Klimaatrapport Vlaamse Milieumaatschappij nader beschouwd

28 Sep

Opmerkingen bij het MIRA rapport

De Vlaamse Milieumaatschappij VMM heeft recent een rapport uitgebracht over het klimaat in België: MIRA klimaatrapport 2015 – over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. MIRA staat voor Milieurapporten. Voor de toekomstige veranderingen sluit het rapport aan bij de visie van het IPCC.

In het rapport wordt ingegaan op tekenen van klimaatveranderingen in België aan de hand van enkele indicatoren. Daarvoor is naar signalen gezocht in langjarige meetreeksen. Voor deze post wordt ingezoomd op de verandering in de waargenomen temperatuur aan de hand van enkele temperatuur parameters.

MIRA gebruikt hiervoor data van het KMI te Ukkel, de Belgische evenknie van het KNMI. Helaas is het nauwelijks mogelijk voor een geïnteresseerde leek om bij het KMI alle relevante data te verkrijgen. Het KMI is niet bepaald scheutig met het ter beschikking stellen van data. Een beperkte set van meteorologische data van station Ukkel is wel te vinden bij het KNMI in de European Climate Assessment & Dataset (ECA&D), zij het alleen voor de parameters maximale en minimale temperatuur en neerslag per dag. Hieruit zijn wel een paar overzichten te produceren die vergeleken kunnen worden met figuren uit het MIRA rapport. Het is immers altijd interessant om te zien of je de conclusies uit zo’n rapport kunt reproduceren.

Het verloop van de gemiddelde temperatuur per seizoen in de periode 1833-2014 (rapport pagina 38) kan niet goed worden gereproduceerd, vanwege het ontbreken van die data in de KNMI-ECA&D database. Het verloop kan ook niet bij benadering worden geschat door in plaats van het etmaalgemiddelde (TG) het verschil te nemen tussen de vastgelegde maximum en minimum temperatuur, de Daily Temperature Range (DTR). Die blijkt redelijk constant te zijn voor Ukkel, zij het per seizoen op een iets ander niveau, zowel voor de periode 1833-2015 als voor de periode 1968-2015.

De KNMI-ECA&D data omvatten een periode van 1833 tot en met augustus 2015. Het MIRA rapport gebruikt die lange periode alleen voor een weergave van de ontwikkeling van de gemiddelde temperatuur. 

De meetreeks over de periode 1833-2015 geeft voor zomerse en tropische dagen geen duidelijke trend. De rode lijn geeft een smooth trendlijn aan met een licht-rood 95% betrouwbaarheidsinterval. Het verloop van het maandelijks gemiddelde van het aantal zomerse als tropische dagen vertoont een vrijwel gelijk lopend wisselend patroon met een geleidelijke stijging van 1880 tot een maximum in 1940, waarna het aantal dagen daalt tot 1980. Daarna zet opnieuw een stijging in, die echter niet het maximum van rond 1940 haalt. Het patroon lijkt sterk op dat van Maastricht. Als er al een (lineaire) trend gevonden wordt zal die relatief klein zijn. 

aantal-dagen-boven-25-Ukkel 1833-2015aantal-dagen-boven-30-Ukkel 1833-2015

In het MIRA rapport worden verder data gepresenteerd voor vier indicatoren in de periode 1968-2014. Het gaat om het aantal dagen:

  1. met temperaturen boven 25 °C: zomerse dagen
  2. met temperaturen boven de 30 °C; tropische dagen
  3. met minimum temperatuur onder 0 °C: vorstdagen
  4. met maximum temperaturen onder 0 °C: ijsdagen

In een vorige post waren data opgenomen van een ouder MIRA rapport, waarin het aantal zomerse dagen vanaf 1901 waren verwerkt. In de grafiek zijn per samenhangende periode horizontale lijnen getrokken.

aantal-dagen-boven-25-Ukkel

In het huidige rapport (Figuur 9) start de meetreeks vanwege technische overwegingen in 1968 en er wordt een significante stijging gemeld voor het aantal tropische dagen in Ukkel met 0,6 dag/decade. De drie andere indicatoren, zomerse dagen, vorstdagen en ijsdagen vertonen geen significante trend met respectievelijk een stijging van 2,3 voor zomerse dagen, en een daling van 2,3 en 0,25 dag/decade voor vorstdagen en ijsdagen, geschat uit de grafiek. Er wordt daarbij aangetekend, dat een significante stijging voor tropische dagen ook zichtbaar zou zijn vanaf 1901 (en voor het aantal vorstdagen, voetnoot pagina 39). 

vier temp indicatoren MIRA rapport 2015

De vergelijking met de vier genoemde indicatoren over 1968-2015 levert de volgende grafieken op. De grafieken zijn gebaseerd op de Theil-Sen methode. De gesloten lijn is de trendlijn, de onderbroken rode lijnen geven de grenzen aan van het 95% betrouwbaarheidsinterval. De trend per jaar is in groen aangegeven.

TheilSen trends Ukkel 1968-2015

Daarbij blijken de trends van het aantal tropische en zomerse dagen significant te zijn met een stijging van 0,7 dag/decade en 2,8 dag/decade respectievelijk, met voor beide een p< 0,05. Het aantal vorstdagen daalt significant met 6,1 dag/decade (p< 0,001). Het aantal ijsdagen daalt met 0,5 dag/decade en de daling is niet significant. Onze berekening duidt op significante trends voor zomerse dagen en vorstdagen, die MIRA als niet significant meldt. De kleine verschillen in trends en in de mate van significantie liggen waarschijnlijk aan de methode voor de trendberekening. In het MIRA rapport wordt een eenvoudige lineaire trendlijn gebruikt. De Theil-Sen methode houdt rekening met de typische aard van dit soort meetreeksen.

De berekening is ook losgelaten op de hele meetreeks vanaf 1833 tot augustus 2015.

TheilSen trends Ukkel 1833-2015

Dat geeft voor tropische dagen een niet significante stijging van 0,1 dag/decade, voor zomerse dagen een stijging 0,4 dag/decade, significant met p < 0,05, voor vorstdagen een daling van 1,5 dag/decade, significant met p <0,001 en voor ijsdagen een significante daling van 0,3 dag/decade (p<0,05). 

Conclusie

Het verschil bij het aantal tropische dagen valt op. Daar is de stijging over de lange periode vanaf 1833 veel minder en niet significant. De stijging van het aantal zomerse dagen is zeven maal kleiner dan in de periode 1968-2015. De daling van het aantal vorstdagen is op de lange termijn vier maal kleiner, de daling van het aantal ijsdagen halveert praktisch. Als de oplopende trend vanaf pakweg 1880 tot 1940 uit de reeks wordt weggelaten, en gestart wordt met de berekeningen rond 1970, net op een minimum in de langlopende reeks, dan is het logisch, dat er forse stijgingen worden gezien, Het blijkt, dat het veel uitmaakt, hoe lang de beschouwde periode is waarover men de trend berekent. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: