Regionale Klimaatmodellen

9 Okt

Het ECHAM5 model dat in dit weblog een paar keer aan de orde is gekomen is onder andere door medewerkers van het KNMI ingezet voor het  ESSENCE project. Uit dat project stammen enkele publicaties met projecties over toekomstige ontwikkelingen in temperaturen en weersextremen, die onlangs veel aandacht hebben gekregen.

Er wordt al vele jaren energie gestoken in het opzetten van regionale klimaatmodellen, ter verfijning van de globale modellen, overigens op basis van de zelfde soort globale GCM klimaatmodellen, die voor de vierde IPCC rapportage zijn gebruikt. Regionale modellen werken met een grotere resolutie (typisch 50km) dan de globale modellen. Ze zijn voor de grenswaarden input afhankelijk van de grote GCM modellen en vereisen in het algemeen evenzeer grote computerfaciliteiten. De schaal en tijdperiode varieert bij regionale klimaatmodellen van bijvoorbeeld een rivierdelta tot een half continent en van enkele dagen tot enkele tientallen jaren. Zie de KNMI publicatie voor een interessant overzicht van deze Regionale klimaatscenario’s

Een paar aanvullende voorbeelden:

In Nederland hanteert het KNMI de zo genoemde ’06 klimaatscenario’s. Zie de KNMI brochure KNMI ’06 klimaatscenario’s en het laatste rapport over de toestand van het klimaat in Nederland 2008.

In België is veel belangstelling voor de hydrologische modellering in verband met de vaak voorkomende wateroverlast na langdurige of intensieve neerslag, die lokale rioolstelsels en rivieren nauwelijks kunnen verwerken, bijvoorbeeld in het CCI-HYDR project.

In Engeland werkt de Met Office met het PRECIS model: Providing Regional Climates for Impacts Studies, geschikt voor PC, draait overigens alleen onder Linux. Net als het in Italië ontworpen RegCM3 model.

In Duitsland wordt gesleuteld aan een regionaal klimaatmodel onder de naam COSMO-CLM.

Het is een aanpassing op een oorspronkelijk model voor weersvoorspelling, een ontwikkelingspad waaruit overigens de meeste klimaatmodellen zijn ontstaan. Een CLM-community is gevormd waarvan de leden samenwerken om dit model te optimaliseren. Recent is gepubliceerd over de prestaties van dit model in enkele toepassingen. Zie Meteorologische Zeitschrift aug 2008.

Uit de publicaties waartussen ook enkele validaties steken, blijkt dat dit model nog verbeterd kan worden. Net als bij de toets van het ECHAM5 model komt de met het regionale model berekende neerslag maar gedeeltelijk overeen met de waarnemingen.

De pogingen om de modellen verder te ontwikkelen zijn natuurlijk toe te juichen. Maar er is ook kritiek. Als de globale modellen al matig werken, wat kan men dan van regionale modellen verwachten? Zo is er veel kritiek op de “downscaling” van de globale modellen, van een resolutie van pakweg 300 km tot 50 km.

Het is tekenend, dat zelfs de hoofd-auteurs van de vierde IPCC rapportage achteraf hun twijfels durven te uiten over de zeggingskracht van die modellen. Ann Henderson-Sellers, voormalig directeur van het World Climate Research Programme in Geneve bij het hoofdkwartier van de World Meteorological Organisation heeft in oktober 2007 in Sydney een workshop geleid waarin de lead-authors van de vierde IPCC rapportage (AR4) hun mening weergeven. Het verslag is een ware eye-opener: The IPCC report: what the lead authors really think  en  zie hier.

Enkele citaten van de lead-authors:

“The rush to emphasize regional climate does not have a scientifically sound basis.

Regional climate is not a well defined problem. Until and unless major climate oscillations (ENSO, PDO, NAO, AMO etc.) can be predicted to the extent that they are predictable, it may never be. If that is the case, then climate science must say so i.e. it is not just the forecast but the confidence and uncertainty that are key for society;

Adding complexity to models, when some basic elements are not working right (e.g. the hydrological cycle), is not sound science. A hierarchy of models can help in this regard;

and

Prioritize the models so that weaker ones included in IPCC reports for nationalistic reasons do not confuse/dilute knowable signals.”

Gevolgd door (citaat mw Henderson-Sellers): “In other words, internationally co-ordinated climate change science is in grave danger of delivering a deceptive view of what we know and even, perhaps, what we can know.”

 

Overigens is het verslag van Ann Henderson-Sellers zeer aanbevelenswaardig, niet alleen voor klimatologen, maar evenzeer voor beleidswerkers en politici. Er wordt onverbloemd gewezen op de tekortkomingen in de beleidsmatige doorvertalingen en terugkoppelingen, maar ook op de matige interne organisatie van het IPCC en de werkprocessen voor het totstandkomen van de rapportages.

Dat is krasse taal. In de voorgaande post  Fossiele bladeren en CO2 is te lezen dat de onderzoekers stevige argumenten naar voren brengen om de klimaatmodellen te herzien met een stukje dat rekening houdt met de natuurlijke variatie in de bijdrage van CO2 . Het lijkt er weer eens op, dat de discussie nog steeds niet is beëindigd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: