Gemiddelde temperatuur twintigste eeuw en het UHI effect

31 Mrt

De ontwikkeling van de temperatuur wordt meestal aangegeven als de afwijking van een arbitrair gekozen periodegemiddelde. Deze anomalieën geven een goede vergelijking, omdat dan ook kleine afwijkingen zichtbaar worden. Het kiezen van de referentieperiode is maatgevend voor de grootte van de afwijkingen. Het maakt wat uit of je de ontwikkeling uitzet tegen een periodegemiddelde van 1880-1910, 1910-1940 of van 1960-1990. De presentatie  van de anomalie ontneemt het zicht op de absolute temperatuur. En al helemaal als voortdurend een wereldgemiddelde anomalie in beeld wordt gebracht. Zo is het kennelijk niet eenvoudig om te ontdekken hoe de gemiddelde temperatuur over de hele vorige eeuw is geweest. Dat kan in redelijk detail wel voor een groot deel van Europa.

De daggemiddelde temperatuur voor veel stations kan worden gedownload  bij de databank van ECA & D (European Climate Assessment & Data) gehost bij het KNMI. Deze gegevens omvatten Europa en delen van Azië, die deel uitmaken van de Russische Federatie. Veel stations hebben oudere gegevens van vóór 1900. Temperatuur data (blend en non-blend) zijn verpakt in tekstbestanden. De verwerking is geschied met behulp van software in R  waarmee de gemiddelde temperatuur is berekend voor elk betrokken station in de periode. Om een grotere dekking te krijgen is verder gezocht naar een set van meetstations met een startdatum na 1900. Na enige vergelijking met de set voor de hele periode 1900-1999 is uiteindelijk gekozen voor de periode 1910-1999. De afwijking ten opzichte van de volledige eeuwset was niet significant, wat niet verwonderlijk is.

Zo is een set van 269 stations onderzocht voor de periode 1910-1999. Het gemiddelde van elk station is via een toepassing van Google maps in kaart gebracht.

avgtempeurasia 20th century

Het is duidelijk dat er grote verschillen zijn in de gemiddelde temperaturen van al deze stations in het Euraziatische continent.

Het overall gemiddelde is 5,81 °C in een range van -14,95 °C (Russische Federatie, Verhojansk) tot 17 °C (Spanje, Tortosa- Observatorio del Ebro). Het gemiddelde is berekend zonder weging voor ruimtelijke representatie voor alle stations. Dat betekent dat het resultaat mede afhangt van het aantal beschikbare stations en waar ze zijn gestationeerd. Meer stations in de koudere delen van de Russische Federatie verlaagt het overall  gemiddelde. Dat roept de vraag op hoe zinvol het is om voor een continent een gemiddelde temperatuur te berekenen.

Lijkt het niet beter om zich te concentreren op regio’s, met samenhangende gebieden waar de temperatuur verschillen tussen nabijgelegen stations  beperkt afwijken?

Een vraag die daarbij voortdurend op de achtergrond speelt is in hoeverre de temperaturen in met name West-Europa gedurende de eeuw zijn beïnvloed door de groeiende bevolking en de enorme uitbreiding van de steden. Het Urban Heat Island (UHI) effect is duidelijk gerelateerd aan de omvang van de steden – en daarmee indirect aan de bevolkingsgroei. In recente onderzoeken worden de effecten uitgezet tegen de omvang van stedelijke clusters, als Londen, Parijs. Maar evengoed voor bijvoorbeeld de regio Brussel-Antwerpen-Luik, die qua omvang daarmee kan worden vergeleken (GEOPHYSICAL RESEARCH LETTERS, VOL. 40, 5486–5491). Dat is een groot deel van België, en hetzelfde kan worden aangenomen voor grote delen van Nederland en Duitsland. Duidelijk wordt gemaakt, dat het UHI effect samenhangt met de clusteromvang.

Voor Brussel (Remote Sens. 2010, 2, 2773-2784) is uitgerekend, dat in de laatste helft van de vorige eeuw het UHI effect – gemeten als toename van de minimum temperatuur in vergelijking met ruraal gebied – 0,019 °C per jaar bedraagt. Dat is in vijftig jaar 0,95°C! Inderdaad door mensen veroorzaakte opwarming, maar dan niet via kooldioxide.

Het seizoen afhankelijke UHI effect loopt in Europese steden in de zomer op tot zo’n 4 °C en zakt ’s winters tot even boven 0 °C, maar blijft meestal positief. Jaarlijks geeft dat een gemiddelde van ca. 2 °C. Dat is ook gevonden in andere plaatsen als bijvoorbeeld China zoals Beijing en Tianjin (Habitat International 49 (2015) 100-106). Het zou interessant zijn om voor een aantal grotere stedenclusters een analyse te doen van de clustergroei en de daarmee samenhangende UHI effecten op de  temperatuurontwikkeling.

Advertenties

Eén reactie to “Gemiddelde temperatuur twintigste eeuw en het UHI effect”

Trackbacks/Pingbacks

  1. Temperatuur en UHI: een kleine test | klimaatblog - april 1, 2016

    […] vingeroefening als vervolg op de vorige post over temperatuur en UHI: de temperatuur ontwikkeling in de 20e eeuw in Stockholm, […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: