Fossiele bladeren en CO2

8 Okt

Tom van Hoof promoveerde in 2004 op een  proefschrift waarin hij een verband beschrijft tussen de  aantallen huidmondjes (stomata) van fossiele bladeren en CO2 concentraties in de lucht. Hoe hoger de CO2 concentratie, hoe lager het aantal huidmondjes, een omgekeerde relatie dus.

Het bepalen van deze relatie gebeurt door een vergelijking van de dichtheid van de huidmondjes van bladeren uit de periode van ongeveer 1850-2000 met de CO2 concentratie van de lucht. Die calibratie geeft de mogelijkheid om fossiele bladeren in oudere afzettingen te gebruiken voor de schatting van de CO2 concentratie in het verleden. Het model werkt redelijk. Voor concentraties kleiner dan 315 ppm is de afwijking plus/minus 10 ppm. Hogere concentraties worden met deze methode onderschat. De fossiele bladeren waren van zomereiken en werden gevonden in een bocht van de Roer bij St. Odiliënberg in de provincie Limburg.

Het proefschrift bestaat feitelijk uit enkele artikelen die nog zouden worden gepubliceerd.

 Een recent artikel van van Hoof (e.a.) in de Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States (PNAS) bouwt inderdaad voort op zijn proefschrift. Het is bij PNAS aangeboden in maart 2007, en de auteurs konden al rekening houden met de laatste vierde IPCC rapportage van vorig jaar. Het is een open access artikel, dus men kan het direct downloaden.

 Vandaag wordt in de Limburgse regionale pers aandacht geschonken aan dit PNAS artikel (artikel in de Limburger). De regionale media belangstelling zal deels toe te schrijven zijn aan het gegeven, dat het hier gaat om bestudeerd materiaal uit de provincie Limburg:

CO2-theorie helt door Limburgse “oerbladeren”, zo luidt de kop op de voorpagina.

Citaat uit het artikel: “De Nederlandse onderzoekers komen echter tot de conclusie dat natuurlijke CO2-schommelingen de laatste duizend jaar groot genoeg zijn geweest om klimaatsveranderingen te beïnvloeden. TNO-onderzoeker Tom van Hoof gaat er van uit dat het IPCC nu alsnog deze nieuwe inzichten gaat verwerken in haar klimaatmodellen, die de temperatuur op aarde en stijgingen van het zeewater voorspellen.”

 In het artikel stellen van Hoof e.a. dat de schommelingen in de CO2 concentraties in de periode van 1000-1500 hoofdzakelijk toegeschreven kunnen worden aan veranderingen in de temperatuur van de oceanen en/of van veranderingen in het zoutgehalte. De auteurs stellen verder (citaat uit het artikel in PNAS, concluding remarks):

“A coherent scenario explaining preindustrial atmospheric CO2 changes of the last millennium and their possible temporal link with changes in terrestrial and marine carbon uptake or release still needs to be established. Reconstructed multidecadal changes are not as prominent as man-made CO2 increases since the onset of industrialization. Yet it seems obvious that a dynamic CO2 regime with fluctuations of up to 34 ppmv implies that CO2 can no longer be discarded as a forcing factor of preindustrial air-temperature changes. The results of our study therefore underscore the need to understand anthropogenic global warming within the context of rates and amplitudes of natural CO2 variability of the last millennium. A stomata-based CO2 record may provide an important observational constraint on the sensitivity of climate models.”

 Deze aanpak kan – aldus de auteurs – bijdragen tot een betere modellering van de invloed van de CO2 concentraties op de temperatuurverandering, waarin naast de menselijke bijdrage rekening wordt gehouden met de invloed van de natuurlijke variaties in de concentraties van CO2.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: