in ITER verband (International Thermonuclear Experimental Reactor) opgezet in een proefreactor met een thermisch vermogen van 500 MW in Cadarache in Frankrijk. Het vergt naast een miljarden investering nog veel ontwikkelingstijd, en het project wordt ook beschouwd als politiek project, om te illustreren dat je ook zonder radioactieve straling energie kunt opwekken. Niet een techniek voor de komende decaden.

Molten Salt Reactor (MSR)

Hierboven werd vermeld, dat China (en India) de komende jaren fors gaat bouwen aan nucleaire installaties. Tot 2030 is zo’n 300 GW aan vermogen gepland, dat is het equivalent van ongeveer 300 behoorlijk grote kolencentrales. Voorlopig worden dat licht-water reactoren, maar de Chinezen zijn al ver gevorderd met onderzoek naar de inzet van MSR reactoren, Molten Salt Reactors. Die zijn gebaseerd op gebruik van thorium, waarover al eerder in dit blog is geschreven. De Chinezen moeten wel: de energiebehoefte groeit er explosief en ze hebben zelf te weinig uranium om daarin te voorzien. Thorium is overal beschikbaar in de aardkorst, ongeveer zoveel als tin en is redelijk eenvoudig winbaar. Ze leiden nu wereldwijd het onderzoek naar MSR en investeren veel in onderzoek naar corrosie en de behandeling van isotopen die tijdens het proces ontstaan. Ze plannen commerciële MSR installaties vanaf 2030.

In Nederland doet het NRG (Nuclear Research and consultancy Group) in Petten met de Hoge Flux Reactor geavanceerd materiaalonderzoek in aanwezigheid van gesmolten zout, en loopt daarmee voorop in de wereld.  Zo’n testomgeving hebben ze nog niet in China.

De Chinese plannen zijn zeer ambitieus, terwijl andere landen met een scheef oog meekijken. MSR heeft duidelijke voordelen ten opzichte van gangbare reactoren: een flexibele en hogere energie opwekking efficiëntie, inherente veiligheid en lagere productie van afval. Het afval is kleiner qua omvang en heeft kleinere halfwaarde tijden dan uranium, na drie eeuwen is het hanteerbaar. Afval van conventionele kerncentrales kan worden ingezet als brandstof.

Een goed overzicht (wel in vakjargon) van de technische ontwikkelingen rond MSR en de partijen die zich hiermee bezig houden is hier te vinden.

SAMOFAR is een Europese samenwerking van 11 partners voor  onderzoek naar MSR met een Europese Horizon 2020 subsidie. Iedere partner beschikt over specifieke kennis op dit gebied, de partners vullen elkaar aan. Trekker is de TU Delf (prof. Kloosterman) onder meer gespecialiseerd in thermisch-hydraulisch onderzoek aan reactor kernen.

Uiteraard is er ook kritiek op de ontwikkeling van MSR. Tot nu toe is er nog geen draaiende commerciële unit. De ontwikkelingskosten zijn hoog, en er zijn nog veel technische problemen en het is geen echte groene technologie, die zonder straling werkt. Verder mag niet vergeten worden, dat de bestaande technieken gebaseerd op uranium nu standaard zijn, met alle economische en financiële belangen daaraan verbonden. Overgang naar een andere techniek bedreigt die positie, en dat roept weerstand op van machtige lobbys.

Opvattingen in het laatste IPCC rapport

In de klimaatdiscussie wordt die hernieuwde belangstelling gevoed door het laatste 15SR IPCC rapport, dat kernenergie een belangrijke plaats toekent om de klimaatdoeleinden te bereiken. Naast energiebesparing komt kernenergie in bijna alle scenario’s voor. Om de 1,5 °C limiet te bereiken zijn er stemmen die kiezen voor massale inzet van kernenergie, omdat de opslag van CO2 ondergronds (CCS) nog nauwelijks op voldoende grote schaal is getest.  In een geciteerde publicatie van Berger et. al. in hoofdstuk 2 van het 15SR rapport pleiten de auteurs voor een groei naar 20.000 GWe nucleaire energie in 2100, waarmee CCS technologie geheel kan worden vermeden en die limiet van 1,5 °C kan worden behaald. In de Summary for policymakers van het IPCC rapport vind je dergelijke voorstellen (uiteraard) niet terug. Veel scenario’s gaan uit van een kleinere rol, mede vanwege maatschappelijke voorkeuren: ….future deployment of nuclear can be constrained by societal preferences assumed in narratives underlying the pathways….Some 1.5°C pathways no longer see a role for nuclear fission by the end of the century, while others project over 200 EJ yr–1 of nuclear power in 2100. (Chapter 2 pag. 53).

In Nederland

Het debat over kernenergie is in Nederland na de Brede Maatschappelijke Discussie van begin jaren tachtig nieuw leven ingeblazen door politieke ballonnetjes. In liberale kringen wordt zelfs Overijssel genoemd als mogelijke vestigingsplaats. Maar in het kader van het waarborgingsbeleid kernenergie, opgenomen in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III)  zijn alleen Eemshaven, Maasvlakte en Borssele aangewezen als mogelijke vestigingsplaats voor kerncentrales. De regering wilt op die manier niet de deur helemaal sluiten en laat het initiatief voor nieuwe kerncentrales over aan de markt. De haalbaarheid van nieuwe kerncentrales wordt laag ingeschat in een sfeer die getekend is door grote angst voor straling bij een aanzienlijk deel van de bevolking. En als dat al minder zou worden zijn er de eveneens enorme benodigde investeringen, die geen potentiële exploitant alleen kan of wil fourneren. Dan zou de overheid moeten inspringen. Echter, de politiek kan de weerstanden binnen de bevolking tegen kernenergie niet negeren, dat ligt te gevoelig. Impasse dus.

Je zou misschien ook kunnen kijken naar mogelijke vestigingsplaatsen in het nabije buitenland, daar waar nog nucleaire installaties aanwezig zijn. Want daar is ook expertise aanwezig. Bijvoorbeeld in Duitsland worden kerncentrales op termijn gesloten, maar de helft van de capaciteit blijft nog tot 2050 staan.

Publiciteit en publieke weerstand tegen kernenergie

Intussen is er eerder dit jaar links en rechts al wat gepubliceerd over thorium. In de documentaire “De thorium theorie”, een productie van NTR van donderdag 29 maart 2018 wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende opties voor kernenergie, met nadruk op de inzet van thorium. De documentaire is voorafgegaan door meerdere artikelen in Nederlandse bladen gebaseerd op interviews met prof. Kloosterman. Vrij Nederland had al een uitgebreid artikel over thorium als bron voor kernenergie op 17 December 2017. NRC draagt een steentje bij aan de discussie met een redactioneel commentaar in de krant van 10 november 2018. Veel verder dan wat bekende kreten komt men niet:

“Energie uit kernsplitsing geeft geen uitstoot van broeikasgas, maar daar tegenover staan de bekende bezwaren: veiligheid en een afvalprobleem dat tienduizenden jaren blijft spelen. Een kernreactor is een typisch ‘staartrisico’. De kans dat er iets fout gaat, is extreem klein. Maar gaat het mis dan zijn de gevolgen extreem groot. Een nieuw bezwaar is dat kernenergie afhankelijk maakt van buitenlandse leveranciers van splijtstof. Dat is een belangrijk tegenargument in een wereld die geopolitiek een stuk minder overzichtelijk is dan twintig jaar geleden. Bovendien levert een kerncentrale continu stroom, terwijl in een energiehuishouding die grotendeels draait op bijvoorbeeld wind, zon of getijden, juist een flexibele ‘achtervang’ nodig is.´

De MSR techniek wordt hier niet genoemd.

Tja, die angst voor straling….

Het tegemoet treden van maatschappelijke weerstanden tegen kernenergie is een probleem. Hoe ga je om met breed gedragen emoties, met angst. Lubach heeft op zijn eigen manier die weerstanden aan de kaak gesteld () (uitzending 4 november 2018). Lubach’s video is vooral bedoeld als amusement. Maar je kunt er ook wat serieuzer mee omgaan. Het RIVM heeft juist een rapport uitgebracht hoe je zou moeten/kunnen communiceren over stralingsrisico’s rond werkende kerninstallaties en meer in het algemeen rond gebruik van radioactief materiaal: “Publieksperceptie van Stralingsrisico’s: Betekenis voor risicocommunicatie” . De samenvatting van het rapport staat op pagina 9-11. Dit staat op de verwijspagina van het RIVM:

Factoren van invloed op beleving van het risico

Mensen die weinig weten over straling en de bijbehorende risico’s, zijn er eerder bang voor en schatten de gevolgen van een ongeval in een kerncentrale ernstig in. Ernstiger dan in werkelijkheid technisch het geval is.  Daarnaast beïnvloeden persoonlijke omstandigheden, zoals het hebben van kinderen of het in de buurt van een kerncentrale wonen, het beeld dat mensen hebben van de risico’s van een kernongeval. Ook als gevolg van berichten uit de sociale omgeving (via vrienden of sociale media) kunnen de risico’s (afhankelijk van de inhoud) als groter of juist kleiner ervaren worden. Mensen die positief staan tegenover het gebruik van kernenergie en vertrouwen hebben in organisaties die zich vanuit de overheid hier mee bezig houden, schatten over het algemeen de risico’s van een ongeval lager in.

Conclusies voor communicatie

Voor een effectieve communicatie-inzet over stralingsrisico’s is het belangrijk om vooral te communiceren over die onderwerpen waar het publiek behoefte aan heeft. Hier kan invulling aan gegeven worden door rekening te houden met het kennisniveau en persoonlijke omstandigheden. Heldere en duidelijke boodschappen  (onder andere op sociale media) dragen bij aan het vertrouwen in de overheid en kunnen de beleving van risico’s positief beïnvloedden. Een boodschap die beter aansluit bij wat mensen al weten, en die aansluit bij hun zorgen, wordt beter begrepen en eerder serieus genomen.

De aanbevelingen van het rapport moeten uiteraard nog worden omgezet in tools in een praktische setting. Of die video van Lubach past in deze aanpak is maar de vraag. In ieder geval wordt er weer over het onderwerp kernenergie gediscussieerd.

 

 

Advertenties

Eén reactie to “Kernenergie in Nederland opnieuw in de kijker?”

Trackbacks/Pingbacks

  1. Thorium centrales in België | klimaatblog - februari 5, 2019

    […] De groep rond kernfysicus prof. Nathan Severijns, prof. Duurzaamheid Griet Ceulemans en communicatiewetenschapper Baldwin Van Gorp, is voorstander van het ontwikkelen van kleinere thorium centrales. Die zouden dan liefst operationeel moeten worden zodra de klassieke kerncentrales gaan sluiten. De groep sluit nu aan bij de stimulering van thorium centrales in Nederland door prof. Kloosterman van de TU Delft (zie voorgaande berichten hier, hier en hier). […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: